wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Hormonen V5 paragraaf 2

Total questions: 25

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.

Welke uitspraak over de hormonen/hormoonklieren is juist?

a)

Ons lichaam kent zeven hormoonklieren

b)

Ons lichaam kent oneindig veel hormoonklieren

c)

Elke hormoonklier produceert één hormoon

d)

Hormonen zijn 'chemische boodschappers', opgebouwd uit eiwitten of vetten

2.

Welke hormoonklier reguleert de concentratie van bloedsuikers

a)

De geslachtsklieren

b)

De alvleesklier

c)

De bijschildklieren

d)

De hypofysevoorkwab

3.

De zweetklier is een ... klier

a)

ectocriene klier

b)

endocriene klier

c)

exocriene klier

d)

gemengde klier

4.

Welke van onderstaande klieren is GEEN endocriene klier.

a)

hypofyse

b)

mondholte

c)

bijnieren

d)

teelballen

5.

Welke soort klier zie je op onderstaand schema?

(a)  

6.

Enkele hormoonklieren bij mensen zijn: eierstokken, schildklier en teelballen.

Welk of welke van deze klieren worden beïnvloed door hormonen uit de hypofyse?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Eierstok

b)

Schildklier

c)

Teelballen

d)

Eilandjes van Langerhans

7.

Elke hormoonklier en het daar geproduceerde hormoon maakt deel uit van dezelfde regelkring

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

Een hormoon wordt pas effectief als een bepaalde concentratie van dat hormoon in het bloed zit.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Waar worden hormonen afgebroken?

a)

Alvleesklier

b)

Darmen

c)

Lever

d)

Maag

10.

Een hormoonklieren als afzonderlijke organen zijn:

a)

De hypothalamus;

Eilandjes van Langerhans;

b)

Nierweefsel;

In de maagwand;

In de wand van de twaalfvingerige darm.

c)

Hypofyse-voorkwab;

de schildklier;

de bijschildklieren;

de bijnierschors

11.

Progesteron is een hormoon dat werkt met het second Messenger mechanisme.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Verschijnselen die kunnen optreden bij een persoon met een verhoogde thyroxine-afgifte zijn:

a)

Daling van de stofwisselingssnelheid

b)

Toenemen van de transpiratie

c)

Verlaging van de lichaamstemperatuur

d)

Versterking van de hartwerking

13.

De schildklier geeft een hormoon af dat de verbranding versnelt. Waar in het lichaam kan door dit hormoon de verbranding worden versneld?

a)

alleen in de hartspier

b)

alleen in de lever

c)

alleen in de schildklier

d)

in het hele lichaam

14.

Als het gevolg van meer adrenaline in het bloed:

a)

Worden de luchtwegen nauwer

b)

Worden de bloedvaten naar de darmen nauwer

c)

Daalt de hoeveelheid glucose in het bloed

d)

Wordt de hartslag versneld

15.

Welk nummer geeft de hypofyse aan?

a)

I

b)

II

c)

III

d)

IV

16.

De tekening geeft schematisch de bouw weer van een bepaalde klier met aan- en afvoerwegen in het lichaam van de mens.

Voor welke van de volgende klieren kan dit schema gelden?

a)

voor een bijnier

b)

voor een eilandje van Langerhans

c)

voor de schildklier

d)

voor een talgklier

17.

In welke organen vindt in het lichaam vorming van glycogeen plaats?

a)

in bloedplasma

b)

in de lever

c)

in de eilandjes van Langerhans

d)

in de bijnieren

e)

in de spieren

18.

Enkele beweringen over de alvleesklier:

1. de alvleesklier produceert spijsverteringsenzymen

2. in de alvleesklier liggen cellen die hormonen produceren

3. spijsverteringsenzymen en hormonen uit de alvleesklier worden beide via een ader afgevoerd


Welke beweringen zijn juist?

a)

1 en 2

b)

1 en 3

c)

2 en 3

d)

1,2 en 3

19.

Een onderzoekje naar het verband tussen het glucosegehalte van het bloed en een schrikreactie. Op welk tijdstip schrok deze persoon hevig?

a)

P

b)

Q

c)

R

d)

S

20.

Oxytocine en ADH worden aangemaakt in de ...

a)

Adenohypofyse

b)

Neurohypofyse

c)

Hypothalamus

d)

Nieren

21.

Releasing en Inhibiting hormonen worden aangemaakt in de hypothalamus en hebben effect op de ...

a)

neurohypofyse

b)

adenohypofyse

c)

schildklier

d)

nieren

22.

Hier is een terugkoppeling te zien. Welke soort?

a)

Negatieve terugkoppeling

b)

Positieve terugkoppeling

23.

De bloedglucoseconcentratie komt boven de normwaarde. Welk hormoon regelt gewoonweg de daling van de bloedglucoseconcentratie (bloedsuikerspiegel)?

(a)  

24.

Welk hormoon komt vrij uit de hypofyse onder invloed van CRH?

(a)  

25.

Welk orgaan wordt gestimuleerd door TSH?

(a)