Font size
WorksheetsMoeilijke woorden unit 5 en de extra woorden
Total questions: 54
Worksheet time: 54mins
overval
(a)
chantage
(a)
omkoperij
(a)
beschuldiging
(a)
aanklagen
(a)
een aanklacht
(a)
concureren
(a)
schatten
(a)
een schatting
(a)
onderzoek, bestuderen
(a)
een onderzoek niet investiigation
(a)
identificeren
(a)
de identificatie
(a)
fotograferen
(a)
een foto
(a)
publiceren
(a)
een publicatie
(a)
verdenken
(a)
een verdachte
(a)
slagader
(a)
slokdarm
(a)
darm
(a)
wetenschappelijk bewijsmateriaal
(a)
plaats van de misdaad
(a)
de dood
(a)
dood
(a)
ontwikkelen
(a)
de ontwikkeling
(a)
uitbreiden
(a)
uitbreiding
(a)
voorkomen
(a)
een gebeurtenis
(a)
het overleven
(a)
brandstichten
(a)
brandstichter
(a)
ontvoeren
(a)
ontvoerder
(a)
overval
(a)
overvaller
(a)
moordenaar
(a)
verkrachting
(a)
verkrachter
(a)
hacker
(a)
huiselijk geweld
(a)
schuldig
(a)
beroven
(a)
Berover
(a)
vandalisme
(a)
vandaal
(a)
vervalsing
(a)
vervalser
(a)
vluchtmisdrijf
(a)
te snel rijden
(a)
overval
(a)
