wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling Th4 basisstof 1 t/m 6

Total questions: 40

Worksheet time: 40mins

Name
Class
Date
1.

Welk type gewricht zie je op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Zadelgewricht

2.

Welk type gewricht zie je op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Zadelgewricht

3.

Waarmee zitten de twee botten van een gewricht aan elkaar vast?

a)

Kraakbeen

b)

Gewrichtskapsel

c)

Bot

4.

Een voorbeeld van een vergroeid bot is het ...

a)

Opperarmbeen

b)

Dijbeen

c)

Heiligbeen

5.

Bij vergroeide botten is er...

a)

Geen beweging mogelijk.

b)

Een beetje beweging mogelijk.

c)

Veel beweging mogelijk.

6.

Botten die verbonden zijn met kraakbeen kunnen ...

a)

Niet bewegen ten opzichte van elkaar.

b)

Een beetje bewegen ten opzichte van elkaar.

c)

Veel bewegen ten opzichte van elkaar.

7.

Welke verbinding zit er tussen je ribben en je borstbeen?

a)

Gewricht

b)

Kraakbeen

c)

Naad

d)

Vergroeid

8.

Waardoor kan een gewricht (onder andere) soepel bewegen?

a)

Gewrichtskom

b)

Gewrichtskapsel

c)

Gewrichtskraakbeen

d)

Gewrichtskogel

9.

Bij welk type gewricht is beweging in verschillende richtingen mogelijk?

a)

Kogelgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Rolgewricht

10.

Welk type verbinding zie je op de afbeelding?

a)

Rolgewricht

b)

Scharniergewricht

c)

Kogelgewricht

d)

Naadverbinding

11.

De tussenwervelschijf tussen twee wervels is een voorbeeld van een ...

a)

Naadverbinding

b)

Gewrichtsverbinding

c)

Kraakbeenverbinding

d)

Wervelverbinding

12.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 6?

a)

Kapselband

b)

Gewrichtskapsel

c)

Kraakbeenlaagje

d)

Gewrichtssmeer

13.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 5?

a)

Kapselband

b)

Gewrichtskapsel

c)

Kraakbeenlaagje

d)

Gewrichtssmeer

14.

In de afbeelding zie je een tekening van een heupgewricht. Wat is de naam van onderdeel 4?

a)

Kraakbeenlaagje

b)

Gewrichtskapsel

c)

Kapselband

d)

Gewrichtssmeer

15.

De beenderen bij baby's bestaan voornamelijk uit kraakbeen.

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Lijmstof verbrandt in een vlam.

a)

Juist

b)

Onjuist

17.
Welk type weefsel is dit?
a)
Beenweefsel
b)
Kraakbeenweefsel
c)
Tussencelstrof
d)
Zwakbeenweefsel
18.

In de loop van je leven:

a)

Komen er minder kalkzouten in je botten.

b)

Komt er minder lijmstof in je botten.

c)

Blijft de hoeveelheid kalkzouten en lijmstof gelijk.

d)

Komt er meer lijmstof in je botten.

19.

De botten van een bejaarde en van een kind worden vergeleken op breekbaarheid en buigzaamheid.

De botten van een kind zijn:

a)

Breekbaarder en buigzamer.

b)

Breekbaarder en minder buigzaam.

c)

Minder breekbaar en buigzamer.

d)

Minder breekbaar en minder buigzaam.

20.

Het borstbeen is aangegeven met nummer

a)

5

b)

6

c)

7

d)

8

21.

Spieren met een tegengestelde werking noemen we

a)

antagonisten

b)

antisemitisme

c)

altruïsme

22.

Als je een spier aanspant wordt de spier:

a)

Langer en dikker

b)

Langer en dunner

c)

Korter en dikker

d)

Korter en dunner

23.

Welke vorm heeft de ruggengraat?

a)

Dubbele S vorm

b)

Enkele S vorm

c)

Dubbele C vorm

d)

Enkele C vorm

24.

Een functie van het skelet is ... (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Stevigheid

b)

Bescherming

c)

Beweging

25.

Een skelet is een ander woord voor beenderen.

a)

Ja

b)

Nee, voor geraamte

c)

Nee, voor lichaam

d)

Nee, voor botten

26.

Zit de ellepijp aan de kant van de pink?

a)

Ja

b)

Nee

27.

Welk onderdeel verbindt de spieren aan de botten?

a)

Pezen

b)

Kraakbeen

c)

Aanhechtingsplaats

d)

Gewricht

28.

Welk nummer geeft de lendenwervels aan?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

29.

Welke vorm van beenverbinding vinden we in de schedel?

a)

Naden

b)

Kraakbeen

c)

Gewricht

d)

Vergroeid

30.

Nummer 14 is...

a)

Ellepijp

b)

Spaakbeen

c)

Dijbeen

d)

Sleutelbeel

31.

Het dijbeen wordt aangegeven met nummer...

a)

16

b)

18

c)

19

d)

10

32.

Wat is nummer 1?

a)

Handwortelbeentjes

b)

Middenhandsbeentjes

c)

Vingerkootjes

33.

Welk bot is in de afbeelding gebroken?

(a)  

34.

Wat is je borstkas?

a)

Ribben + been + schedel

b)

Borstbeen + been + ribben

c)

Ribben + borstwervels + borstbeen

d)

Borstwervels + ribben + been

35.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 11?
a)
Heiligbeen
b)
Staartbeen
c)
Heupbeen
d)
Bekken
36.
Welk bot wordt aangegeven met nummer 3?
a)
Heiligbeen
b)
Halswervel
c)
Ribben
d)
Borstbeen
37.

De onderdelen van je lichaam zijn:

a)

Romp, hoofd en ledematen

b)

Romp

c)

Hoofd en ledematen

d)

Ledematen en romp

38.

deel van het skelet dat bestaat uit de heupbeenderen en het heiligbeen

a)

taille

b)

middel

c)

bekken

d)

heupgordel

39.

Welke lichaamshouding is correct?

a)
b)
c)
d)
40.

De dubbele S-vorm van je wervelkolom zorgt voor ...?

a)

Stevigheid

b)

Het opvangen van schokken

c)

Snellere beweging