wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wat weet je nog?

Total questions: 10

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Vitamine K is nodig voor de extrinsieke stollingscascade

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Welke medicatie kunnen we meten m.b.v. de INR en werkt in op de extrinsieke stollingscascade?

a)

Vit K antagonisten

b)

Heparine

c)

Coumarines

d)

NOAC

3.

Welke begrippen kun je linken aan het post-trombotisch syndroom?

a)

Atrofie blanche

b)

Varices

c)

door schade DVT

d)

Licht gevoel in de benen

4.

Bij welke aandoening is er sprake van een abnormale verwijding van een slagader?

a)

CVA

b)

Claudicatio intermittens

c)

Aneurysma

d)

Trombose

5.

Welke behandeling zie je hier?

a)

Carotisendarteriëctomie

b)

PTA bij atherosclerose

c)

Clipping van een aneurysma

d)

Coiling van een aneurysma

6.

Welke stollingstest kunnen we gebruiken als maat voor de intrinsieke bloedstolling?

a)

PTT

b)

INR

c)

aPTT

d)

D-dimeren

7.

Welke stelling omtrent arteriosclerose is juist?

a)

Afhankelijk van cholesterol

b)

Degeneratie van de intima van de slagaders

c)

Aandoening van de venen

d)

Ontstaat puur door leeftijd

8.

Welke aandoening zie je op volgende foto?

a)

Trombose

b)

Embolie

c)

Atherosclerose

d)

Varices

9.

De stollingscascade is een onderdeel van het bloedstelpingsproces.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Welke symptomen horen bij een veneuze trombose?

a)

Koud

b)

Bleek/wit

c)

Pulsaties aanwezig

d)

Capillaire refilll aanwezig