wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Deeltoets 5 A&F P3W9

Total questions: 30

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

Een belangrijke taak van het zenuwstelsel is

a)

Coördinatie van de vitale functies

b)

Coördinatie van het dorstgevoel

c)

Coördinatie van het hongergevoel

d)

Coördinatie van het evenwicht

2.

Hoe noemen we een elektrisch signaaltje dat van een zintuig af komt?

a)

Prikkel

b)

Neuron

c)

Impuls

d)

Bananen

3.

Welk deel van de hersenstam verbindt de 2 helften van de kleine hersenen met elkaar?

a)

Middenhersenen

b)

Pons

c)

Verlengde merg

4.

Wat voor type zenuw is 5?

a)

Gevoelszenuw

b)

Motorische zenuw

5.

Het cerebellum (kleine hersenen) ligt:

a)

Onder en voor de hersenstam

b)

Boven en achter de hersenstam

c)

Naast de hersenstam

6.

Regulatie van activiteiten van weefsels en organen betekent:

a)

Weefsels en organen moeten in hun werking nauwkeurig op elkaar afgestemd zijn

b)

Organen en weefsels worden geremd of gestimuleerd in hun activiteiten wanneer veranderingen in of buiten het lichaam daartoe aanleiding geven.

c)

Dat betekent dat je er geen of weinig invloed op kunt uitoefenen

d)

Dat betekent dat het te maken heeft met bewustzijn en zelfbewustzijn

7.

De zweetklier is een ... klier

a)

ectocriene klier

b)

endocriene klier

c)

exocriene klier

d)

gemengde klier

8.

Wat is de naam van onderdeel en 1 en wat geven de zwarte pijlen (2) aan in dit onderdeel?

a)

1 = celkern, 2 = prikkel

b)

1 = axon, 2 = impuls

c)

1 = axon 2 = prikkel

d)

1 = dendriet, 2 = impuls

9.

In het verlengde merg ontspringen ..... paar hersenzenuwen:

a)

12

b)

16

c)

8

d)

20

10.

Sensorische input is:

a)

Het opvangen van prikkels

b)

Het verwerken van prikkels

c)

Het reageren op prikkels

11.

Een hormoonklieren als afzonderlijke organen zijn:

a)

De hypothalamus;

Eilandjes van Langerhans;

b)

Nierweefsel;

In de maagwand;

In de wand van de twaalfvingerige darm.

c)

Hypofyse-voorkwab;

de schildklier;

de bijschildklieren;

de bijnierschors

12.

Waaruit bestaat het perifeer zenuwstelsel?

a)

Hersenen en ruggenmerg

b)

Orthosympatisch en parasympatisch

c)

Sensorisch en motorisch

d)

Autonoom en animaal

13.

Schakelcellen bevinden zich zowel in het centraal zenuwstelsel als in het perifeer zenuwstelsel.

a)

Dit is waar

b)

Dit is niet waar

14.

Wat voor type zenuw is 5?

a)

Gevoelszenuw

b)

Motorische zenuw

15.

De middenhersenen bestaan voor een groot deel uit:

a)

Grijze stof

b)

Witte stof

c)

Afferente banen

d)

Efferente banen

16.

Het cerebellum (kleine hersenen) ligt:

a)

Onder en voor de hersenstam

b)

Boven en achter de hersenstam

c)

Naast de hersenstam

17.
Volgorde van de hersenvliezen van binnen naar buiten:
a)
harde hersenvlies,spinnenwebvlies, zachte hersenvlies/vaatvlies
b)
spinnenwebvlies harde hersenvlies, zachte hersenvlies/vaatvlies
c)
zachte hersenvlies/vaatvlies,spinnenwebvlies, harde hersenvlies
18.

Welke uitspraak over de hormonen/hormoonklieren is juist?

a)

Ons lichaam kent zeven hormoonklieren

b)

Ons lichaam kent oneindig veel hormoonklieren

c)

Elke hormoonklier produceert één hormoon

d)

Hormonen zijn 'chemische boodschappers', opgebouwd uit eiwitten of vetten

19.

Welke hormoonklier reguleert de concentratie van bloedsuikers

a)

De geslachtsklieren

b)

De alvleesklier

c)

De bijschildklieren

d)

De hypofysevoorkwab

20.

Welke van onderstaande klieren is GEEN endocriene klier.

a)

hypofyse

b)

mondholte

c)

bijnieren

d)

teelballen

21.

Welke soort klier zie je op onderstaand schema?

(a)  

22.

Enkele hormoonklieren bij mensen zijn: eierstokken, schildklier en teelballen.

Welk of welke van deze klieren worden beïnvloed door hormonen uit de hypofyse?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Eierstok

b)

Schildklier

c)

Teelballen

d)

Eilandjes van Langerhans

23.

Elke hormoonklier en het daar geproduceerde hormoon maakt deel uit van dezelfde regelkring

a)

Waar

b)

Niet waar

24.

Een hormoon wordt pas effectief als een bepaalde concentratie van dat hormoon in het bloed zit.

a)

Waar

b)

Niet waar

25.

Waar worden hormonen afgebroken?

a)

Alvleesklier

b)

Darmen

c)

Lever

d)

Maag

26.

De fysiologische indeling van het zenuwstelsel bestaat uit de volgende aspecten:

a)

- axonen

-dendrieten

-myeline

b)

-sensibele zenuwcellen

-schakelcellen

-motorische zenuwcellen

c)

-soort integratie

-hiërarchie

-richting van het signaal

d)

-astrocyten

-oligondendro-cyten

-microgliocyten

27.

Een neurotransmitter

a)

Een overdrachtsstof

b)

Een zenuwcel

c)

Spiercellen

d)

Kliercellen

28.

Het sympathisch zenuwstelsel

a)

wordt actief wanneer het lichaam in rust is

b)

wordt actief wanneer het lichaam arbeid moet verrichten

29.

TSH (schildklierstimulerend hormoon) is een hormoon dat gevormd wordt door de

a)

Hypofysevoor-kwab

b)

Hypofyseachter-kwab

c)

Hypothalamus

30.

Bij het afbreken van hormonen houdt de lever geen rekening met de hoeveelheid overblijvende hormonen.

a)

Waar

b)

Niet waar