wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo Vwo Stedelijke gebieden

Total questions: 38

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Wat tref je aan bij de grijze vlakken?

(a)  

2.

Wat voor woonwijk tref je aan bij het oranje gedeelte?

a)

vooroorlogse wijk

b)

arbeiderswijk

c)

binnenstad

d)

stadscentrum

3.

Hoe heet een stad die vergroeid is met zijn omringende omgeving?

(a)  

4.

Wat zie je in de afbeelding?

(a)  

5.

UIt welke bouwfase stamt de wijk die je op de foto ziet?

a)

1990-2020

b)

1970-2000

c)

1920-1940

d)

1750-1920

6.

Wat voor wijk zie je?

a)

binnenstad

b)

stadscentrum

c)

arbeiderswijk

d)

vooroorlogs

7.

Wat voor wijk zie je?

a)

vooroorlogs

b)

naoorlogs

c)

jaren '70-'80

d)

vinex

8.

Welke uitspraak is waar? Kies de juiste antwoorden.

a)

De historische binnenstad hoort bij het stadscentrum.

b)

De begrippen binnenstad en stadscentrum betekenen hetzelfde.

c)

Het stadscentrum is meestal groter dan de historische binnenstad.

d)

Een centraal station bevindt zich meestal in de historische binnenstad.

e)

De begrippen centrale zakenwijk, central business district en stadscentrum betekenen hetzelfde.

9.

Rotterdam doet veel aan stedelijke vernieuwing. Wat is het belangrijkste doel van stedelijke vernieuwing?

a)

Verbeteren van de voorzieningen.

b)

Verbeteren van de leefbaarheid.

c)

Verbeteren van de inrichting.

d)

Verbeteren van de leefomgeving.

10.
Urbanisatie begon in 1870 in Nederland en stopte rond ...
a)

1940

b)

1950

c)

1970

11.
Suburbanisatie begon in Nederland rond 1960 omdat men toen meer ....
a)
Welvaart en welzijn kreeg
b)
Welvaart en mobiliteit kreeg
c)
welvaart en toestemming kreeg
d)
Welvaart en kinderen kreeg
12.
De grootste stad van het land met miljoenen inwoners en de tweede stad is nog geen tiende
a)
Hoofdstad
b)
wereldstad
c)
megastad
d)
Primate city
13.
De stad werd interessant door minder werk in de landbouw en de opkomst van de 
a)
Landbouw
b)
Industrie
c)
Dienstensector
d)
Mijnbouw
14.

waarom ontstaan er krottenwijken in megasteden?

a)

er is niet genoeg ruimte voor huizen

b)

de groei van de stadsbevolking gaat heel erg snel

c)

de nieuwe stadsbewoners zijn meestal arm

d)

de plekken waar krottenwijken worden gebouwd zijn gevaarlijk

15.

wat is geen kenmerk van een hoofdstad?

a)

de regering zit er

b)

het is vaak de grootste stad in een land

c)

het is de enige grote stad in een land

d)

er zitten veel bedrijven

16.

het CBD ligt in een stad...

a)

aan de rand van de stad

b)

rondom het stadscentrum

c)

in het centrum van de stad

d)

Dat ligt aan de stad/ dat verschilt

17.

wat is het Groene Hart?

a)

De groene parken in de steden

b)

de polders en weilanden tussen de grote steden van de Randstad

c)

Het midden van de Randstad

d)

De plek waar Vinex wijken staan

18.

Vinex wijken zijn

a)

nieuwbouwwijken rondom de grote steden

b)

nieuwbouwwijken in de dorpen

c)

oude wijken in het stadscentrum

d)

wijken uit de jaren '60

19.

Wat is een andere naam voor stadsgewest?

a)

Agglomeratie

b)

Netwerkstad

c)

Stedelijk netwerk

d)

Stedelijk gebied

20.

De vestiging van een tweede bakker in een dorp heeft invloed op

a)

Alleen draagvlak

b)

Alleen verzorgingsgebied en reikwijdte

c)

Alleen draagvlak en reikwijdte

d)

Verzorgingsgebied, draagvlak en reikwijdte

21.

Welke verandering past niet bij 'de compacte stad'?

a)

Sanering

b)

Renoveren

c)

Vinex

d)

Suburbanisatie

22.

Welke stadsvernieuwing heeft geen effect op de woningdichtheid van een gebied?

a)

Renoveren

b)

Saneren

c)

Nieuwbouw

d)

Vinex

23.

Dit zijn twee kaartjes van Eindhoven en omliggende gemeenten. Welke uitspraak hierover is de juiste?

a)

Kaartje A hoort bij 1970 en hierdoor wordt de stad armer.

Kaartje B hoort bij 2000 en hierdoor wordt de stad rijker.

b)

Kaartje A hoort bij 1970 en hierdoor wordt de stad rijker,

Kaartje B hoort bij 2000 en hierdoor wordt de stad armer.

c)

Kaartje A hoort bij 2000 en hierdoor wordt de stad armer.

Kaartje B hoort bij 1970 en hierdoor wordt de stad rijker.

d)

Kaartje A hoort bij 2000 en hierdoor wordt de stad rijker.

Kaartje B hoort bij 1970 en hierdoor wordt de stad armer.

24.

In Raalte is de Hartkampschool enkele jaren geleden gesloopt, omdat deze school samenging met een andere school. Nu worden er nieuwe woningen gebouwd. Past dit in het idee van 'De Compacte Stad'?

a)

Ja, want de Hartkampschool werd gesloopt om plaats te maken voor nieuwe huizen (sanering).

b)

Ja, want deze open plek in Raalte wordt benut om nieuwe huizen te bouwen.

c)

Nee, want de woningdichtheid neemt hierdoor te weinig toe.

d)

Nee, want een Vinex-wijk is veel groter dan enkele nieuwe huizenblokken.

25.

Dit is een voorbeeld van:

a)

renovatie

b)

segregatie

c)

sanering

d)

woningdichtheid

26.

Welke uitspraak is waar?

a)

Bij sanering daalt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk af.

b)

Bij sanering daalt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk toe.

c)

Bij sanering stijgt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk af.

d)

Bij sanering stijgt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk toe.

27.

In vrijwel alle grote steden kom je probleemwijken tegen. Hier wonen vaak mensen met een laag inkomen en een niet-westerse migratieachtergrond. Zij leven en wonen min of meer gescheiden van de andere stadsbewoners. Welke uitspraak klopt?

a)

Dit is een voorbeeld van integratie.

b)

Dit is een voorbeeld van cultuurbeleid.

c)

Dit is een voorbeeld van migratie.

d)

Dit is een voorbeeld van segregatie.

28.

Dit kaartje laat met drie trefwoorden schematisch oorzaken zien van de verstedelijking van Eindhoven vanaf 1900.

Hieronder staan vier oorzaken. Welke hoort niet bij de verstedelijking van Eindhoven?

a)

Het hoge geboorteoverschot.

b)

De vestiging van industrie.

c)

De mechanisatie van de landbouw.

d)

Het idee van de compacte stad.

29.

Dit kaartje laat met drie trefwoorden schematisch oorzaken zien van suburbanisatie in de regio Eindhoven vanaf 1960.

Hieronder staan vier oorzaken. Welke hoort niet bij de suburbanisatie in de regio Eindhoven?

a)

Fabrieken in de stad verhuizen naar de rand van de stad of lagelonenlanden.

b)

Wonen in een nieuwbouwwijk in Best.

c)

De buurt wordt gesaneerd en gerenoveerd.

d)

De oude wijken in de stad krijgen bewoners met een laag inkomen.

30.

Dit kaartje laat met drie trefwoorden schematisch oorzaken zien van re-urbanisatie in de regio Eindhoven vanaf 1990.

Hieronder staan vier oorzaken. Welke hoort niet bij de re-urbanisatie in de regio Eindhoven?

a)

Er zijn groeikernen ontwikkeld met nieuwe, ruime woonwijken.

b)

De fabrieken zijn verdwenen, maar in de mooiste gebouwen kun je wonen en zijn er tal van bedrijfjes.

c)

Oude buurten dicht bij het centrum worden opgeknapt en modern ingericht.

d)

Het idee van de compacte stad.

31.

Je ziet hier de toe- en afname per gemeente van jonge gezinnen met ouders tussen de 30 en 39 jaar (periode 2011-2016).

De legenda is niet compleet. Welke uitspraak klopt?

a)

Blauw is toename, bruin is afname. Dit komt doordat de woningen in de grote steden te duur worden.

b)

Blauw is toename, bruin is afname. Dit komt doordat er sprake is van re-urbanisatie.

c)

Blauw is afname, bruin is toename. Dit komt doordat het Groene Hart niet bebouwd mag worden.

d)

Blauw is afname, bruin is toename. Dit komt doordat de woningen in gemeenten in de buurt van grote steden te duur worden.

32.

Veel gemeenten hebben een buurtbeleid: men probeert armere en rijkere huishoudens te mengen en de publieke ruimte wordt opgeknapt. Het idee is dat armere gezinnen zich zullen optrekken aan de rijkere buurtgenoten.

Welke uitspraak klopt?

a)

De buurt verbetert niet en de arme bewoners blijven even arm.

b)

De buurt verbetert wel, maar de arme bewoners blijven even arm.

c)

De buurt verbetert en de buurtbewoners integreren.

d)

De buurt verbetert niet en de segregatie wordt versterkt doordat arm en rijk in de buurt van elkaar komen te wonen.

33.

Voor bakkerij Hartog in Amsterdam Oost stappen mensen uit allerlei buurten op de fiets. Wat weet je over deze voorziening?

a)

Hartog heeft een grotere reikwijdte dan een gewone bakker

b)

Hartog heeft een groter draagvlak dan een gewone bakker

c)

Hartog heeft een lagere drempelwaarde dan andere bakkers

d)

Hartog heeft 'n kleiner verzorgingsgebied dan andere bakkers

34.

De Randstad is een voorbeeld van..

a)

een agglomeratie

b)

een stedelijk netwerk

c)

een stadsgewest

d)

een megastad

35.

De oude Nieuwmarktbuurt moet opgeknapt! Veel panden worden gesloopt en vervangen door flats..

a)

dit is gentrificatie

b)

dit is sanering

c)

dit is renovatie

d)

dit is Vinex

36.

Wat is de juiste volgorde?

a)

Stadsgewest - Agglomeratie - Stedelijk gebied

b)

Stedelijke gebied - Agglomeratie - Stadsgewest

c)

Agglomeratie - Stadsgewest - Stedelijk gebied

d)

Agglomeratie - Stedlijk gebied - Stadsgewest

37.

Ziekenhuizen heb je meestal niet op het platteland. De oorzaak hiervoor is vooral:

a)

Drempelwaarde

b)

Verzorgingsgebied

c)

Reikwijdte

d)

Draagvlak

38.

Welk begrip past het beste bij deze foto?

a)

Chinex-wijk

b)

Segregatie

c)

Gentrificatie

d)

Compacte stad