wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Pasen

Total questions: 15

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noemen we de periode voor Pasen?

a)

Ramadan

b)

Veertigdagentijd

c)

Advent

d)

Paaswachten

2.

Welke dag wordt niet meegeteld in die periode van 40 dagen?

a)

zondag

b)

maandag

c)

woensdag

d)

zaterdag

3.

Wanneer start de veertigdagentijd?

a)

Palmzondag

b)

Pasen

c)

Aswoensdag

d)

Witte Donderdag

4.

In welk boek staat het paasverhaal?

a)

De Bijbel - het Oude Testament

b)

De Bijbel - het Nieuwe Testament

c)

De Koran

d)

Het sprookjesboek

5.

Wat gebeurt er op Palmzondag?

a)

voetwassing

b)

kruisiging van Jezus

c)

Jezus komt aan in Jeruzalem.

d)

Jezus staat op uit de dood.

6.

Wat betekent Pasen voor christenen?

a)

We herdenken dat Jezus gestorven is.

b)

We herdenken dat Jezus uit de dood is opgestaan.

c)

We rapen paaseitjes.

d)

We herdenken dat Jezus geboren werd.

7.

Hoe verraadde Judas Jezus?

a)

Hij waste zijn voeten.

b)

Hij wees hem aan.

c)

Hij riep zijn naam.

d)

Hij gaf hem een kus.

8.

Hoeveel keer zei Petrus dat hij Jezus niet kende, voor de haan kraaide?

a)

2x

b)

3x

c)

4x

d)

5x

9.

Op welke dag herdenken we de kruisiging en dood van Jezus?

a)

Goede Vrijdag

b)

Aswoensdag

c)

Stille Zaterdag

d)

Witte Donderdag

10.

Hoe noemen we de week voor Pasen?

a)

De Laatste Week

b)

De Paasweek

c)

De Slechte Week

d)

De Goede Week

11.

Wat vieren we in de krokusvakantie?

a)

start van de lente

b)

einde van de winter

c)

start van de vasten

d)

einde van de vasten

12.

Wie kreeg vergiffenis en werd vrijgelaten?

a)

Jezus

b)

Pontius Pilatus

c)

Barabas

d)

Judas

13.

Wie waste de voeten voor de maaltijd op Witte Donderdag?

a)

Petrus

b)

een hulpje

c)

Judas

d)

Jezus

14.

Hoeveel keer valt Jezus met het kruis?

a)

2x

b)

3x

c)

4x

d)

5x

15.

Hoe vieren christenen Pasen?

a)

Ze bezoeken het kerkhof.

b)

Ze delen cadeautjes uit.

c)

Ze rapen chocolade eitjes en eten samen met familie.

d)

Ze dansen en zingen paasliedjes.