wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Warmteleer

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

De standaardeenheid voor de grootheid temperatuur is:

a)

Celcius

b)

Fahrenheit

c)

Joule

d)

Kelvin

2.

De overgang van vast naar gasvormig heet:

a)

rijpen

b)

sublimeren

c)

verdampen

d)

vervluchtigen

3.

Een thermometer die gebaseerd is op verschil in uitzetting tijdens verhitting is een:

a)

bi-metaal thermometer

b)

thermokoppel thermometer

c)

vloeistof thermometer

d)

weerstand thermometer

4.

De natuurkundige die zijn temperatuurschaal baseerde op het smelt- en kookpunt van water was:

a)

Celcius

b)

Fahrenheit

c)

Kelvin

d)

Rèamour

5.

Water kookt bij:

a)

- 273 K

b)

0 K

c)

273 K

d)

373 K

6.

Water bevriest bij:

a)

- 32 ºF

b)

0 ºF

c)

32 ºF

d)

273 ºF

7.

De soortelijke warmte van zilver bij kamertemperatuur is:

a)

0,24 J/g/K

b)

0,28 J/g/K

c)

10,5 J/g/K

d)

105 J/g/K

8.

35 gram goud van 300 °C wordt afgekoeld naar 20 °C. Hoeveel energie komt hierbij vrij?:

a)

1264 J

b)

1355 J

c)

1470 J

d)

1530 J

9.

De energie nodig om 100 gram goud te laten smelten bij zijn smelttemperatuur bedraagt:

a)

66 J

b)

129 J

c)

150 J

d)

6,6 kJ

10.

Warmtetransport in vloeistoffen vindt plaats via:

a)

geleiding

b)

overbrenging

c)

straling

d)

stroming

11.

“De soortelijke warmte van een stof zegt iets over de hoogte van de smelttemperatuur” Deze stelling is:

a)

waar

b)

niet waar

12.

“De c-waarde van een stof zegt iets over hoe snel de smelttemperatuur wordt bereikt tijdens verhitting” Deze stelling is:

a)

waar

b)

niet waar

13.

De steilheid van de opwarmingskromme in een T-Q grafiek is een maat voor de:

a)

smelttemperatuur

b)

smeltwarmte

c)

soortelijke warmte

d)

verdampings warmte

14.

Twee metalen met verschillend kristalstructuur die gelegeerd worden zijn:

a)

volledig wel in elkaar oplosbaar

b)

volledig niet in elkaar oplosbaar

c)

gedeeltelijk in elkaar oplosbaar

d)

helemaal niet legeerbaar

15.

De temperatuur waarbij een legering begint met stollen noemen we de:

a)

eutectische temperatuur

b)

liquidus temperatuur

c)

liquatie temperatuur

d)

solidus temperatuur

16.

Wanneer zilver en rhodium met elkaar gelegeerd worden vormen ze:

a)

alleen eutectische kristallen

b)

mengkristallen

c)

zuivere zilver kristalen en eutectiche kristallen

d)

zuivere rhodium kristalen en eutectische kristallen

17.

Een goud - zilverlegering (750 Au – 250 Ag) begint te stollen bij ongeveer:

(formule & tabellenboek blz. 13)

a)

975 °C

b)

990°C

c)

1025 °C

d)

1045 °C

18.

De samenstelling van de eerste kristallen die bij een 18 krt. legering ontstaan is:

(formule & tabellenboek blz. 13)

a)

47 Au – 53 Ag

b)

52 Au – 48 Ag

c)

75 Au – 25 Ag

d)

   87 Au – 13 Ag

19.

Liquatie betekent:

a)

de temperatuur waarbij de legering vloeibaar wordt

b)

de temperatuur waarbij de legering vast wordt

c)

kristallen met een andere mengverhouding dan de legering

d)

uitharding van de legering

20.

Precipitatie betekent:

a)

harder worden door ontmenging van eutectische kristallen

b)

harder worden door ontmenging van mengkristallen

c)

kristallen met een andere mengverhouding dan de legering

d)

uitharding door smeden