Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Paragraaf 9.1 check 4 havo

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Het imperialisme is WEL/GEEN lange-termijn oorzaak van WO1

a)

Wel

b)

Geen

2.

Dit land werd aangevallen, waardoor de eerste wereldoorlog begon

3.

Welke twee kenmerkenden aspecten passen bij de Eerste Wereldoorlog?

a)

het voeren van twee wereldoorlogen

b)

het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologieën: communisme, fascisme en nationaalsocialisme

c)

verwoesting op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering

d)

de crisis van het wereldkapitalisme

e)

de rol van moderne propaganda en communicatiemiddelen en vormen van massaorganisatie

4.
Question Image

Match het begrip met de juiste omschrijving

a)

Nationalisme

1.

Trots op je eigen land

b)

Imperialisme

2.

Het willen uitbreiden van leefruimte

c)

Wapenwedloop

3.

Een strijd om wie de beste wapens heeft

d)

Militarisme

4.

Trots op het eigen leger

e)

Loopgravenoorlog

5.

Oorlog die uitgevoerd werd in uitgegraven looproutes

5.

Wat is de rol van de moord op Frans-Ferdinand?

a)

Het was de oorzaak van de Eerste Wereldoorlog

b)

Het was de aanleiding van de Eerste Wereldoorlog

c)

Het was het gevolg van de Eerste Wereldoorlog

6.

In welk jaar begon de Eerste Wereldoorlog?

a)

1900

b)

1914

c)

1910

d)

1915

7.

In welk jaar eindigde de Eerste Wereldoorlog?

a)

1919

b)

1920

c)

1918

d)

1915

8.

Welke straf kreeg Duitsland niet?

a)

Ze moesten een megaboete betalen

b)

Ze moesten land afgeven aan andere landen

c)

Ze moesten hun leger kleiner maken

d)

Ze moesten een muur bouwen op de grens

9.

Wat is geen kenmerk van het modern imperialisme?

a)

Binnenlanden werden toegevoegd aan het moederland

b)

Gebiedsuitbreiding

c)

Halen van grondstoffen voor Europese industrie

d)

Factorijen en handelsposten

10.

Welk kenmerkend aspect past het beste bij deze afbeelding

a)

de sociale kwestie

b)

de industriële revolutie en de opkomst van de industriële samenleving

c)

de opkomst van politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionnalisme en feminisme

d)

democratische revoluties

11.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

b)

Het streven van vorsten naar absolute macht.

c)

Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie.

d)

De wetenschappelijke revolutie

12.

Bij welk kenmerkend aspect hoort het begrip aflaat?

a)

Het veranderende mens- en wereldbeeld van de renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling

b)

De hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke oudheid.

c)

Het begin van de Europese expansie overzee.

d)

De protestantse reformatie had splitsing van de christelijke kerk in West-Europa tot gevolg.

e)

Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat