wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Combiquiz Q4

Total questions: 56

Worksheet time: 2hrs 52mins

Name
Class
Date
1.

Hij mag de camerabeelden hebben, als hij ze wilt.

a)

Deze zin is goed geschreven.

b)

Deze zin is fout geschreven.

2.

Ik herkende de man als zijnde een harddrugsgebruiker.

a)

Deze zin is goed geschreven.

b)

Deze zin is fout geschreven.

3.

Deze verdachte zit al langer vast ... de voorgeschreven tijd toelaat.

a)

als

b)

dan

4.

Ik zit al even lang vast .... mijn celgenoot.

a)

als

b)

dan

5.

De agent gaf .... de cautie.

a)

zij

b)

hen

c)

hun

6.

...... spullen werden in beslag genomen.

a)

zij

b)

hen

c)

hun

7.

...... kregen daarom een KVI.

a)

zij

b)

hen

c)

hun

8.

De getuige vertelde: "Ik heb .... gisteren nog gezien."

a)

zij

b)

hen

c)

hun

9.

Deze verdachte is verslaafd ... GHB.

(a)  

10.

Deze agent is gespecialiseerd ... wapens en munitie.

(a)  

11.

Tijdens het buurtonderzoek informeerden de agenten bij alle buren (a)   de toestand van de verwarde man.

12.

Heb jij gezien wat er is (a)   (gebeuren)?

13.

De rechter (a)   (veroordelen) de man morgen tot 12 jaar cel.

14.

De ... (veroordelen) man barstte in huilen uit na het horen van het vonnis.

(a)  

15.

Ik zag dat de verdachte een lepel (oprapen).

(a)  

16.

Ik hoorde dat de man riep: "... (houden) je bek, trut!"

(a)  

17.

Op maandag 3 april 2023 …. (plaatsen) ik mijn fiets voor de ingang van de Albert Hein.

(a)  

18.

Ik weet niet wat hij ... (willen)

(a)  

19.

Ik … (chatten) gisteravond de hele avond met hem.

(a)  

20.

De rechter heeft de verdachte tot 12 jaar cel … (veroordelen).

(a)  

21.

De man …. ( mishandelen) de jongen op dit moment.

(a)  

22.

De man riep: “Ik heb de jongen niet …. ( mishandelen)!”

(a)  

23.

Het slachtoffer ... (vermoeden, tt) dat de verdachte hem een elleboog gaf.

(a)  

24.

Ik hoorde dat hij zei: "Zoals u het omschrijft, ... (gebeuren) het gisteren niet."

(a)  

25.

Dit hart is van steen. Het is een (a)   hart.

26.

De jas is van gore-tex. Het is een (a)   jas.

27.

Mijn stoelen zijn van kunstleer. Het zijn ... stoelen.

(a)  

28.

Dit bestek is van plastic. Het is (a)   bestek.

29.

Geef de juiste samenstelling:

jongen+fiets

(a)  

30.

Geef de juiste samenstelling:

politie+korps

(a)  

31.

Geef de juiste samenstelling:

kat+bak

(a)  

32.

Geef de juiste samenstelling:

spin+web

(a)  

33.

Geef de juiste samenstelling:

horloge+bandje

(a)  

34.

Geef de juiste samenstelling:

aap+trots

(a)  

35.

Men zegt dat de dood iedereen ...

a)

gelijk maakt

b)

gelijkmaakt

36.

Schrijf goed op: hoofd en snel wegen

(a)  

37.

Schrijf goed op: eet en drink bak

(a)  

38.

Schrijf goed op: ten laste legging

(a)  

39.

Hij gaat overal+onder+door

a)

over onder door

b)

overalonder door

c)

overalonderdoor

d)

overal onderdoor

40.

Kies de juiste schrijfwijze:

a)

s'morgens

b)

's morgens

41.

Kies de juiste schrijfwijze:

a)

s'-Hertogenbosch

b)

's-Hertogenbosch

42.

Ik heb dat verhaal van .... al eerder gehoord.

a)

jou

b)

jouw

43.

Ik hoorde dat .... zus al aangifte heeft gedaan.

a)

jou

b)

jouw

44.

Geef het meervoud: baby

(a)  

45.

Geef het meervoud: gemeente

(a)  

46.

Geef het meervoud: pyjama

(a)  

47.

Geef het verkleinwoord: menu

(a)  

48.

Geef het verkleinwoord: baby

(a)  

49.

Ik heb ze alle/allen gevraagd naar het bureau te komen.

a)

alle

b)

allen

50.

Beide/beiden verbalisanten schreven een proces-verbaal over de aanhouding.

a)

beide

b)

beiden

51.

De honden zijn alle/allen ondergebracht bij een andere fokker.

a)

alle

b)

allen

52.

Kies de juiste variant:

a)

industrieële

b)

industriële

c)

industriele

53.

Kies de juiste variant:

a)

commerciëel

b)

commercieël

c)

commercieel

54.

Welke zin heeft de juiste hoofdletters en leestekens?

a)

"Waar kan ik aangifte doen? vroeg de man aan de balie.

b)

"Waar kan ik aangifte doen? vroeg de man aan de balie."

c)

Waar kan ik aangifte doen? Vroeg de man aan de balie.

d)

"Waar kan ik aangifte doen?" vroeg de man aan de balie.

55.

Welke zin heeft de juiste leestekens en hoofdletters?

a)

"Ik ga aangifte doen," dacht de man, "want dan gebeurt er iets met die overlast."

b)

"Ik ga aangifte doen," dacht de man, want dan gebeurt er iets met die overlast.

c)

Ik ga aangifte doen, dacht de man, want dan gebeurt er iets met die overlast.

d)

Ik ga aangifte doen, "dacht de man," want dan gebeurt er iets met die overlast.

56.

Welke zin heeft de juiste leestekens en hoofdletters?

a)

Ik kocht de volgende producten eieren melk en chocola.

b)

Ik kocht de volgende producten: eieren melk en chocola.

c)

ik kocht de volgende producten: eieren, melk en chocola.

d)

Ik kocht de volgende producten: eieren, melk en chocola.