wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Overgang

Total questions: 15

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Als een vrouw in de overgang is, loopt de productie van het hormoon oestrogeen…

a)

op

b)

terug

2.

Waardoor ontstaat een opvlieger?

a)

Opvliegers zijn een overgangsverschijnsel dat niet te verklaren is.

b)

Doordat de huid plotseling haar poriën sluit en de lichaamstemperatuur in korte tijd hoog oploopt.

c)

Doordat de hypofyse in de hersenen van slag is en het lichaam onterecht denkt dat het moet gaan zweten.

d)

Vrouwen in de overgang zijn vaak chagrijnig en raken door de emotie letterlijk oververhit.

3.

Hoe lang duurt een opvlieger?

a)

Een halve minuut

b)

tien minuten

c)

Een half uur

d)

Alle zijn mogelijk

4.

Hoeveel procent van de vrouwen in de overgang heeft te maken met vaginale droogheid?

a)

55%

b)

45%

c)

35%

5.

Waar of niet waar: het woord menopauze is synoniem voor het woord overgang?

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Slecht slapen komt bij bijna alle vrouwen in de overgang voor. Hoe uit zich dat?

a)

Moeilijk in slaap vallen

b)

Veel wakker worden 's nachts

c)

's Ochtends vroeg wakker worden

d)

Alle zijn mogelijk

7.

Waardoor vermindert de behoefte aan seks bij vrouwen die in de overgang zijn?

a)

Dalende oestrogeenspiegels zorgen ervoor dat de schede minder doorbloed raakt, waardoor deze droger wordt en het vrijen minder prettig aanvoelt.

b)

Het hormoon testosteron zorgt voor de seksuele zin bij vrouwen. In de overgang vermindert de testosteronproductie en dus ook de seksuele zin.

c)

Beide antwoorden zijn juist.

8.

Waar of niet waar: vanaf het moment dat de overgang start, bent u onvruchtbaar?

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Tijdens de overgang verandert het lichaam van de vrouw. Het vet heeft de neiging om zich meer te concentreren op:

a)

Buik en borsten

b)

Heupen en billen

c)

Bovenbenen

d)

overal

10.

Welk eiwit zorgt ervoor dat spieren en gewrichten in de overgang kracht kunnen verliezen?

(a)  

11.

Zweten is bij mannen een symptoom van de 'penopauze'.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Mannen en vrouwenhuid verschilt van elkaar op 7 huidaspecten.

a)

Waar

b)

Niet waar

13.

Vrouwen hebben gemiddeld een dunnere huid dan mannen.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Mannen hebben grotere en dikkere talgklieren.

a)

Waar

b)

Niet waar

15.

Welk product bevat het minste vitamine D?

a)

Forel

b)

Roomboter

c)

Gekookt ei

d)

Margarine