wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz Pruiken en Revoluties

Total questions: 26

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Wat wordt er bedoeld met ratio?

a)

Een nieuwe uitvinding uit de 18e eeuw.

b)

De rede, (gezond) verstand.

c)

Herleving van klassieke ideeën.

d)

Dat mensen niet voor zichzelf dachten.

2.

Welk kenmerk past NIET bij de Verlichting?

a)

Geleerden gaan er vanuit dat mensen kunnen groeien en kunnen leren.

b)

Geleerden vinden dat andersgelovigen niet moeten worden vervolgd.

c)

Mensen volgen de adviezen op van anderen en denken niet voor zichzelf.

d)

Er werden vragen gesteld over de manier waarop de samenleving wordt bestuurd.

3.

Welke verlichte denker kwam met de driemachtenleer?

a)

Locke

b)

Montesquieu

c)

Rousseau

d)

Voltaire

4.

In een rechtsstaat hoeft niemand zich aan de wet te houden.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Wat is de juiste volgorde van belangrijkheid van de standenmaatschappij?

a)

Adel - Geestelijkheid - Boeren/burgers

b)

Geestelijkheid - Adel - Boeren/burgers

c)

Adel - Boeren - Burgers

d)

Geestelijkheid - Burgers - Boeren

6.
Frankrijk kende 3 standen. Welke stand had de meeste problemen met de plannen van de koning?
a)

De 1e stand

b)

De 2e stand

c)

De 3e stand

7.

Waarom waren de meeste Franse boeren arm?

a)

Zij moesten veel belasting betalen

b)

Zij kregen niet genoeg salaris

c)

De oogst mislukte regelmatig

d)

Zij hadden nauwelijks rechten

8.

De Franse koning Lodewijk XVI riep in 1789 de Staten-Generaal bijeen. Waarom deed hij dat?

a)

Hij was niet langer in staat om alleen te regeren.

b)

Hij had geen geld meer en moest toestemming vragen voor het verhogen van de belastingen.

c)

Hij wilde toestemming hebben om de standenmaatschappij af te schaffen.

9.

Wat was de slogan van de Franse Revolutie? Deze was geïnspireerd door de verlichting.

a)

Alle macht voor de koning!

b)

Vrijheid, gelijkheid, broederschap.

c)

De burgers bepalen alles!

d)

Carpe diem (pluk de dag).

10.

Met welke gebeurtenis begon de Franse Revolutie?

a)

Met de Bestorming van de Bastille.

b)

Met de oprichting van de Nationale vergadering.

c)

Met de ondertekening van de Franse grondwet.

d)

Met de onthoofding van Lodewijk XVI.

11.

Wat was géén oorzaak van de Franse Revolutie?

a)

De hoge belastingen voor de burgers

b)

Honger en armoede onder de boeren

c)

De absolute macht van de koning

d)

De onthoofding van Lodewijk XVI

12.
Bij een constitutionele monarchie staat de koning boven de grondwet.
a)

Juist

b)

Onjuist

13.

Tijdens de revolutie werd Frankrijk een republiek. Wat houdt dat in?

a)

Dit is een land met een koning die weinig macht heeft.

b)

Dit is een land met edelen die het land regeren.

c)

Dit is een land zonder echte  leider.

d)

Dit is een land zonder koning of keizer.

14.

Welke periode van de Franse Revolutie past bij deze afbeelding?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De terreur

c)

Onthoofding van Lodewijk XVI

d)

De Nationale Vergadering

15.

Zet de volgende gebeurtenissen in de juiste volgorde:

a)

De Nationale Vergadering wordt opgericht

b)

De bestorming van de Bastille

c)

De grondwet wordt ingevoerd

d)

Terreur onder Robespierre

e)

Staatsgreep van Napoleon

1)
2)
3)
4)
5)
16.

Wat was geen oorzaak van de Amerikaanse Revolutie?

a)

Verhoogde belastingen vanuit Engeland.

b)

Zucht naar vrijheid onder de Amerikanen.

c)

De invloed van de Franse Revolutie.

d)

Gebrek aan vertegenwoordiging in Britse politiek.

17.

Wat was het doel van de Amerikaanse revolutie?

a)

De verlichting doorvoeren.

b)

Onafhankelijk worden van Engeland.

c)

Een eigen bestuur instellen.

d)

Vrijheid voor slaven.

18.

Wat was het gevolg van deze uitspraak?

a)

Oorlog tussen Frankrijk en Engeland. Frankrijk verliest.

b)

Oorlog tussen Amerika en Engeland. Amerika wint.

c)

Oorlog tussen Amerika en Engeland. Engeland wint.

d)

Amerika wordt direct een onafhankelijk land.

19.

Wat is een abolitionist?

a)

Deze wil handelen in slaven.

b)

Deze wil slaven verkopen.

c)

Deze wil slavenhandel afschaffen.

d)

Deze wil slavenhandel promoten.

20.

Noem het begrip dat hoort bij de volgende omschrijving:

'Idee dat je beter bent dan iemand anders'

a)

Racisme

b)

Superioriteitsgevoel

c)

egoïstisch

21.

Bekijk de afbeelding. Is de tekenaar van deze bron een abolitionist?

a)

Ja

b)

Nee

22.

Door welke ideeën vond men dat de slavernij afgeschaft moest worden? Er zijn antwoorden goed.

a)

Slavernij was niet meer winstgevend.

b)

Slaven zijn gelijk aan blanken en moesten betaald krijgen.

c)

Slaven mogen ook in vrijheid leven.

d)

Er waren steeds minder slaven beschikbaar.

23.

Welke land schafte als eerste de slavernij af?

a)

Amerika

b)

Engeland

c)

Frankrijk

d)

Nederland

24.

Welke land liet na de afschaffing de slaven alsnog 10 jaar doorwerken op de plantages?

a)

Amerika

b)

Engeland

c)

Frankrijk

d)

Nederland

25.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze afbeelding?

a)

Het denken over staat en maatschappij in de verlichting.

b)

Het streven naar grondrechten en naar politieke invloed.

c)

Slavenarbeid op plantages en de opkomst van het abolitionisme.

26.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze afbeelding?

a)

Het denken over staat en maatschappij in de verlichting.

b)

Het streven naar grondrechten en naar politieke invloed.

c)

Slavenarbeid op plantages en de opkomst van het abolitionisme.