Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

frans studeren pg238-240

Total questions: 67

Worksheet time: 1hrs 7mins

Name
Class
Date
1.

het verband

(a)  

2.

de pil

(a)  

3.

het lichaam

(a)  

4.

de dokter

(a)  

5.

de vrepleger

(a)  

6.

de pijnstiller

(a)  

7.

de zalf

(a)  

8.

pijn hebben aan

(a)  

9.

bewegen

(a)  

10.

onderzoeken

(a)  

11.

opheffen

(a)  

12.

plooien

(a)  

13.

zich kwetsen aan

(a)  

14.

breken

(a)  

15.

hoesten

(a)  

16.

behalve dat

(a)  

17.

veel beterschap

(a)  

18.

in topvorm zijn

(a)  

19.

verkouden zijn

(a)  

20.

zwak zijn

(a)  

21.

moe zijn

(a)  

22.

het hart

(a)  

23.

de vinger

(a)  

24.

de rug

(a)  

25.

de neus

(a)  

26.

het oog

(a)  

27.

de teen

(a)  

28.

de voet

(a)  

29.

de buik

(a)  

30.

het aangezicht

(a)  

31.

de mond

(a)  

32.

de tand

(a)  

33.

de schouder

(a)  

34.

de keel

(a)  

35.

de hand

(a)  

36.

de nek

(a)  

37.

het oor

(a)  

38.

de borstkas

(a)  

39.

het hoofd

(a)  

40.

het ziekenhuis

(a)  

41.

de ziekenwagen

(a)  

42.

het ziekenhuis

(a)  

43.

de apotheek

(a)  

44.

de beugel

(a)  

45.

het ijsblokje

(a)  

46.

de pleister

(a)  

47.

het tabletje

(a)  

48.

de astma

(a)  

49.

de verkoudheid

(a)  

50.

de diarree

(a)  

51.

de verstuiking

(a)  

52.

de koorts

(a)  

53.

de griep

(a)  

54.

gedeprimeerd

(a)  

55.

helpen

(a)  

56.

opbellen

(a)  

57.

vooruitgaan

(a)  

58.

zich draaierig voelen

(a)  

59.

een gebroken arm hebben

(a)  

60.

kloppen

(a)  

61.

lopen

(a)  

62.

in bed blijven

(a)  

63.

stappen

(a)  

64.

blijven

(a)  

65.

stoppen

(a)  

66.

zich verbranden

(a)  

67.

vallen

(a)