wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Communicatie

Total questions: 15

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

Het aantal miscommunicaties neemt af naarmate technologie toeneemt.

a)

juist

b)

fout

2.

Ik ervaar vaak misverstanden in mijn communicatie met anderen.

a)

Erg vaak

b)

Af en toe

c)

Bijna niet

3.

Het hangt er voor de interpretatie vaak van af hoe je iets zegt.

De toon bepaalt de boodschap meer dan de inhoud.

a)

juist

b)

fout

4.

Een boodschap als 'Geniet van dat koekje'' is altijd neutraal.

a)

juist

b)

fout

5.

Het duidelijk en expliciet verwoorden van je boodschap voorkomt vaak, maar niet altijd, miscommunicatie.

a)

juist

b)

fout

6.

De manier waarop je iets formuleert, de keuze van je woorden, heeft invloed op het effect van de communicatie, bv. "Geef me uw telefoonnummer".

a)

juist

b)

fout

7.

Bij geschreven boodschappen is er meer mogelijkheid tot misverstanden omdat de toon niet hoorbaar is. Daarom is het soms goed er een emoticon of emoji bij te gebruiken.

a)

juist

b)

fout

8.

Een woord gebruiken als 'allochtoon' in een gesprek, kan tot misverstanden leiden, vooral omwille van de volgende reden:

a)

de toon waarop het gezegd wordt

b)

de invulling die ze elk eraan geven

c)

het kanaal waarlangs de communicatie verloopt

9.

Jasmin wil een brief schrijven naar Jasper. In dit model is de 'brief' welk element?

a)

de zender

b)

het kanaal

c)

de context

d)

de boodschap

10.

Een leerling stuurt een mail naar een leerkracht met de melding dat hij of zij ziek was in de vakantie en een taak niet heeft gemaakt. Maar er wordt geen specifieke vraag gesteld. Er is een probleem met ...

a)

de zender

b)

het kanaal

c)

het doel

d)

de boodschap

11.

Je belt naar iemand maar er is storing op de lijn. Er is een probleem met ...

a)

de zender

b)

het kanaal

c)

het doel

d)

de boodschap

12.

Een leerling wordt bij de directeur geroepen omdat hij iets mispeuterd heeft. Hij praat in dialect tegen de directeur. Hij houdt geen rekening met ...

a)

de ontvanger

b)

de context

c)

het kanaal

d)

de boodschap

13.

Als het doel van de communicatie en het effect ervan samenvallen, dan is de communicatie geslaagd.

a)

juist

b)

fout

14.

Wat is het nummertje 7 in dit model?

a)

kanaal

b)

context

c)

effect

d)

doel

15.

Hoe heet het fenomeen dat aangeduid wordt met die rode ww?

(a)