wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H5 Bevolking en ruimte in Duitsland

Total questions: 41

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

In West-Berlijn kon tot 1989 geen suburbanisatie voorkomen. Waarom niet?

a)

door de strenge overheid

b)

het sterftecijfer lag heel hoog dus er was geen woningnood

c)

de Berlijnse Muur stond om West-Berlijn heen

d)

in het communistische westen waren mensen arm

2.

Het demografische transitiemodel geeft inzicht in:

a)

de natuurlijke bevolkingsgroei

b)

de sociale bevolkingsgroei

3.

Wat kunnen we zeggen over geboorteoverschot en sterfteoverschot in Duitsland en Nederland?

a)

In Nederland en Duitsland is een geboorteoverschot

b)

In Nederland en Duitsland is een sterfteoverschot

c)

In Nederland is een geboorteoverschot; in Duitsland een sterfteoverschot

d)

In Nederland is een sterfteoverschot; in Duitsland een geboorteoverschot

4.

Vooral de jonge mensen vertrokken uit de oostelijke deelstaten, waardoor de vergrijzing hier sneller verliep dan in West-Duitsland.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Het Ruhrgebied en de Randstad hebben allebei een meerkernengroeimodel

a)

Juist

b)

Onjuist

6.
Bij welke fase uit het demografische transitiemodel past de afbeelding het beste?
a)
Fase 1
b)
Fase 2
c)
Fase 4
d)
Fase 5
7.
Bij welke fase uit het demografische transitiemodel past de afbeelding het beste?
a)
Fase 2
b)
Fase 3
c)
Fase 4
d)
Fase 5
8.

De babyboom begon in Duitsland later dan in Nederland, dus de babyboomgeneratie in Duitsland is ouder dan die in Nederland

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

vul het juiste jaartal in:

Oprichting van de Duitse Democratische Republiek

(a)  

10.

De Bondsrepubliek Duitland was:

a)

democratisch

b)

communistisch

c)

Kapitalistisch

11.

De Democratische Republiek Duitland was:

a)

democratisch

b)

communistisch

c)

Kapitalistisch

12.

Zo heet de grens tussen het Oost- en het Westblok

(a)  

13.

Klik zinnen die waar zijn aan

a)

De grens tussen Oost en West lag dwars door Duitsland

b)

Berlijn werd communistisch

c)

Berlijn werd kapitalistisch

d)

Niet alleen Duitsland, maar ook Berlijn werd verdeeld

14.

Bevolkingsspreiding is ...

a)

Het aantal inwoners gedeeld door de oppervlakte van een land.

b)

Het gemiddelde aantal jaren dat de inwoners van een land zullen leven.

c)

De bevolkingsgroei door geboorte en sterfte.

d)

De manier waarop de bevolking over een gebied verdeeld is.

15.

Een goed voorbeeld van zware industie is:

a)

Een banketbakker

b)

Een kolencentrale

c)

Een fabriek waar speelgoed wordt gemaakt

d)

Een vissersboot

16.

Tot welke sector behoord de afbeelding?

a)

Primaire sector

b)

Secundaire sector

c)

Tertiaire sector

17.

Welke sector zie je hier?

a)

Primaire sector

b)

Secundaire sector

c)

Tertiaire sector

18.

Na 1961 accepteerden steeds meer Oost-Duitsers het regime van de DDR. Wat is hiervoor GEEN goede verklaring?

a)

vluchten was sowieso nu geen optie meer door de komst van de Muur

b)

de welvaart in de DDR nam toe

c)

er kwam meer ontspanning in de Koude Oorlog

d)

de BRD kreeg een nieuwe Bondskanselier

19.

Welke zin hoort niet bij stedelijke vernieuwing?

a)

Aanleg van voorzieningen als sportvelden

b)

Bouw van kantoren en nieuwe bedrijven

c)

Inwoners helpen met werk, opleiding en zorg

d)

vernieuwing van woningen, straten en parken

20.

Wat is gentrificatie?

a)

De komst van rijke mensen in een arme woonwijk, waardoor de buurt langzaam opknapt.

b)

Het leeglopen van stadswijken door de verhuizing van mensen van de stad naar het platteland

c)

Het ontstaan van stadswijken door de verhuizing van mensen van het platteland naar de stad

d)

Het verdwijnen van woningen in een buurt en de komst van kantoren en winkels

21.

Wat zijn oorzaken van de vergrijzing in Duitsland?

a)

Emigratie en immigratie

b)

Hoger geboortecijfer

c)

Hogere levensverwachting

d)

Lager geboortecijfer

e)

Lagere levensverwachting

22.

Op welke plaats in figuur 2 verwacht je de meeste gentrificatie?

a)

Bij 1

b)

Bij 2

c)

Bij 3

d)

Bij 4

e)

Bij 5

23.

Welk woord past niet in het rijtje?

Mijnbouw - Ruhrgebied - vestigingsoverschot - werkloosheid

a)

Mijnbouw

b)

Ruhrgebied

c)

Vestigingsoverschot

d)

Werkloosheid

24.

Welke uitspraken zijn waar?

a)

Berlijn heeft met suburbanisatie en re-urbanisatie te maken

b)

in de lichte industrie worden veel halffabricaten als grondstof gebruikt

c)

een groentewinkel is een erg kapitaalintensief bedrijf

d)

de euro draagt bij aan Europese integratie

25.

Juist of onjuist?

De meeste nieuwbouwwijken in Berlijn vind je aan de randen van steden.

a)

Juist

b)

Onjuist

26.

Waarom had Berlijn na de val van de Muur te maken met een vertrekoverschot?

a)

Er waren te weinig woningen voor het aantal mensen dat in Berlijn woonde

b)

Veel mensen wilden na de oorlog in Berlijn wonen

c)

Veel mensen verhuisden naar de rustige en veilige dorpen naar een huis met een tuin

27.

Wat wordt er door stedelijke vernieuwing verbeterd?

a)

Leefbaarheid

b)

Integratie

c)

Renovatie

28.

Waardoor komt het huidige vestigingsoverschot in Berlijn?

a)

Urbanisatie

b)

Suburbanisatie

c)

Re-urbanisatie

29.

Juist of onjuist?

Iemand die werkloos is, hoort bij de beroepsbevolking

a)

Juist

b)

Onjuist

30.

Wat past er bij de situatie van Duitsland direct na 1945?

a)

Duitsland was economisch verwoest

b)

Er was in Duitsland nauwelijks gevochten tijdens WO2

c)

Duitsland was moreel ontwricht

d)

Duitsland was sociaal ontwricht

e)

Duitsers hunkerden massaal naar wraak

31.
In welke helft van Duitsland ligt Berlijn?
a)
West-Duitsland
b)
Oost-Duitsland
32.
Landen die Duitsland gingen besturen na de Tweede Wereldoorlog waren:  de Verenigde Staten, de Sovjet Unie, Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland en België
a)
Juist
b)
Onjuist
33.
Duitsland werd in 1949 opgedeeld. Welk deel kreeg de Sovjet-Unie?
a)
West-Duitsland, Oost-Berlijn
b)
Oost-Duitsland, West-Berlijn
c)
Oost-Duitsland, Oost-Berlijn
d)
West-Duitsland, West-Berlijn
34.
De BRD, Bondsrepubliek Duitsland hoort bij West-Duitsland
a)
Juist
b)
Onjuist
35.
De DDR staat voor Duitse Democratische Republiek
a)
Juist
b)
Onjuist
36.
Wanneer was de bouw van de Berlijnse Muur?
a)
1989
b)
1945
c)
1946
d)
1961
37.
Tik het Juiste antwoord aan:
Westerse landen protesteerden bijna niet bij de bouw van de Berlijnse muur omdat ze bang waren dat
a)
Ze geen handel meer konden drijven met het Oosten
b)
Mensen van het Westen naar het Oosten vluchten
c)
Dat er bij protest, een derde wereld oorlog zou komen
d)
Ze het niet interesseerden
38.
Waarom is de Koude Oorlog ''koud''?
a)
Omdat het in die periode erg koud was
b)
Er waren wel conflicten maar er werd nooit direct gevochten
c)
Omdat de Verenigde Staten de Sovjet Unie koud vond
d)
Omdat de Sovjet Unie de Verenigde Staten Koud vond
39.
Wanneer was de val van de Berlijnse Muur?
a)
1945
b)
1961
c)
1984
d)
1989
40.

Een reden om naar een land te verhuizen noemen we een aantrekkingskrachtfactor.

Klik op 3 aantrekkingsfactoren

a)

veiligheid

b)

familie en vrienden

c)

werkloosheid

d)

aardbevingen

e)

klimaat

41.

Een reden om weg te gaan uit je eigen land, noemen we aan afstotingsfactor.

Klik op 3 afstotingsfactoren

a)

veiligheid

b)

familie en vrienden

c)

werkloosheid

d)

aardbevingen

e)

klimaat