wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

A2 genen en erfelijkheid 1 tm 3

Total questions: 22

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Een vrouw heeft

a)

XX chromosomen

b)

XY chromosomen

c)

YY chromosomen

2.

Hoeveel chromosomen zitten er in een lichaamscel van de mens?

a)

23

b)

46

c)

32

d)

64

3.

Hoeveel chromosomen heeft een cel van de maagwand?

a)

2

b)

23

c)

46

d)

Dat kun je niet weten

4.

Hoeveel chromosomen heeft een geslachtscel van een mens?

a)

0

b)

23

c)

32

d)

46

e)

64

5.

Hoeveel chromosomenparen heeft een geslachtscel van een mens?

a)

0

b)

23

c)

32

d)

46

e)

64

6.

Is het genotype van alle cellen van een organisme hetzelfde?

a)

Ja

b)

Nee

7.

Welk deel van je DNA is afkomstig van je moeder?

a)

0%

b)

25%

c)

50%

d)

100%

8.

Je genotype ontstaat bij de bevruchting van een eicel door een zaadcel

a)

waar

b)

niet waar

9.

Waar is dit een foto van ?

a)

Chromosomen

b)

zaadcellen

c)

eicellen

d)

DNA

10.

Als je een bruin kleurtje hebt gekregen van de zon, dan is je ............veranderd.

a)

fenotype

b)

genotype

11.

Chromosomen zitten in ...............

a)

Het DNA

b)

de genen

c)

de celkern

12.

In het DNA vormen de basen A, C, G en T vaste paren. Welke paren zijn dat?

a)

A en G, C en T

b)

A en C, G en T

c)

A en T, C en G

13.

In de afbeelding zie je een jonge Maleise tapir en zijn moeder. Heeft het jonge dier hetzelfde fenotype als het volwassen dier?

a)

juist

b)

onjuist

14.

Wanneer ligt het fenotype van een iemand vast?

a)

Bij de vorming van de eicel

b)

Bij de bevruchting

c)

Bij de geboorte

d)

Nooit

15.

Een kat heeft in een lichaamcel 38 chromosomen. Hoeveel zitten er dan is een geslachtscel?

a)

38

b)

19

c)

18

d)

76

16.

Een bioloog bepaald het aantal chromosomen van een cel onder de microscoop. Zij telt er 21. Welke conclusie kun je nu trekken?

a)

Dit is een geslachtscel

b)

Dit is een lichaamscel

c)

Dit kan een lichaamscel of een geslachtscel zijn

17.

Zijn de volgende uitspraken juist?

1 Bij gewone celdeling deelt een moedercel zich in twee dochtercellen die hetzelfde zijn als de moedercel.

2 Het genotype komt tot stand op het moment van geboorte.

a)

1 en 2 zijn juist

b)

1 en 2 zijn onjuist

c)

1 is juist, 2 is onjuist

d)

1 is onjuist, 2 is juist

18.

Wat is een allel?

a)

Een gen

b)

Een variant van een gen

c)

Een chromosoom

19.
Jesse's haar heeft zwart haar. Dit heeft hij blauw geverfd. Wat is zijn genotype?
a)
zwart 
b)
blauw
c)
zwart en blauw
d)
beide kleuren niet
20.

Wat voor DNA zit er in je oogcellen?

a)

alleen DNA voor de kenmerken van het oog

b)

Dat ligt er aan waar in het oog het ligt

c)

Dat kan je niet weten

d)

Alle informatie van je DNA

21.

Wat is geen voorbeeld van een mutagene stof?

a)

UV straling

b)

Rontgen straling

c)

Sigaretten rook

d)

infraroodstraling

22.

Je noemt iemand een mutant wanneer

a)

er een mutatie in je DNA zit

b)

Je zichtbaar een mutatie hebt

c)

je bij de xman zit

d)

Je mutagene stof binnen heb gekregen