Font size
WorksheetsV5 H1 Stedelijke gebieden 1-3
Total questions: 57
Worksheet time: 41mins
Woonwijk gebouwd tussen 1870 en 1920.
(a)
De grote kloof tussen banen voor theoretisch en praktisch opgeleiden.
(a)
Een stad waarin toekomstige generaties er goed kunnen blijven leven.
(a)
De productiefactoren arbeid en kapitaal zijn sterk gericht op de ontwikkeling en toepassing van nieuwe technologie.
(a)
Een wijk gebouwd tussen 1950 en 1970 waar hoogbouw wordt afgewisseld met laagbouw.
(a)
Samenwerking tussen het bedrijfsleven en de overheid bij grote bouwprojecten.
(a)
Het gescheiden wonen van bevolkingsgroepen in aparte woonwijken.
(a)
Bedrijventerreinen in de buurt van een universiteit met uitstekende digitale infrastructuur.
(a)
Een stad die maximaal gebruik maakt van digitale technologie.
(a)
Bedrijven in de tertiaire sector die allerlei diensten aan het bedrijfsleven en de overheid bieden.
(a)
Een plaats aangewezen door de overheid (vanaf 1993) om suburbanisatie door middel van nieuwbouw op te vangen, aan de rand van een bestaande stad.
(a)
Beleidsdocument waarin een langetermijn planningstaat voor de ruimtelijke ordening van een gebied.
(a)
Beleid in de ruimtelijke ordening waarin de bebouwing gespreid wordt over woonkernen.
(a)
Beleid dat maar voor een sector of onderwerp wordt vastgesteld.
(a)
Alle regels die er bestaan over de inrichting van de ruimte.
(a)
Een wet met alle regels over de fysieke omgeving en de maatschappelijke participatie in de besluitvorming.
(a)
Plaatsen op enige afstand van grote steden, die vanaf 1975 sterk groeiden door suburbanisatie.
(a)
Beleid in de ruimtelijke ordening gericht op het concentreren van bebouwing in steden.
(a)
Gebied rond een voorziening waarin de meeste mensen gebruikmaken van de voorziening.
(a)
Steden die door middel van infrastructuur en onderlinge relaties sterk met elkaar verbonden zijn.
(a)
De afstand die klanten willen afleggen voor een voorziening.
(a)
Het proces van globalisering in de stedelijke samenleving, waarbij grootstedelijke functies zich concentreren.
(a)
Stedelijk gebied dat niet alleen de kernstad, maar ook de voorsteden en het ommeland omvat.
(a)
Intercontinentale transportknooppunten.
(a)
Daling van het aantal inwoners in een gebied.
(a)
Activiteiten in bedrijvigheid, openbaar bestuur, kennis, cultuur en recreatie, waarvan de bevolking in de wijde omtrek van steden gebruikmaakt.
(a)
Waar of niet waar. Nederland is van een industriële economie naar een kenniseconomie gegaan.
Waar.
Niet waar.
Wat zijn, qua bevolking, echte krimpregio's in Nederland?
De Randstad
Groningen en Drenthe
Noord-Brabant en Limburg
Flevoland en Gelderland
Uit welke 2 soorten kennis bestaat de kenniseconomie?
Technologische kennis en sociale kennis
Marktkennis en ondernemingskennis
Stadskennis en bestuurskennis
Bekijk het plaatje. Wat is een science park?
Een locatie waar universiteiten en bedrijven nauw samenwerken.
Een locatie waar veel chemische proeven gedaan worden.
Een locatie waar alleen maar universiteiten zitten
Waar of niet waar. De Nederlandse bevolking groeit.
Waar.
Niet waar.
Wat is een 'smart city'?
Steden waar scholen en bedrijven zitten die alleen maar om technologie bekend staan
Steden die veel gebruik maken van digitale technologie.
Steden waar boeken de belangrijkste bron zijn van informatie.
Wat valt er onder 'de publieke sector'?
Bedrijven
De overheid
Winkels en horeca
Bekijk de afbeelding. Wat zien we hier?
Saneren
Restaureren
Renoveren
'Ik voel mezelf niet veilig na 23:00 in dit park'. Gaat deze zin over objectieve of subjectieve veiligheid?
Objectief
Subjectief
Geen van beide
Hoe noem je het fenomeen als een wijk volledig opgeknapt wordt en de leefbaarheid daardoor beter wordt?
Herstructurering
Aanpassingstaak
Re-urbanisatie
Publiek-private samenwerking
Welk onderdeel valt niet onder 'bewonerskenmerken'?
Etniciteit
Inkomen
Woningtype
Leeftijd
Waar of niet waar. Een stadspark is een voorbeeld van een publieke ruimte.
Waar.
Niet waar.
Wat is ruimtelijke segregatie?
Als bevolkingsgroepen gescheiden leven in een stad
Als bevolkingsgroepen gemengd wonen door de hele stad
Rotterdam doet veel aan stedelijke vernieuwing. Wat is het belangrijkste doel van stedelijke vernieuwing?
Verbeteren van de voorzieningen.
Verbeteren van de leefbaarheid.
Verbeteren van de inrichting.
Verbeteren van de leefomgeving.
wat is het Groene Hart?
De groene parken in de steden
de polders en weilanden tussen de grote steden van de Randstad
Het midden van de Randstad
De plek waar Vinex wijken staan
Vinex wijken zijn
nieuwbouwwijken rondom de grote steden
nieuwbouwwijken in de dorpen
oude wijken in het stadscentrum
wijken uit de jaren '60
De vestiging van een tweede bakker in een dorp heeft invloed op
Alleen draagvlak
Alleen verzorgingsgebied en reikwijdte
Alleen draagvlak en reikwijdte
Verzorgingsgebied, draagvlak en reikwijdte
Welke verandering past niet bij 'de compacte stad'?
Sanering
Renoveren
Vinex
Suburbanisatie
Welke stadsvernieuwing heeft geen effect op de woningdichtheid van een gebied?
Renoveren
Saneren
Nieuwbouw
Vinex
Dit zijn twee kaartjes van Eindhoven en omliggende gemeenten. Welke uitspraak hierover is de juiste?
Kaartje A hoort bij 1970 en hierdoor wordt de stad armer.
Kaartje B hoort bij 2000 en hierdoor wordt de stad rijker.
Kaartje A hoort bij 1970 en hierdoor wordt de stad rijker,
Kaartje B hoort bij 2000 en hierdoor wordt de stad armer.
Kaartje A hoort bij 2000 en hierdoor wordt de stad armer.
Kaartje B hoort bij 1970 en hierdoor wordt de stad rijker.
Kaartje A hoort bij 2000 en hierdoor wordt de stad rijker.
Kaartje B hoort bij 1970 en hierdoor wordt de stad armer.
In Raalte is de Hartkampschool enkele jaren geleden gesloopt, omdat deze school samenging met een andere school. Nu worden er nieuwe woningen gebouwd. Past dit in het idee van 'De Compacte Stad'?
Ja, want de Hartkampschool werd gesloopt om plaats te maken voor nieuwe huizen (sanering).
Ja, want deze open plek in Raalte wordt benut om nieuwe huizen te bouwen.
Nee, want de woningdichtheid neemt hierdoor te weinig toe.
Nee, want een Vinex-wijk is veel groter dan enkele nieuwe huizenblokken.
Dit is een voorbeeld van:
renovatie
segregatie
sanering
woningdichtheid
Welke uitspraak is waar?
Bij sanering daalt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk af.
Bij sanering daalt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk toe.
Bij sanering stijgt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk af.
Bij sanering stijgt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk toe.
Welke uitspraak is waar?
Bij sanering daalt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk af.
Bij sanering daalt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk toe.
Bij sanering stijgt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk af.
Bij sanering stijgt de woningdichtheid en neemt het aantal inwoners in een wijk toe.
In vrijwel alle grote steden kom je probleemwijken tegen. Hier wonen vaak mensen met een laag inkomen en een niet-westerse migratieachtergrond. Zij leven en wonen min of meer gescheiden van de andere stadsbewoners. Welke uitspraak klopt?
Dit is een voorbeeld van integratie.
Dit is een voorbeeld van cultuurbeleid.
Dit is een voorbeeld van migratie.
Dit is een voorbeeld van segregatie.
Dit kaartje laat met drie trefwoorden schematisch oorzaken zien van de verstedelijking van Eindhoven vanaf 1900.
Hieronder staan vier oorzaken. Welke hoort niet bij de verstedelijking van Eindhoven?
Het hoge geboorteoverschot.
De vestiging van industrie.
De mechanisatie van de landbouw.
Het idee van de compacte stad.
Dit kaartje laat met drie trefwoorden schematisch oorzaken zien van suburbanisatie in de regio Eindhoven vanaf 1960.
Hieronder staan vier oorzaken. Welke hoort niet bij de suburbanisatie in de regio Eindhoven?
Fabrieken in de stad verhuizen naar de rand van de stad of lagelonenlanden.
Wonen in een nieuwbouwwijk in Best.
De buurt wordt gesaneerd en gerenoveerd.
De oude wijken in de stad krijgen bewoners met een laag inkomen.
Dit kaartje laat met drie trefwoorden schematisch oorzaken zien van re-urbanisatie in de regio Eindhoven vanaf 1990.
Hieronder staan vier oorzaken. Welke hoort niet bij de re-urbanisatie in de regio Eindhoven?
Er zijn groeikernen ontwikkeld met nieuwe, ruime woonwijken.
De fabrieken zijn verdwenen, maar in de mooiste gebouwen kun je wonen en zijn er tal van bedrijfjes.
Oude buurten dicht bij het centrum worden opgeknapt en modern ingericht.
Het idee van de compacte stad.
Voor bakkerij Hartog in Amsterdam Oost stappen mensen uit allerlei buurten op de fiets. Wat weet je over deze voorziening?
Hartog heeft een grotere reikwijdte dan een gewone bakker
Hartog heeft een groter draagvlak dan een gewone bakker
Hartog heeft een lagere drempelwaarde dan andere bakkers
Hartog heeft 'n kleiner verzorgingsgebied dan andere bakkers
Ziekenhuizen heb je meestal niet op het platteland. De oorzaak hiervoor is vooral:
Drempelwaarde
Verzorgingsgebied
Reikwijdte
Cornelis Prul
