wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Waarnemen

Total questions: 55

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.
Wat zijn zintuigen?
a)
ogen, oren, mond, neus, huid, handen
b)
ogen, mond, oren, huid, neus
c)
ogen, oren, mond, huid, neus, voeten
d)
ogen, oren, mond, huid, neus, gevoel
2.
Wat kun je met je zintuigen doen?
a)
informatie uit je omgeving zien
b)
informatie uit je omgeving horen
c)
informatie uit je omgeving waarnemen
d)
geen idee
3.
Je zintuigen nemen
a)
taken waar
b)
mensen waar
c)
prikkels waar
d)
iets op
4.
Elk zintuig is gevoelig voor
a)
dezelfde prikkel
b)
geen prikkel
c)
veel prikkels
d)
een eigen prikkel
5.
In de zintuigen wordt van een prikkel een
a)
taak gemaakt
b)
afdruk gemaakt
c)
impuls gemaakt
d)
inpuls
6.
Een impuls gaat door je zenuwen naar
a)
je zintuigen
b)
je botten
c)
je spieren
d)
je hersenen
7.
Zenuwen zitten
a)
nergens in je lichaam
b)
overal in je lichaam
c)
ergens in je lichaam
d)
ergens buiten je lichaam
8.
Zenuwen komen samen in
a)
je spieren
b)
je hersenen
c)
je ruggenmerg
d)
je skelet
9.
Zenuwen, ruggenmerg en hersenen vormen samen
a)
het skelet
b)
het orgaanstelsel
c)
het spierstelsel
d)
het zenuwstelsel
10.
Je neemt pas waar als de impulsen
a)
in je hersenen zijn aangekomen
b)
onderweg zijn naar je hersenen
c)
in je ruggenmerg zijn aangekomen
d)
in je spieren zijn aangekomen
11.
Geluid is een
a)
zintuig
b)
waarneming
c)
prikkel
d)
impuls
12.

Een zintuig: Het is een orgaan dat reageert op prikkels

a)

waar

b)

niet waar

13.

Wat hoort niet bij de (centrale)zenuwstelsel?

a)

hersenen

b)

zenuwen

c)

ruggenmerg

d)

zintuigen

14.

Welke zintuig reageert op de adequate prikkel 'licht'?

a)

Oor

b)

Oog

c)

neus

d)

huid

15.

Welke volgorde is de juiste?

a)

Prikkel --> zintuig --> impuls --> zenuw --> hersenen --> impuls --> zenuw

b)

Zintuig --> prikkel --> impuls --> hersenen --> zenuw

c)

Prikkel -> impuls --> zenuw --> hersenen --> zenuw --> impuls

d)

Zintuig --> impuls --> hersenen --> zenuw --> impuls

16.

Is de volgende zin een goed voorbeeld van een prikkel?

De temperatuur van het kopje thee is warm.

a)

Ja

b)

Nee

17.

In je huid heb je vier soorten zintuigen, welke zintuigen zijn dat?

a)

Warmtezintuigen, bloedvaten, tastzintuigen en pijnzintuigen

b)

Drukzintuigen, zweetkliertjes, bloedvaten en koudezintuigen

c)

Warmtezintuigen, tastzintuigen, koude zintuigen en drukzintuigen

18.
Wat is de adequate prikkel van het oor?
a)
Geluidstrillingen
b)
Licht
c)
Geur
d)
Waarnemen
19.
Het oor zorgt voor je evenwicht.
a)
Juist
b)
Onjuist
20.

Wat is GEEN zintuig?

a)

Oor

b)

Oog

c)

Hand

d)

Neus

21.

Wat is een prikkel?

a)

Een elektrisch signaal

b)

Een voorwerp

c)

Je ruggenwervel

d)

Informatie uit de omgeving

22.

Waar gaan impulsen doorheen?

a)

Zenuwen

b)

Bloedvaten

c)

Botten

d)

Haren

23.

Een snelle onbewuste reactie is een ...

a)

Reflex

b)

Impuls

c)

Prikkel

d)

Zenuw

24.

Een zintuig zet prikkels om in ...

a)

een waarneming

b)

andere prikkels

c)

impulsen

d)

zenuwen

25.

Je hebt gesport. Door het zweten heb je veel water verloren. Je hebt nu heel erg dorst.


Dit is een...

a)

Inwendige prikkel

b)

Uitwendige prikkel

26.

Geluid en licht zijn voorbeelden van impulsen

a)

Waar

b)

Niet waar

27.

Een prikkel wordt via de volgende route verwerkt:


prikkel --> zintuig --> ? --> zenuw --> hersenen --> ? --> zenuw --> spier


Welk begrip moet er op de ? staan

a)

Impuls

b)

Adequate prikkel

c)

Drempelwaarde

d)

Gewenning

28.

Je kan je drempelwaarde VERLAGEN door middel van

a)

gewenning

b)

motivatie

29.

Welk smaakzintuig zal geprikkeld worden bij het eten van een citroen?

a)

Zoet

b)

Zuur

c)

Umami

d)

Zout

30.

Waarom proef je je eten minder goed als je verkouden bent?

a)

Je neus is verstopt waardoor de reukzintuigjes niet kunnen helpen bij het vormen van complexere smaken.

b)

In je neus zitten ook smaakzintuigjes die nu verstopt zijn.

c)

Wanneer je verkouden bent werken je zout smaakzintuigjes minder goed door het zoute snot.

d)

Bij verkoudheid raken de smaakzintuigjes ontstoken waardoor ze minder goed werken.

31.

Welke zintuigjes vind je zowel in de huid als op de tong?


Tik alle goede antwoorden aan.

a)

Pijnzintuigjes

b)

Warmtezintuigjes

c)

Koudezintuigjes

d)

Tastzintuigjes

e)

Smaakzintuigjes

32.
who is that pokemon
a)
pokemon
b)
Eevee
c)
Tytenn
d)
Blaziken
33.
who is that pokemon
a)
Blaz
b)
Victini
c)
Alex
d)
Munchlax
34.
who is that pokemon
a)
Charmander
b)
Eevee
c)
Blaz
d)
combusken
35.
who is that
a)
pokemon
b)
onno
c)
Ash
d)
Dawn
36.
who is that pokemon
a)
Meganium
b)
Alakazam
c)
Delphox
d)
Tyranitar
37.

Wie is de start-knokker?

a)
b)
c)
d)
38.

Wie is Bibi?

a)
b)
c)
d)
39.

Wie ben ik?

a)

Brick

b)

Broek

c)

Brock

d)

Kok

40.

Wie is Léon?

a)
b)
c)
d)
41.

Wat is nummer 5?

a)

De oogzenuw

b)

De pupil

c)

Het harde oogvlies

d)

Het glasachtig lichaam

42.

De huid bestaat uit drie verschillende lagen. Hoe heten deze lagen?

a)

De opperhuid, de hoornlaag en de kiemlaag

b)

De opperhuid, de lederhuid en de kiemlaag

c)

De opperhuid, de lederhuid en het onderhuids bindweefsel

d)

De opperhuid de hoornlaag en het onderhuids bindweefsel

43.

De hoornlaag bestaat uit:

a)

Dode cellen

b)

Levende cellen

44.

In welke laag van de huid zitten talgklieren en zweetklieren?

a)

Opperhuid

b)

Lederhuid

c)

Onderhuidse bindweefsel

45.

Waar of niet waar? De wenkbrauwen beschermen je oog tegen vliegjes.

a)

Waar

b)

Niet waar

46.

Wat is de functie van de pupilreflex in het oog?

a)

Om het oog meer of minder kleur te geven

b)

Om scherp te kunnen zien

c)

Om de hoeveelheid licht te regelen

d)

Om het beeld door te geven aan de hersenen

47.

De functie van de hoornlaag is...

a)

Het beschermen tegen beschadiging, uitdroging en ziektes.

b)

Het delen van de cellen om de huid te vernieuwen.

48.

Welk cijfer wijst het talgkliertje aan?

a)

11

b)

12

c)

6

d)

7

49.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Slakkenhuis
b)
Evenwichtsorgaan
c)
Gehoorbeentjes
50.
Welk onderdeel is hier aangegeven?
a)
Buis van Eustachius
b)
Gehoorgang
c)
Gehoorzenuw
51.

Met welk nummer wordt het 'reukzintuig' op deze afbeelding aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

52.
nummer 2 is?
a)
haarvat
b)
bloedvat
53.

Wat geeft onderdeel 5 weer?

a)

Netvlies

b)

Glasachtig lichaam

c)

Gele vlek

54.

Wat geeft onderdeel a weer?

a)

Traanbuis

b)

Traanpunt

c)

Traanklier

d)

Traankanaal

e)

Traanzak

55.
Wat is nummer 10
a)
oorgang
b)
trommelvlies
c)
buis van eustachius
d)
oorzenuw