wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

B3 Ecologie Bs 1

Total questions: 16

Worksheet time: 3mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer en waar vind er in een plant fotosynthese plaats?

a)

alleen overdag overal in de plant

b)

alleen 's nachts in de groene delen van een plant

c)

zowel overdag als 's nachts overal in de plant

d)

alleen overdag in de groene delen van de plant

2.

welke energierijke stof ontstaat bij fotosynthese?

a)

Water

b)

Koolstofdioxide

c)

Glucose

d)

Zuurstof

3.

Water + 1 + licht --> 2 + zuurstof

Wat moet worden ingevuld bij 1? en wat bij 2?

a)

1=Glucose, 2=Voedingsstoffen

b)

1=koolstofdioxide, 2=glucose

c)

1=voedingsstoffen, 2=glucose

d)

1=voedingsstoffen, 2=koolstofdioxide

4.

De omzetting van glucose in energie heet ook wel ...

a)

fotosynthese

b)

verbranding

5.

Welke van de volgende stoffen zijn energiearm?

a)

Water

b)

Koolstofdioxide

c)

Glucose

d)

Eiwitten

6.

De plant staat in de zon en heeft genoeg water. De muis heeft reserves genoeg voor het experiment. Kan de muis een dag blijven leven?

a)

ja

b)

nee

7.

De plant staat in de zon en heeft genoeg water. De muis heeft genoeg reserves voor het experiment. Kan de plant een dag blijven leven?

a)

ja

b)

nee

8.

Het proces waarbij suiker gemaakt wordt in de plant heet ..

a)

verbranding

b)

fotosynthese

9.

In welke delen kan deze plant zuurstof maken?

a)

in de bladeren en de bladstelen

b)

in de wortels en de bladstelen

c)

in de bladeren en de wortels

d)

in alle zichtbare delen

10.

Je ziet op deze afbeelding een wandelend blad in de aanvalshouding. Dit is een insect. Zij staat in het licht. Zij eet bladeren. Stel er is geen voedsel voor haar, zou zij zich zelf dan in leven kunnen houden met haar eigen lichaam?

a)

ja, zij kan zelf fotosynthese doen

b)

nee, zij kan alleen verbranding doen

c)

ja, want zij kan zowel fotosynthese als verbranding doen

11.

De energie die wij krijgen als we plantaardig voedsel eten komt eigenlijk van ...

a)

het water

b)

de koolstofdioxide

c)

de zon

d)

het bladgroen

12.

In welk celorganel vindt fotosynthese plaats?

a)

Cytoplasma

b)

Bladgroenkorrels

c)

Mitochondriën

d)

Celwand

13.

Welk van de volgende formules is de formule die bij fotosynthese hoort?

a)

water + glucose + koolstofdioxide --> zuurstof

b)

water + koolstofdioxide --> glucose + zuurstof

c)

glucose + zuurstof --> water + koolstofdioxide

d)

water + zuurstof --> glucose + koolstofdioxide

14.

Er vind verbranding plaats in het lichaam. Welke van de onderstaande reactievergelijkingen is juist?

a)

Glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water

b)

Glucose + zuurstof --> koolstofdioxide + water + energie

c)

Glucose + koolstofdioxide --> zuurstof + water + energie

d)

Glucose + zuurstof --> koolstofmonoxide + water + energie

15.

Wanneer en waar vind er in een plant verbranding plaats?

a)

alleen overdag overal in de plant

b)

alleen 's nachts in de groene delen van een plant

c)

zowel overdag als 's nachts overal in de plant

d)

alleen overdag in de groene delen van de plant

16.

Welke bewering over de fotosynthese is juist?

a)

Bij fotosynthese worden energierijke stoffen omgezet in een energiearme stof.

b)

Bij fotosynthese worden energiearme stoffen omgezet in een energierijke stof.

c)

Bij fotosynthese worden energiearme, organische stoffen omgezet in een energiearme stof.

d)

Bij fotosynthese worden energierijke stoffen omgezet in een energierijke stof.