Font size
WorksheetsVoornaamwoorden
Total questions: 49
Worksheet time: 28mins
Dit voornaamwoord verwijst naar een persoon of dier of ding.
alle
persoonlijk
bezittelijk
aanwijzend
Hoe heet het voornaamwoord dat verwijst naar een bezit van iemand? Het ... voornaamwoord
(a)
Hoe zeg je het?
"Meneer, u vergeet ... tas."
(a)
Vul aan: "Het ei is van Arto, het is ..."
(a)
Dat boek is van jullie, het is ...
de jullieë
die van jullie
dat van jullie
de hunne
Is deze zin correct?
"Nemen jullie jullie spullen maar!"
juist
fout
Het voornaamwoord dat je als onderwerp of lijdend voorwerp kan gebruiken of na voorzetsels is het (a) voornaamwoord
Typ het persoonlijk voornaamwoord uit volgende zin:
"Hij versprak zich waardoor de oude man zijn lach niet meer kon inhouden."
(a)
Vul de zin aan met het juiste persoonlijk voornaamwoord.
'De koe, ... staat in de wei.'
(a)
Kies uit: hen of hun.
Ik zie ...
(a)
Ik geef de pen aan ...
(a)
Ik geef (a) een cadeau.
Vul de zin aan:
"Ik heb ... dat al 10 keer gezegd, jongen!"
(a)
Duid aan welke voornaamwoorden 'haar' allemaal kan zijn.
persoonlijk
bezittelijk
wederkerend
aanwijzend
Hoe heet het voornaamwoord dat terugverwijst naar het onderwerp van je zin? bv. 'Hij verslikt zich'.
persoonlijk
bezittelijk
wederkerend
wederkerig
Is deze zin correct?
"Vergist u u niet, mevrouw?"
juist
fout
Is de zin correct?
"Hij heeft hem gewassen, want hij voelde zich vies."
juist
fout
Welk soort voornaamwoord is het vetgedrukte?
"We lachten ons te pletter.
(a)
Hoe heten de voornaamwoorden 'elkaar' en 'mekaar'? Het zijn ... voornaamwoorden.
(a)
Hoe heet het voornaamwoord dat verwijst naar iets of iemand in het algemeen, zonder dat het echt duidelijk is? Het is het ... voornaamwoord.
(a)
Schrijf het onbepaald voornaamwoord op uit de volgende zin:
'Er was niemand te bekennen en toch hadden ze elkaar verteld dat het daar was."
(a)
Schrijf het onbepaald voornaamwoord op uit de volgende zin:
'Geef me nog wat melk, alsjeblieft."
(a)
Schrijf het onbepaald voornaamwoord op uit de volgende zin:
'Weet jij nog iets van die misdaad?"
(a)
Hoe heet het voornaamwoord dat altijd in een vraagzin staat? Het ... voornaamwoord.
(a)
Welke van deze zijn vragende voornaamwoorden?
wie
wat
welke
wiens
Staat in de volgende zin een vragend voornaamwoord?
"Hoe is dat gebeurd?"
ja
nee
Vul de zin aan met het juiste vragend voornaamwoord:
"... heeft daar ingebroken?"
(a)
Hoe heet het voornaamwoord dat iets of iemand aanwijst? Het ... voornaamwoord.
(a)
Vul het juiste aanwijzend voornaamwoord aan in de zin.
"Waarom planten we ... boompje hier niet meteen?"
(a)
Welk van onderstaande aanwijzende voornaamwoorden is correct in de zin?
".... grote boeken daar zijn veel te zwaar voor mij om te dragen."
Die
Zulke
Deze
Zo'n
Welk van de aanwijzende voornaamwoorden past in deze zin?
".... metaal is niet geschikt voor brievenbussen."
Zulk
Zo'n
Zulke
Die
Welk van de aanwijzende voornaamwoorden past in deze zin?
".... weer is niet tof bij een kampvuur."
Zulk
Zo'n
Zulke
Die
Vul de zin aan het juiste aanwijzend voornaamwoord.
"... kat ligt zalig te ontspannen op mijn schoot."
(a)
Het aanwijzend voornaamwoord staat ... het zelfstandig naamwoord waar het naar verwijst.
voor
na
Duid de aanwijzende voornaamwoorden aan die verwijzen naar iets dichtbij.
Die
Dit
Dat
Deze
Hoe heet het voornaamwoord dat gaat over het woord waar het net na staat?
Het ... voornaamwoord.
(a)
Vul de zin aan met het juiste betrekkelijk voornaamwoord.
"Het meisje ... daar zit, is lief."
(a)
Vul de zin aan met het juiste betrekkelijk voornaamwoord.
"De jongen ... daar staat, is heel leuk."
(a)
Vul de zin aan met het juiste betrekkelijk voornaamwoord.
"Het kindje aan ... ik een lolly gaf, is heel blij.
(a)
Vul de zin aan met het juiste betrekkelijk voornaamwoord.
"Een toets vind ik niet leuk, ... begrijpelijk is."
(a)
Vul de zin aan met het juiste betrekkelijk voornaamwoord.
"Alles ... ik heb, geef ik weg."
(a)
Vul de zin aan met het juiste betrekkelijk voornaamwoord.
"Het leukste ... er is, is zwemmen."
(a)
Welk soort voornaamwoord is het vetgedrukte?
"Wie heeft dit gevraagd?"
betrekkelijk
aanwijzend
vragend
onbepaald
Welk soort voornaamwoord is het vetgedrukte?
"Die man bij het deurtje ziet er eng uit."
betrekkelijk
aanwijzend
vragend
onbepaald
Welk soort voornaamwoord is het vetgedrukte?
"De man die bij het deurtje staat, ziet er eng uit."
betrekkelijk
aanwijzend
vragend
onbepaald
Welk soort voornaamwoord is het vetgedrukte?
"Heb je wat nootjes voor mij?"
betrekkelijk
aanwijzend
vragend
onbepaald
Welk soort voornaamwoord is dit?
"Er was iets aan de hand."
persoonlijk
bezittelijk
aanwijzend
onbepaald
Welk soort voornaamwoord is dit?
"Bespaar ons dit onheil."
persoonlijk
bezittelijk
aanwijzend
onbepaald
Welk soort voornaamwoord is 'wat' hier?
"Wat ik met niet kan inbeelden, is hoe hij gewonnen heeft."
vragend
betrekkelijk
