NEW
Font size
WorksheetsV5 H1 Stedelijke gebieden
Total questions: 16
Worksheet time: 8mins
Welke uitspraak of uitspraken is/zijn juist?
A De Randstad is een metropool bestaande uit een stedelijke netwerken.
B Er is een goede ruimtelijke spreiding van metropolen in Europa.
C Het ontstaan van metropolen hangt nauw samen met het proces van globalisering.
D Metropolen zijn één groot stedelijk landschap, groenzones zijn verdwenen.
Welke omschrijving of omschrijvingen van het Groene Hart is onjuist?
A Een aantrekkelijk woon- en recreatiegebied tussen stedelijke netwerken in de Randstad.
B Een groen en grotendeels nog open, landelijk gebied dat tussen de vier grote steden ligt.
C Een groen natuurgebied tussen de stedelijke netwerken in de Randstad.
D Een grotendeels agrarisch gebied met een landelijk uiterlijk binnen de Randstad.
Welke uitspraak of uitspraken is/zijn juist?
A De kenniseconomie heeft geleid tot de opkomst van creatieve steden in Nederland
B Een groot probleem in steden is het vinden van voldoende ruimte voor de creatieve economie.
C Verduurzaming van de voormalige havengebieden is niet mogelijk.
D Ruimtelijke segregatie heeft geleid tot een duale arbeidsmarkt.
Welke uitspraak of uitspraken is onjuist?
A Grootstedelijke functies profiteren meer van concentratiebeleid dan van spreidingsbeleid.
B Het sectorale beleid van de overheid verbetert de afstemming binnen de ruimtelijke ordening
C In veel groeikernen is de natuurlijke bevolkingsgroei sinds 1990 afgenomen
D Vinexwijken versterken het draagvlak van voorzieningen in de stad
Welke van de volgende kenmerken versterkt het meest de sociale cohesie in een wijk?
A De bewoners in deze wijk zijn echt heel verschillend
B Dit zijn echte starterswoningen
C Er is veel sociale controle in de wijk.
D Er wonen vooral alleenstaanden in de wijk
Uit welke tijd stamt onderstaande wijk?
- Voornamelijk eengezinswoningen
- Speelse, gevarieerde bebouwing
- Kronkelig stratenpatroon, woonerven
1870-1910
1910-1940
1950-1975
1975-2000
Uit welke tijd stamt de volgende wijk:
Veel hoogbouw (portiek- en galerijflats)
Eentonige bebouwing, vooral rijtjeshuizen
1870-1910
1910-1940
1950-1975
na 1975
Uit welke tijd stamt de volgende wijk:
- Kleine karakteristieke woningen
- Eentonige aaneengesloten bebouwing
Smalle straten en recht stratenpatroon
1870-1910
1910-1940
1950-1975
na 1975
Lees de antwoordopties door. Welke zin hoort er bij "Toegankelijkheid".
Alle parken zijn gesloten tussen zonsondergang en zonsopgang
De bomen en struiken waar het fietspad tussendoor loopt, worden verwijderd
De flats zijn gesloopt, er is nu bewoning op de begane grond met ramen die op straat uitkijken
De gemeente zorgt ervoor dat de op straat gedumpte spullen snel verwijderd worden.
Welke antwoorden horen er bij stadsvernieuwing?
inkomensgroepen gemengd
naoorlogse flatwijken
vanaf 1990
vooral sloop
19e-eeuwse wijken
lagere inkomensgroepen
renovatie en sloop
vanaf 1980
In welke bouwperiode zijn de meeste wijken gebouwd waar nu gentrification plaatsvindt?
Tussen 1870 en 1910
Tussen 1920 en 1940
Tussen 1950 en 1970
Na 1970
Welke van de volgende zinnen gaan over objectieve sociale veiligheid?
A Dat fietspad door het park is overdag leuk, maar gisteravond werd mijn vriendin daar door een paar mannen nageroepen.
B Die camera’s lijken toch echt te werken: mensen voelden zich afgelopen jaar veiliger
C Sinds de buurtagent wegbezuinigd is, lijkt het of die jongelui zich minder van de regels aantrekken
D Inbraak en geweldpleging zijn in deze wijk sterk gedaald.
Welke kenmerken horen er bij het spreidingsbeleid?
afnemend draagvlak voorzieningen
buiten Randstad
groeikernen
sociale rechtvaardigheid
suburbanisatie
compacte stadbeleid
economische doelmatigheid
vinexlocaties
De creatieve sector heeft invloed op de economie van de stad. Welke zin is juist?
A De invloed is negatief, de creatieve sector kent veel startups die voor het grootste deel mislukken.
B De invloed is positief, de creatieve sector biedt werk aan werklozen en laagopgeleide mensen.
C De invloed is positief, de creatieve sector heeft veel hoogopgeleide werknemer die in de stad hun geld uitgeven.
D De invloed is positief noch negatief, de creatieve sector is buiten de stad gevestigd en heeft weinig invloed.
Welk begrip past niet bij het begrip ‘duurzame stad’?
open data
digitale technologie
energiegebruik
recycling
Welke stelling is juist?
Digitale infrastructuur helpt een stad duurzaam te zijn.
Een smart city kenmerkt zich doordat er een sciencepark is.
In een smart city heb je minder sociale ongelijkheid.
Kleinere steden zijn duurzamer dan grotere steden.
