wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets H8 (2)

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

De adel behoorde tot de...

a)

Tweede stand

b)

Eerste stand

c)

Derde stand

2.

Deze afbeelding gaat over...

(a)  

3.

De tijd van pruiken en revoluties speelt zich af in de ......eeuw.

a)

15e

b)

16e

c)

17e

d)

18e

4.

Noem de gebeurtenis bij het jaartal 1789

a)

Franse revolutie

b)

Bataafse revolutie

c)

Napoleon keizer

d)

eed op de kaatsbaan

5.
De Franse koning Lodewijk XVI  riep in 1789 de Staten-Generaal bijeen. Waarom deed hij dat?
a)
Hij was niet langer  in staat  om alleen te regeren en wilde steun.
b)
Hij was blut en had toestemming nodig voor het verhogen van de belastingen.
6.
Frankrijk kende 3 standen. Welke stand had de meeste problemen met de plannen van de koning?
a)
De 1e stand.
b)
De 2e stand.
c)
De 3e stand.
7.
De Franse burgers grepen op 14 juli 1789 naar de wapens. Welk gebouw werd die dag door hen bestormd?
a)
Het paleis in Versailles.
b)
Het paleis in Parijs.
c)
De gevangenis in Versailles.
d)
De gevangenis in Parijs.
8.
De Franse burgers  maakten een grondwet.  Wat was de belangrijkste  regel in die wet?
a)
De voorrechten golden voortaan ook voor de 3e stand.
b)
Iedereen heeft gelijke rechten.
c)
Frankrijk heeft geen koning meer.
d)
De edelen regeren voortaan het land.
9.
Drie jaar na het begin van de revolutie werd Frankrijk een republiek. Dat is.....
a)
een land met een koning zonder macht.
b)
een land met edelen die het land regeren.
c)
een land zonder echte  leider.
d)
een land zonder koning of keizer.
10.
Juist of onjuist? Zowel koning Lodewijk XVI als zijn vrouw koningin Marie-Antoinette eindigden hun leven onder de guillotine.
a)
Juist
b)
Onjuist
11.

Wat is de juiste volgorde van belangrijkheid van de standenmaatschappij?

a)

adel - geestelijkheid - Derde Stand

b)

geestelijkheid - adel - Derde Stand

c)

adel - boeren - burgers

d)

geestelijkheid - boeren - burgers

12.

In Nederland ontstond in 1781 een beweging van voorstanders van democratie. Ze vonden dat het slecht ging met de Republiek en gaven de stadhouder en de regenten de schuld. Zij noemden zichzelf..

(a)  

13.
Wie kroonde Napoleon tot keizer?
a)
Hij deed het zelf
b)
de Paus
c)
Koning Lodewijk XVI
d)
De burgemeester van Beverwijk
14.
Wat heeft Napoleon in heel Europa ingevoerd?
a)
Dezelfde maten en gewichten
b)
De kalender 
c)
De leerplicht
d)
Pensioenen
15.

Een land met een koning als staatshoofd noem je een...

a)

Monarchie

b)

parlementaire democratie

c)

Republiek

16.

Wat gebeurt er in de laatste fase van de Franse Revolutie? (1799)

a)

De bestorming van de Bastille.

b)

Verklaring van de rechten van de Mens en Burger.

c)

Periode van Terreur.

d)

Napoleon Bonaparte grijpt de macht.

17.

Een abolitionist...

a)

Wil handelen in slaven

b)

Wil slaven verkopen

c)

Wil slavenhandel afschaffen

d)

Wil slavenhandel promoten

18.

Wat is een democratie?

a)

Wanneer het volk beslist en mag stemmen

b)

Een land zonder koning

c)

Een land zonder grondwet

19.

Orangisten horen bij

a)

Bataafse revolutie

b)

Franse revolutie

20.

Patriotten horen bij

a)

Bataafse revolutie

b)

Franse revolutie

21.

Stadhouder Willem V hoort bij

a)

Bataafse revolutie

b)

Franse revolutie