Font size
WorksheetsWerkwoorden compleet
Total questions: 20
Worksheet time: 10mins
(bakken - perfectum)
Mijn buurman ___ een heerlijke taart _______
(a)
(blijven - perfectum)
We ____ heel het weekend thuis ____
(a)
(drinken - imperfectum)
Vroeger (a) ik elke dag een liter cola.
(bewegen - imperfectum)
Tijdens de lockdown (a) hij meer dan nu.
(lezen - perfectum)
Jullie ___ een Nederlanstalig boek ____
(a)
(dragen - imperfectum)
Vroeger (a) meisjes meer rokken dan nu.
(genieten - perfcetum)
_____ jullie van de zon ____? Het was heerlijk weer!
(a)
(helpen - perfectum)
Mijn kinderen _____ me met de afwas _____.
(a)
(liggen - imperfectum)
De kat (a) heel de dag te slapen.
(nemen - perfectum)
____ jij al een koekje ___?
(a)
Vroeger (a) ik nooit omdat ik geen tijd had.
(ruiken - perfectum)
Ik ____ gas ____ dus ik heb de gasmaatschappij gebeld.
(a)
(springen - prefectum)
Hij ____ van een brug in het water ____ .
(a)
(sterven - perfectum)
Mijn oma ____ op haar negentigste ______ .
(a)
(vergeten - imperfectum)
Vorige week (a) ik om de vuilbakken buiten te zetten.
(vertrekken - perfectum)
De trein ____ weeral te laat _______.
(a)
(winnen - imperfectum)
Die Belgische film (a) een Oscar.
(zingen - imperfectum)
Mijn moeder (a) prachtig.
(zwemmen - perfectum)
Wie _____ al in de Noordzee ___________ ?
(a)
(zoeken - perfectum)
We ____ lang naar een nieuw appartement ____
(a)
