Font size
WorksheetsLES 11 Economie en organisatie
Total questions: 40
Worksheet time: 21mins
Duid de inkomsten aan.
Geld van je studentenjob
Zakgeld
Geld voor een klusje
Je koopt een nieuwe gsm
Je brengt een bezoek aan een pretpark
Duid de uitgaven aan.
Zakgeld
Spaargeld
Geld voor nieuwe schoenen
Je koopt een nieuwe laptop
Een budget is in balans als...
Jouw inkomsten groter zijn dan jouw uitgaven.
Jouw uitgaven groter zijn dan jouw inkomsten.
Met jouw rekening onder nul gaan.
Geld om een iets te kopen.
Duid de goederen aan.
Duid de diensten aan.
Wat is een bedrijfskolom?
Een schematisch overzicht van de stappen die een product of dienst doorloopt.
Een detailhandel die goederen aan de consument verkoopt.
De kortste weg tussen producent en consument.
Wat voor behoefte staat op de foto?
Primaire behoefte
Secundaire behoefte
Geen behoefte
Wat voor behoefte staat op de foto?
Primaire behoefte
Secundaire behoefte
Geen behoefte
Antwoord met bediende, arbeider, handelaar, ambachtsman of vrij beroep.
Charlotte Kiekeboe gaat langs bij Cleo, die heeft een kledingzaak.
Cleo is dan ook een (a)
Antwoord met bediende, arbeider, handelaar, ambachtsman of vrij beroep.
Onlangs werd Moemoe opgenomen in het ziekenhuis. Zij had een probleem met haar maag. Gelukkig was dokter Zonderbloem daar om haar te genezen. Hij werkt als zelfstandig arts in het ziekhuis. Het gaat hier om een ...
(a)
Antwoord met bediende, arbeider, handelaar, ambachtsman of vrij beroep.
Op de laatste afbeelding zie je een Missy, zij werkt in hetzelfde bedrijf als Marcel Kiekeboe. Zij werkt op de klantendienst van het bedrijf.
Missy is een ...
(a)
Wat is bijdrage sociale zekerheid?
een verplichte belasting op je loon
een vrijwillige bijdrage voor solidariteit
een verplichte bijdrage voor de solidariteit
een vrijwillige belasting
Wie moet de bijdrage sociale zekerheid betalen?
Iedereen
Iedereen die een inkomen heeft
Bedienden, arbeiders, jobstudenten
bedienden, arbeiders, zelfstandigen
De bijdrage sociale zekerheid wordt afgetrokken van:
je belastbaar loon
je brutoloon
je basisloon
je nettoloon
De bijdrage sociale zekerheid (in %) is dezelfde voor iedereen.
Waar
Niet waar
Wat is bedrijfsvoorheffing?
een belasting die wordt afgetrokken van je nettoloon
een belasting die wordt afgetrokken van je basisloon
een belasting die wordt afgetrokken van je brutoloon
een belasting die wordt afgetrokken van je belastbaar loon
Het nettoloon is:
(correct volgorde is van belang)
je brutoloon min bedrijfsvoorheffing min sociale bijdrage
je brutoloon min basisloon met bedrijfsvoorheffing
je brutoloon min basisloon min sociale bijdrage
je brutoloon min sociale bijdrage min bedrijfsvoorheffing
Twee mensen met hetzelfde basisloon kunnen verschillende nettolonen hebben omdat:
hun sociale bijdrage verschilt
hun bedrijfsvoorheffing verschilt
hun brutoloon verschilt
Welk bedrag per maand staat er vermeld in je arbeidscontract?
je uurloon
je brutoloon
je nettoloon
Welke van onderstaande voorbeelden zijn extralegale voordelen? Meerdere antwoorden zijn mogelijk
ecocheques
bedrijfswagen
maaltijdcheques
vakantiegeld
Om welk betaalmiddel gaat het hier?
Duid alle mogelijke oplossingen aan
cash geld
debetkaart
kredietkaart
chartaal geld
giraal geld
Om welk betaalmiddel gaat het hier?
Duid alle mogelijk antwoorden aan.
cash geld
debetkaart
kredietkaart
giraal geld
chartaal geld
Betalen met de app kan enkel via de bankautomaat.
fout
juist
Wanneer een klant betaalt zonder tussenkomst van een financiële instelling, spreek je van...
Rechtstreekse betaling
Onrechtstreekse betaling
Geen rechtstreekse of onrechtstreekse betaling
Een debetkaart is een voorbeeld van...
Rechtstreekse betaling
Onrechtstreekse betaling
Geen rechtstreekse of onrechtstreekse betaling
Muntstukken en biljetten zijn voorbeelden van...
Rechtstreekse betaling
Onrechtstreekse betaling
Geen rechtstreekse of onrechtstreekse betaling
Lowie zijn inkomen blijft gelijk, maar de prijzen stijgen... welk antwoord is juist?
Lowie heeft meer koopkracht
Lowie heeft minder koopkracht
Juist of fout?
Door inflatie daalt de koopkracht van je geld.
JUIST
FOUT
Wie bepaald de vraag naar een product?
De producent
De consument
De aanbieder
Het geheel van vraag een aanbod naar een product:
De markt
De producent
Het marktaandeel
Welke curve kan deze lijn zijn?
een aanbodcurve
een vraagcurve
Wat kan een oorzaak zijn van de verschuiving van de vraaglijn naar rechts?
De prijs van het product is gestegen
De prijs van het product is gedaald
Het inkomen van consumenten is gestegen
Het inkomen van consumenten is gedaald
Wat kan een oorzaak zijn van de verschuiving van de aanbodlijn naar links?
De prijs van het product is gestegen
De prijs van het product is gedaald
De prijs van grondstoffen zijn gedaald
De prijs van grondstoffen zijn gestegen
Een verschuiving van de vraaglijn naar links kan zijn ontstaan doordat ...
Het product is populairder geworden.
Het besteedbaar inkomen van consumenten is toegenomen.
Het product is minder populair geworden.
Een substitutiegoed is duurder geworden.
Als vraag is groter dan aanbod:
Daalt de prijs
Stijgt de prijs
Door een mislukte oogst:
verschuift de aanbodlijn naar links
verschuift de aanbodlijn naar rechts
verschuift de vraaglijn naar links
verschuift de vraaglijn naar rechts.
Duid aan wat er onmiddellijk zal gebeuren op de grafiek.
Gezien de hoge energieprijzen en het feit dat er heel veel energie nodig is om bakstenen en dakpannen te produceren, zal ... hiervan veranderen.
de vraag
het aanbod
Duid aan wat er onmiddellijk zal gebeuren op de grafiek.
Gezien de hoge energieprijzen en het feit dat er heel veel energie nodig is om bakstenen en dakpannen te produceren.
Volgens Testaankoop is de zonnecrème van het Kruidvat de beste koop. Wat zal er gebeuren op de markt van de zonnecrème van het Kruidvat?
De vraag zal stijgen.
De vraag zal dalen.
Het aanbod zal stijgen.
Het aanbod zal dalen.
Volgens Testaankoop is de zonnecrème van het Kruidvat de beste koop. Wat zal er gebeuren op de markt van de zonnecrème van het Kruidvat?
