wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling spelling

Total questions: 96

Worksheet time: 2hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer schrijf je een hoofdletter?

a)

Begin van een zin

b)

Begin van een citaat

c)

Na een ,

d)

Na een ;

2.

Welke (afleidingen van) namen krijgen een hoofdletter?

a)

Eigennamen

b)

Geloofsaanduiding en/of ras

c)

Feestdagen

d)

Afleidingen van feestdagen

e)

Namen van heilige personen en/of zaken

3.

Wat schrijf je met een hoofdletter?

a)

Windrichtingen

b)

Talen en dialecten

c)

Namen van volken

d)

(Afleidingen van) aardrijkskundige namen

4.

Wat schrijf je met een hoofdletter?

a)

Munteenheden

b)

Historische periodes

c)

Historische gebeurtenissen

d)

Titels van boeken en films etc.

5.

Welke zin is juist geschreven?

a)

'S middag ben ik vrij.

b)

's Middags ben ik vrij.

c)

3 Uur 's middags ben ik vrij.

6.

Welk citaat is juist geschreven?

a)

Oma zei je krijgt een appel cadeau.

b)

Oma zei: "je krijgt een appel cadeau."

c)

Oma zei: "Je krijgt een appel cadeau."

7.

Welke personen en/of zakenzijn juist geschreven?

a)

de Koran

b)

de Boeddhisten

c)

de christelijke God

d)

de Joodse feestdagen

8.

Welke (afleidingen van) feestdagen zijn juist geschreven?

a)

Het is Kerstmis

b)

Het is Moederdag

c)

Mijn Paasvakantie

d)

Mijn Halloweenoutfit

9.

Welke aardrijkskundige namen/termen zijn juist geschreven?

a)

De Zuid-Afrikanen

b)

De Zuidwestenwind

c)

De Zuidpoolexpeditie

d)

De Zuid-Hollandse dorpen

10.

Welke optie is juist geschreven?

a)

Het russisch

b)

De brabanders

c)

De middeleeuwen

d)

De spaanse burgeroorlog

11.

Welke opties zijn juist geschreven?

a)

De Euro

b)

De Eurofiele politicus

c)

De Euraziatische plaat

d)

De Europese ministerraad

12.

Welke opties zijn juist geschreven?

a)

De Renaissance

b)

Het Suikerfeest

c)

De Wintermaanden

d)

De Tachtigjarige Oorlog

13.

De vrouw riep boos uit : "Bah ik lust geen komkommersoep!"

a)

Achter Bah moet een komma.

b)

De dubbele punt achter boos moet vervangen worden door een komma.

c)

Achter lust moet een komma.

d)

Het uitroepteken moet vervangen worden door een punt.

14.

Verbaasd vroeg zij zich af, waar ze haar pen had neergelegd?

a)

Achter verbaasd moet een komma.

b)

  Het stuk - waar tot en met neergelegd- moet tussen aanhalingstekens.

c)

Er moet geen komma in deze zin.

d)

Het vraagteken moet weggelaten worden. Hier moet een punt staan.

15.

"Geef hier!" gilt Mary.

a)

Het woord -gilt- moet met een hoofdletter.

b)

Geen van de opmerkingen is juist.

c)

De aanhalingstekens moeten weg.

d)

Het uitroepteken achter -hier- moet achter Mary.

16.

Als ik naar buiten ga doe ik mijn jas wel even aan.

Waar moet in deze zin de komma?

a)

achter jas

b)

achter als

c)

achter ga

d)

achter doe

17.

Piet zei "Je krijgt geen cadeautjes dit jaar."

a)

Achter zei moet een dubbele punt.

b)

Achter cadeautjes moet een komma.

c)

Er moeten geen aanhalingsteken in de zin.

d)

Achter zei moet een komma.

18.

"Ik hou van films", zegt Jasper.

a)

beginaanhaling

b)

eindaanhaling

c)

onderbroken aanhaling

19.

Simon antwoordt: "Ik hou ook van films."

a)

beginaanhaling

b)

eindaanhaling

c)

onderbroken aanhaling

20.

"Ook lezen", gaat hij verder, "vind ik best leuk."

a)

beginaanhaling

b)

eindaanhaling

c)

onderbroken aanhaling

21.

Welke zin bevat de correcte leestekens?

a)

Ja jij komt naar het feestje toch?

b)

Ja, jij komt naar het feestje toch.

c)

Ja jij komt naar het feestje, toch.

d)

Ja, jij komt naar het feestje, toch?

22.

Welk leesteken ontbreekt in deze zin? Hij zei 'Ik droom om een wereldreis te maken'.

a)

komma

b)

dubbele punt

c)

punt

d)

vraagteken

23.

Hoeveel komma's ontbreken in volgende zin? Jommeke Filiberke Flip Annemieke Rozemieke Choco en Pekkie zijn vrienen die samen veel avontuur beleven.

a)

3

b)

4

c)

5

d)

6

24.

Typ de zin met de correcte leestekens. Katrien de mama van mijn vriendin is 65 maar loopt nog steeds drie keer per week

(a)  

25.

Welke zinnen zijn correct gespeld?

a)

De Kiekeboes is een Vlaamse krantenstrip die ontstond in 1977, getekend en geschreven door Merho.

b)

De avonturen van Kuifje is een stripreeks over de fictieve reporter Kuifje geAsterix is een Franse stripreeks met in de hoofdrol de gelijknamige Galliër.

c)

Asterix is een Franse stripreeks gemaakt door de Franse tekenaar Albert Uderzo en scenarioschrijver René Goscinny die elkaar in Brussel leerden kennen.

d)

Robbedoes en Kwabbernoot zijn twee reporters die met hun eekhoorn Spip allerlei avonturen beleven, waarbij ze veelal de strijd aanbinden met misdadigers.

26.

Waar ontbreekt de komma in volgende zin? Als ik goede punten behaal mag ik met vriendinnen naar de Mc Donalds in de stad.

a)

tussen Mc Donalds en in

b)

tussen punten en behaal

c)

tussen behaal en mag

d)

tussen mag en ik

27.

(t.t.) Jason (barbecuën) het liefst in de achtertuin van zijn villa.

a)

barbecuet

b)

barbecuët

c)

barbecued

d)

barbecuedt

28.

(t.t) (Saven) hij je werkstuk op de harde schijf?

a)

savedt

b)

saved

c)

savet

d)

safet

29.

(t.t) (hockeyen) Op het veld achter school ... de klas van mijn zus.

a)

hockeyt

b)

hockeyet

c)

hockeyd

d)

hockeydt

30.

(t.t.) (Downloaden) Mijn vader ... elke dag wel een paar nieuwe liedjes.

a)

downloadt

b)

download

c)

downloat

d)

downloadet

31.

(t.t.) (skaten) Op die gladde weg langs het kanaal ... mijn vriendje het liefst.

a)

skate

b)

skatet

c)

skated

d)

skatedt

32.

V.T: In de herfstvakantie (promoten) we het bluesfestival in de stad.

a)

promoten

b)

promootten

c)

promooten

d)

promotten

33.

V.T.: Justus en Jacco (volleyballen) met Ymke en Heleen tijdens de sportdagen

a)

volleyballden

b)

volleybalden

c)

volleybalde

34.

V.T: Pim (crossen) met zijn mountainbike gewoon over het ijs heen!

a)

croste

b)

crosste

c)

crosde

35.

V.D. Ik heb je werk niet goed (saven).

a)

gesavet

b)

gesaved

c)

gesafet

36.

V.D. Marc heeft Auke zojuist nog (appen).

a)

geapt

b)

geapd

c)

geappt

d)

geappd

37.

VD: Ik heb hem verleden week (e-mailen)

a)

ge-e-mailt

b)

ge-e-maild

c)

ge-emaild

d)

ge-e-mailed

38.

V.D: Ik heb zijn bericht (deleten)

a)

gedelete

b)

gedeletet

c)

gedeleted

39.

Wanneer gebruiken we een trema en/of koppelteken?

a)

Als er veel klinkers na elkaar komen.

b)

Als de uitspraak anders moeilijk wordt.

c)

Als het woord een samenstelling is van twee woorden.

40.

Duid aan welk woord fout is geschreven.

a)

privé-les

b)

privé-eiland

c)

zonne-energie

d)

zonneenergie

41.

Welke woorden spreek je fout uit zonder trema?

a)

financiële

b)

onderzeeër

c)

conciërge

42.

Zet een trema op de juiste plaats. (Een hamburger uit de Quick heeft veel calorieen)

(a)  

43.

1 woord is fout. Duid aan.

a)

knieën

b)

patienten

c)

biografieën

d)

poriën

44.

Welke samenstellingen zijn fout geschreven? Duid aan.

a)

solo-optreden

b)

luxeuitvoering

c)

milieu-impact

d)

radiooproep

45.

Herschrijf het woord op de correcte manier. (50 plusser)

(a)  

46.

Waarom wil jij mij steeds naapen?

(a)  

47.

De coordinatie liep een beetje verkeerd.

(a)  

48.

Spel het woord correct: vijf sterren hotel.

(a)  

49.

Geef het meervoud van 'bacterie'.

(a)  

50.

Geef het meervoud van 'kopie'.

(a)  

51.

tragedie

a)

tragedieën

b)

tragediën

52.

idee

a)

ideeën

b)

ideën

53.

porie

a)

poriën

b)

porieën

54.

therapie

a)

therapieën

b)

therapiën

55.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Zebras, okapis en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
b)
Zebra's, okapi's en chimpansee's zijn Afrikaanse diersoorten.
c)
Zebra's, okapis en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
d)
Zebra's, okapi's en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
56.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Peters beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
b)
Peters's beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
c)
Peters' beide opas zijn op dezelfde dag jarig.
d)
Peter's beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
57.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
s' Morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
b)
's Morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
c)
'S morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
d)
's Morgens heeft Lucas vader vaak last van een ochtendhumeur.
58.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Peters beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
b)
Peters's beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
c)
Peters' beide opas zijn op dezelfde dag jarig.
d)
Peter's beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
59.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Zebras, okapis en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
b)
Zebra's, okapi's en chimpansee's zijn Afrikaanse diersoorten.
c)
Zebra's, okapis en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
d)
Zebra's, okapi's en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
60.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
s' Morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
b)
's Morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
c)
'S morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
d)
's Morgens heeft Lucas vader vaak last van een ochtendhumeur.
61.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
De politie heeft tien gestolen Porsche's en Ferrari's teruggevonden.
b)
De politie heeft tien gestolen Porsches en Ferraris teruggevonden.
c)
De politie heeft tien gestolen Porsches en Ferrari's teruggevonden.
d)
De politie heeft tien gestolen Porsche's en Ferraris teruggevonden.
62.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adele's cd's.
b)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adeles cds.
c)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adeles cd's.
d)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adele's cds.
63.

Duid de zin aan die correct is gespeld.

a)

'K maak nog te veel fouten in mijn dictee's.

b)

'k Maak nog te veel fouten in mijn dictees.

c)

'k Maak nog te veel fouten in mijn dictee's.

d)

ik maak nog te veel fouten in mijn dictees.

64.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
In Kaatjes kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
b)
In Kaat's kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
c)
In Kaatje's kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
d)
In Kaatjes' kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
65.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Op kleine babytjes passen is één van mijn hobbys.
b)
Op kleine baby'tjes passen is één van mijn hobby's.
c)
Op kleine babytjes passen is één van mijn hobby's.
d)
Op kleine babytje's passen is één van mijn hobby's.
66.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Charlottes collegas zijn heel sympathiek.
b)
Charlotte's collega's zijn heel sympathiek.
c)
Charlottes collega's zijn heel sympathiek.
d)
Charlotte's collegas zijn heel sympathiek.
67.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Ken jij cafés die 's maandags open zijn?
b)
Ken jij café's die s' maandags open zijn?
c)
Ken jij café's die 's maandags open zijn?
d)
Ken jij cafés die 's maandag's open zijn?
68.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
T' is fijn wanneer het s' winters sneeuwt.
b)
'T is fijn wanneer het 's winters sneeuwt.
c)
't Is fijn wanneer het 's winters sneeuwt.
d)
't Is fijn wanneer het s winters sneeuwt.
69.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Voor hun prestaties werden de jockeys beloond met enkele mooie cadeaus.
b)
Voor hun prestatie's werden de jockey's beloond met enkele mooie cadeau's.
c)
Voor hun prestaties werden de jockey's beloond met enkele mooie cadeaus.
d)
Voor hun prestaties werden de jockeys beloond met enkele mooie cadeau's.
70.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Peters beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
b)
Peters's beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
c)
Peters' beide opas zijn op dezelfde dag jarig.
d)
Peter's beide opa's zijn op dezelfde dag jarig.
71.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Zebras, okapis en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
b)
Zebra's, okapi's en chimpansee's zijn Afrikaanse diersoorten.
c)
Zebra's, okapis en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
d)
Zebra's, okapi's en chimpansees zijn Afrikaanse diersoorten.
72.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
s' Morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
b)
's Morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
c)
'S morgens heeft Lucas' vader vaak last van een ochtendhumeur.
d)
's Morgens heeft Lucas vader vaak last van een ochtendhumeur.
73.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
De politie heeft tien gestolen Porsche's en Ferrari's teruggevonden.
b)
De politie heeft tien gestolen Porsches en Ferraris teruggevonden.
c)
De politie heeft tien gestolen Porsches en Ferrari's teruggevonden.
d)
De politie heeft tien gestolen Porsche's en Ferraris teruggevonden.
74.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adele's cd's.
b)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adeles cds.
c)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adeles cd's.
d)
Die muziekliefhebber kent alle liedjes van Adele's cds.
75.

Duid de zin aan die correct is gespeld.

a)

'K maak nog te veel fouten in mijn dictee's.

b)

'k Maak nog te veel fouten in mijn dictees.

c)

'k Maak nog te veel fouten in mijn dictee's.

d)

ik maak nog te veel fouten in mijn dictees.

76.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
In Kaatjes kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
b)
In Kaat's kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
c)
In Kaatje's kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
d)
In Kaatjes' kleerkast liggen tientallen oude T-shirts.
77.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Op kleine babytjes passen is één van mijn hobbys.
b)
Op kleine baby'tjes passen is één van mijn hobby's.
c)
Op kleine babytjes passen is één van mijn hobby's.
d)
Op kleine babytje's passen is één van mijn hobby's.
78.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Charlottes collegas zijn heel sympathiek.
b)
Charlotte's collega's zijn heel sympathiek.
c)
Charlottes collega's zijn heel sympathiek.
d)
Charlotte's collegas zijn heel sympathiek.
79.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Ken jij cafés die 's maandags open zijn?
b)
Ken jij café's die s' maandags open zijn?
c)
Ken jij café's die 's maandags open zijn?
d)
Ken jij cafés die 's maandag's open zijn?
80.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
T' is fijn wanneer het s' winters sneeuwt.
b)
'T is fijn wanneer het 's winters sneeuwt.
c)
't Is fijn wanneer het 's winters sneeuwt.
d)
't Is fijn wanneer het s winters sneeuwt.
81.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Voor hun prestaties werden de jockeys beloond met enkele mooie cadeaus.
b)
Voor hun prestatie's werden de jockey's beloond met enkele mooie cadeau's.
c)
Voor hun prestaties werden de jockey's beloond met enkele mooie cadeaus.
d)
Voor hun prestaties werden de jockeys beloond met enkele mooie cadeau's.
82.
Duid de zin aan die correct is gespeld.
a)
Voor hun prestaties werden de jockeys beloond met enkele mooie cadeaus.
b)
Voor hun prestatie's werden de jockey's beloond met enkele mooie cadeau's.
c)
Voor hun prestaties werden de jockey's beloond met enkele mooie cadeaus.
d)
Voor hun prestaties werden de jockeys beloond met enkele mooie cadeau's.
83.
Mijn horloge is stuk. Morgen moet ik naar de ...
a)
horlogesmaker
b)
horlogenmaker
c)
horlogemaker
84.
In de GFT bak hoort het...
a)
groentenafval
b)
groentesafval
c)
groenteafval
85.
Mijn klein zusje is op een leeftijd gekomen waarop ze de ene ... na de andere uithaalt.
a)
apenstreek
b)
apestreek
86.
Mijn glas is echt ... . Er kan niets meer bij. 
a)
boordenvol
b)
boordevol
87.
Wat een moeilijk vraagstuk. Ik begrijp er geen ... van!
a)
sikkepit
b)
sikkenpit
88.
De leerlingen volgen de .... en wachten verlangend op het belsignaal.
a)
secondenwijzer
b)
secondeswijzer
c)
secondewijzer
89.
Het is waarschijnlijk lang geleden dat hier nog eens gepoetst werd; het huis hangt vol met ...
a)
spinnenwebben
b)
spinnewebben
90.
Ik moet in de ... zijn, maar mijn GPS doet het niet meer.
a)
Stationstraat
b)
Stationsstraat
91.
Vorige woensdag gingen we met de kleinsten op .... in het bos.
a)
paddestoelenjacht
b)
paddenstoelenjacht
92.
Romeo vroeg Juliet in de ... of zij voor altijd de zijne wou zijn. 
a)
manesschijn
b)
manenschijn
c)
maneschijn
93.

Welke van de volgende samenstellingen is juist gespeld?

a)

Apetrots

b)

Apentrots

c)

Apenstrots

d)

Apen-trots

94.

Welke van de volgende samenstellingen is juist gespeld?

a)

Handelszaak

b)

Handelzaak

c)

Handelenzaak

d)

Handzakelijk

95.

Welke van de volgende samenstellingen is juist gespeld?

a)

Keuzepakket

b)

Keuzespakket

c)

Keuzenpakket

d)

Keuze-pakket

96.

Welke van de volgende samenstellingen is juist gespeld?

a)

Stekenblind

b)

Stekeblind

c)

Steakblind

d)

Steekblind