WorksheetsBijvoegelijk naamwoord
Total questions: 34
Worksheet time: 17mins
Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.
Koppel met Down-syndroom viert 25 jaar huwelijk met een (groot / grote) feest.
(a)
Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.
Het was geen (gemakkelijk/gemakkelijke) beslissing, 25 jaar geleden, toen Kris en Paul in het huwelijk traden.
(a)
Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.
Beiden zijn geboren met het syndroom van Down en niet iedereen zag een (mooi/mooie) toekomst.
(a)
Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.
Onlangs vierden ze hun huwelijksverjaardag met een (echt/echte) feest.
(a)
Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.
Iedereen vindt Kris en Paul (prachtig/prachtige) koppel.
(a)
Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.
Het werd een (onvergetelijk/onvergetelijke) avond.
(a)
Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.
De openingsdans was een (prachtig/prachtige) moment.
(a)
Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.
"Ze voelen (totaal/totale) liefde voor elkaar", aldus Susan, de zus van Kris.
(a)
Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.
Zij zijn het bewijs dat mensen met een beperking ook tot een (geslaagd/geslaagde) huwelijk kunnen komen.
(a)
Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de zelfstandige naamwoorden aan.
Gisteren heeft moeder bij Mediamarkt een nieuwe televisie voor vader moeten kopen.
moeder
Mediamarkt
nieuwe
voor
moeten
Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de bijvoeglijke naamwoorden aan.
Gisteren heeft moeder bij Mediamarkt een nieuwe televisie voor vader moeten kopen.
moeder
Mediamarkt
nieuwe
voor
moeten
Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de zelfstandige naamwoorden aan.
Ze wilden een barbecue kopen voor de jarige collega.
ze
wilden
een
barbecue
jarige
Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de bijvoeglijke naamwoorden aan.
Ze wilden een barbecue kopen voor de jarige collega.
ze
wilden
een
barbecue
jarige
Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de zelfstandige naamwoorden aan.
De wilde paddenstoelen in het bos waren buitengewoon giftig.
wilde
paddenstoelen
bos
buitengewoon
giftig
Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de bijvoeglijke naamwoorden aan.
De wilde paddenstoelen in het bos waren buitengewoon giftig.
wilde
paddenstoelen
bos
buitengewoon
giftig
Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de zelfstandige naamwoorden aan.
Heeft Roos dat moeilijke examen voor Nederlands nooit in het schooljaar gehaald?
Roos
moeilijke
examen
Nederlands
gehaald
Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de bijvoeglijke naamwoorden aan.
Heeft Roos dat moeilijke examen voor Nederlands nooit in het schooljaar gehaald?
Roos
moeilijke
examen
Nederlands
gehaald
Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de zelfstandige naamwoorden aan.
De gouden ring bleek erg kostbaar te zijn.
gouden
ring
bleek
erg
kostbaar
Lees de zin. Bekijk de woorden die je krijgt en duid de bijvoeglijke naamwoorden aan.
De gouden ring bleek erg kostbaar te zijn.
gouden
ring
bleek
erg
kostbaar
Noteer het juiste bijvoeglijke naamwoord.
30 jaar geleden ontmoetten Kris en Paul elkaar en het was liefde op het eerste gezicht. "Ik keek in Pauls (blauw/blauwe) ogen en ik zag mijn toekomst", zo zei Kris het vaak.
(a)
Benoem het aangeduide woord.
Die beroemde persoon zal onze school bezoeken.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Wij gingen gisteren naar de cinema.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Die smaak van chips vind ik niet zo lekker.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Die verschrikkelijke kinderen verpesten mijn dag.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Hij schreef die e-mail naar zijn leerkracht.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Hier zie je mijn nieuwste kunstwerk.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Je kan het vragen aan de directeur.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Ze gaf het cadeautje aan Simon.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het aangeduide woord.
Dit is de trap naar het lokaal.
zelfstandig naamwoord
bijvoeglijk naamwoord
werkwoord
geen van deze opties
Benoem het zelfstandig naamwoord.
In Spanje eten de mensen later dan wij gewoon zijn.
eigennaam
soortnaam
Vul de zin aan met een bijvoeglijk naamwoord.
We kijken naar de ... gebouwen.
Vul de zin aan met een zelfstandig naamwoord.
Hij zoekt naar zijn ...
Vul de zin aan met een werkwoord.
Mijn beste vriend kan niet goed ...
De rode auto rijdt snel.
Welke woordsoort?
een werkwoord
een zelfstandig naamwoord
een lidwoord
een bijvoeglijk naamwoord
