WorksheetsHerhalingsquiz 3de trimester (1B)
Total questions: 54
Worksheet time: 1hrs 4mins
Benoem de grootheid die op de afbeelding gemeten wordt.
(a)
Benoem de grootheid die op de afbeelding gemeten wordt.
(a)
Benoem de grootheid die op de afbeelding gemeten wordt.
(a)
Benoem de grootheid die op de afbeelding gemeten wordt.
(a)
Benoem de grootheid die op de afbeelding gemeten wordt.
(a)
Geef het maatgetal van 3900 g.
(a)
Welke lengtemaat gebruik je voor de hoogte van het lokaal?
(a)
Welke lengtemaat gebruik je voor de afstand tussen België en Nederland?
(a)
Welke inhoudsmaat gebruik je voor een blikje frisdrank?
(a)
Welke inhoudsmaat gebruik je voor de inhoud van een spuit?
(a)
Welke massamaat gebruik je voor de massa van een persoon?
(a)
Herleid de volgende eenheden. (Je mag de tabel gebruiken).
2,5 dl = (a) ml
Herleid de volgende eenheden. (Je mag de tabel gebruiken).
8 ml = (a) cl
Herleid de volgende eenheden. (Je mag de tabel gebruiken).
250 g = (a) kg
Herleid de volgende eenheden. (Je mag de tabel gebruiken).
0,4 g = (a) mg
Los op.
7 kg + 3 kg = (a) kg
Los op met je rekentoestel:
167 cl - 1,5 l = (a) cl
Los op met je rekentoestel:
3 ton : 6 = (a) kg
Los op met je rekentoestel.
20 cl x 50 = (a) l
Geef het gekleurde deel aan met een basisbreuk.
(a)
Geef het gekleurde deel aan met een basisbreuk.
(a)
Geef het gekleurde deel aan met een basisbreuk.
(a)
Geef het gekleurde deel aan met een basisbreuk.
(a)
Los op.
1/4 van 16 =
(a)
Los op:
3/9 van 27 =
(a)
Los op:
3/10 van 100 g = (a) g
Los op:
2/10 van 1 min. = (a) s
Vereenvoudig de breuk tot een basisbreuk.
108=
(a)
Vereenvoudig de breuk tot een basisbreuk.
3020=
(a)
Vereenvoudig de breuk tot een basisbreuk.
2415=
(a)
Vereenvoudig de breuk tot een basisbreuk.
2520=
(a)
Geef de meest passende benaming van de vlakke figuur op de afbeelding.
Cirkel
Driehoek
Vierhoek
Ruit
Trapezium
Geef de meest passende benaming van de vlakke figuur op de afbeelding.
Cirkel
Zeshoek
Zevenhoek
Achthoek
Rechthoek
Geef de meest passende benaming van de vlakke figuur op de afbeelding.
Cirkel
Driehoek
Vierhoek
Parallellogram
Trapezium
Geef de meest passende benaming van de vlakke figuur op de afbeelding.
Vierhoek
Trapezium
Parallellogram
Rechthoek
Vierkant
Geef de meest passende benaming van de vlakke figuur op de afbeelding.
Vierhoek
Trapezium
Parallellogram
Rechthoek
Vierkant
Geef de meest passende benaming van de vlakke figuur op de afbeelding.
Vierhoek
Trapezium
Parallellogram
Rechthoek
Vierkant
Geef de meest passende benaming van de vlakke figuur op de afbeelding.
Trapezium
Parallellogram
Ruit
Rechthoek
Vierkant
Geef de meest passende benaming van de vlakke figuur op de afbeelding.
Vierhoek
Trapezium
Parallellogram
Ruit
Vierkant
Geef de meest passende benaming van de vlakke figuur op de afbeelding.
Vierhoek
Trapezium
Parallellogram
Ruit
Vierkant
Geef de naam van de driehoek volgens de zijden.
Ongelijkbenige driehoek
Gelijkbenige driehoek
Gelijkzijdige driehoek
Geef de naam van de driehoek volgens de zijden.
Ongelijkbenige driehoek
Gelijkbenige driehoek
Gelijkzijdige driehoek
Geef de naam van de driehoek volgens de zijden.
Ongelijkbenige driehoek
Gelijkbenige driehoek
Gelijkzijdige driehoek
Geef de naam van de driehoek volgens de hoeken.
Scherphoekige driehoek
Rechthoekige driehoek
Stomphoekige driehoek
Geef de naam van de driehoek volgens de hoeken.
Scherphoekige driehoek
Rechthoekige driehoek
Stomphoekige driehoek
Kruis de eigenschappen aan die voor de beide vierhoeken gelden.
2 paar evenwijdige zijden
overstaande zijden zijn even lang
4 even lange zijden
overstaande hoeken zijn even groot
4 even grote hoeken
Geef de naam van het aangeduide element: l
(a)
Geef de naam van het aangeduide element: b
(a)
Geef de naam van het aangeduide element: z
(a)
Geef de naam van het aangeduide element: d
(a)
Geef de naam van het aangeduide element: d
(a)
Geef de naam van het aangeduide element: r
(a)
Geef de naam van het aangeduide element: h
(a)
Geef de naam van het aangeduide element: b
(a)
