wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Oefentoets H8

Total questions: 17

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welke eeuw noemen we de tijd van pruiken en revoluties?

a)

15e eeuw

b)

16e eeuw

c)

17e eeuw

d)

18e eeuw

2.

Welke twee standen zie je op deze afbeedling?

a)

De 1e en 2e

b)

De 2e en 3e

c)

De 1e en 3e

3.

Wat was geen oorzaak van de Franse Revolutie?

a)

Kritiek op standensamenleving

b)

Armoede en hongersnood

c)

Toenemende inspraak Franse bevolking

d)

Gebrek aan inspraak burgerij

4.
De Franse burgers  maakten een grondwet.  Wat was de belangrijkste  regel in die wet?
a)
De voorrechten golden voortaan ook voor de 3e stand.
b)
Iedereen heeft gelijke rechten.
c)
Frankrijk heeft geen koning meer.
d)
De edelen regeren voortaan het land.
5.

Wat gebeurt er in de laatste fase van de Franse Revolutie? (1799)

a)

De bestorming van de Bastille.

b)

Verklaring van de rechten van de Mens en Burger.

c)

Periode van Terreur.

d)

Napoleon Bonaparte grijpt de macht.

6.

Bij welke bestuursvorm wordt je een koning zodra je vader is overleden

a)

Monarchie

b)

Aristocratie

c)

Tirannie

7.

De meeste landen in Europa rond 1700 waren een:

a)

Republiek

b)

Monarchie

c)

Democratie

d)

Aristocratie

8.

Welke mensen konden vroeger in het bestuur van de Republiek komen?

a)

Iedereen (je had stemrecht)

b)

Alleen burgers

c)

Kooplieden

d)

Rijke mensen uit belangrijke families

9.

Noem de gebeurtenis bij het jaartal 1789

a)

Franse revolutie

b)

Bataafse revolutie

c)

Napoleon keizer

d)

eed op de kaatsbaan

10.
Frankrijk kende 3 standen. Welke stand had de meeste problemen met de plannen van de koning?
a)
De 1e stand.
b)
De 2e stand.
c)
De 3e stand.
11.
De Franse burgers grepen op 14 juli 1789 naar de wapens. Welk gebouw werd die dag door hen bestormd?
a)
Het paleis in Versailles.
b)
Het paleis in Parijs.
c)
De gevangenis in Versailles.
d)
De gevangenis in Parijs.
12.

Wat is een democratie?

a)

Wanneer het volk beslist en mag stemmen

b)

Een land zonder koning

c)

Een land zonder grondwet

13.

Wie zegt dit:

"Ik ben een rijke burger en ik zit in het bestuur van de stad."

a)

Een regent

b)

Een burger

c)

De burgemeester

d)

De koopman

14.

Protest tegen de komst van een AZC in Zaandam.

Welke soort rechtspraak is dit?

a)

bestuursrecht

b)

strafrecht

c)

staatsrecht

d)

personen- en familierecht

15.

Ik beroof iemand van zijn portemonnee.


Is dit:

a)

Asociaal

b)

Een overtreding

c)

Een misdrijf

16.

Ik dring voor in de rij bij de kassa.


Dit is:

a)

Asociaal

b)

Een overtreding

c)

Een misdrijf

17.

Wat betekend een regent?

a)

Lid van het leger

b)

Leider van een gewest

c)

Een bestuurder

d)

Een weerman