Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

GESCHIEDENIS - MODULE 4 en 5

Total questions: 30

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Tijdens welke periode uit de Romeinse geschiedenis spreken de Romeinen over 'Mare Nostrum'

a)

Republiek

b)

Keizerrijk

c)

Koninkrijk

d)

Romeinse Rijk

2.

Het Edict van Milaan is

a)

de eerste vervolging van de Christenen

b)

de systematische vervolging van de Christenen

c)

de erkenning van het Christendom als staatsgodsdienst

d)

de Godsdienstvrijheid: de Christenen worden niet meer vervolgd

3.

Tijdens welke periode is het begin van het Romeinse Rijk

a)

Republiek

b)

Koninkrijk

c)

Keizerrijk

d)

Vroege Middeleeuwen

4.

De Republiek is

a)

van 753 v.C. tot 509 v.C.

b)

van 509 v.C. tot 44 v.C.

c)

van 509 v.C. tot 27 v.C.

d)

van 44 v.C. tot 476 n.C.

5.

Tijdens welke periode uit de Romeinse geschiedenis leefde Julius Caesar?

a)

Vroege Middeleeuwen

b)

Keizerrijk

c)

Republiek

d)

Koninkrijk

6.

De Romeinse samenleving is ingedeeld in verschillende groepen. Welke groep hoort niet bij de Romeinse Samenleving?

a)

de metoïken

b)

de slaven

c)

de plebejers

d)

de patriciërs

7.

Welke rechten en plichten hadden de Patriciers?

a)

Recht: deelnemen aan delen van de politiek + privileges

Plicht: taksen betalen

b)

Recht: deelnemen aan de politiek

Plicht: taksen betalen en militaire dienst doen

c)

Recht: deelnemen aan de politiek en privileges

Plicht: taksen betalen

d)

Recht: deelnemen aan de politiek en privileges

Plicht: militaire dienst doen

8.

Welk politiek regime was er tijdens het koninkrijk van Koning Tarqauinus Superbus? Koning Superbus voert de wetten uit, maakt de wetten, is de baas van het leger en beslist over de justitie

a)

democratie

b)

autoritarime

c)

militarisme

d)

oligarchie

9.

Een democratie is

a)

als het volk niet deelneemt op een indirecte en directe manier aan de macht

b)

als het volk deelneemt op een indirecte en directe manier aan de macht

c)

als de dictator alles beslist

d)

als er geen scheiding van de machten is

10.

Een gebouw voor handel en justitie is

a)

een triomfboog

b)

een aquaduct

c)

een basilica

d)

een Pantheon

11.

Het circus is een

a)

Een rond gebouw met rijen banken. Hier worden gevechten georganiseerd

b)

Een halfrond gebouw met rijen banken. Het wordt gebruikt voor toneelvoorstellingen.

c)

Een ovaal gebouw met rijen en banken voor paarden en wagens

d)

Een ovaal gebouw met rijen en banken. het wordt gebruikt voor toneelvoorstellingen

12.

Op welke Griekse stijl lijkt de Romeinse beeldhouwkunst het meest? En waarin zijn de Romeinen gespecialiseerd?

a)

De beeldhouwkunst lijkt op de Griekse Archaïsche stijl. De Romeinen zijn gespecialiseerd in het maken van bustes.

b)

De beeldhouwkunst lijkt op de Griekse Klassieke stijl. De Romeinen zijn gespecialiseerd in het maken van dierengoden.

c)

De beeldhouwkunst lijkt op de Griekse Hellenistische stijl. De Romeinen zijn gespecialiseerd in het maken van monsters.

d)

De beeldhouwkunst lijkt op de Griekse Hellenistische stijl. De Romeinen zijn gespecialiseerd in het maken van bustes.

13.

De Romeinse godsdienst lijkt op de Griekse godsdienst maar

a)

De Romeinen zijn veel strenger tegenover de andere godsdiensten

b)

De Romeinen zijn veel toleranter tegenover de andere godsdiensten

c)

De Romeinen zijn minder conservatief tegenover de andere godsdiensten

d)

De Romeinen zijn monotheïstisch

14.

De christenen staken in 64 Rome in brand. Dit is .... (2 antwoorden aanduiden)

a)

een roddel

b)

de waarheid

c)

te vertrouwen

d)

te wantrouwen

15.

Wat deed Diocletianus in 284?

a)

Hij stichtte Constantinopel

b)

Hij regeert met medekeizers

c)

Hij splitste het Romeinse Rijk in twee

d)

Hij stichtte verschillende Germaanse Koninkrijkjes

16.

De christenen werden niet door de Romeinen aanvaard omdat

a)

de christenen polytheïstisch waren.

b)

de christenen hun lot kunnen veranderen door goed te leven

c)

de christenen de sociale gelaagdheid navolgen

d)

de christenen Rome in brand hebben gestoken

17.

Welke stam verplaatst zich uit het oosten en verjoegen de Germanen

a)

Saksen

b)

Vandalen

c)

Hunnen

d)

Barbaren

18.

De barbaren ....

a)

vallen het Romeinse Rijk binnen in de 3de eeuw

b)

vallen het Romeinse Rijk binnen in de 4de eeuw

c)

vallen het Romeinse Rijk binnen in de 5de eeuw

d)

vallen het Romeinse Rijk binnen in de 6de eeuw

19.

De Hunnen, de barbaren, de Vandalen, ... zijn stammen die van woonplaats veranderen. Over welk concept gaat het hier?

a)

sociale gelaagdheid

b)

democratie

c)

autoritarisme

d)

migratie

20.

De hoofdstad van het Oost-Romeinse rijk is

a)

Byzantium

b)

Rome

c)

Constantinopel

d)

Istanbul

21.

Clovis bekeert zich tot het Christendom in ...

a)

200 n.C.

b)

300 n.C.

c)

400 n.C.

d)

500 n.C.

22.

Een hofmeier is een ...

a)

belangrijk adviseur van de Paus

b)

belangrijk adviseur van de Merovingische koning

c)

belangrijk adviseur van het leger

d)

belangrijk adviseur van het Christendom

23.

Pepijn de Korte was

a)

de eerste Merovingische koning

b)

de eerste Karolingische koning

c)

de eerste Frankische koning

24.

Welk voordeel was er voor de Karolingische koning om zich te laten kronen door de Paus (de Kerk)?

a)

De kerk steunde de veroveringen en verplichte de veroverde volkeren om zich te bekeren tot het Christendom.

b)

De koning beschermde de Kerkelijke staten tegen invallen.

25.

Welk voordeel was er voor de Kerk om een Karolingische koning of keizer te kronen?

a)

De kerk steunde de veroveringen en verplichte de veroverde volkeren om zich te bekeren tot het Christendom.

b)

De koning beschermde de Kerkelijke staten tegen invallen.

26.

Karel de Grote werd gekroond tot keizer in 800. Deze kroning verenigde 3 tradities:

a)
  1. Christelijk

  2. Romeins

  3. Germaans

b)

Christelijk

Barbaars

Germaans

c)

Polytheïsme

Romeins

Germaans

d)

geen van deze 3

27.

Het Verdrag van Verdun was in

a)

543

b)

643

c)

743

d)

843

28.

In 843 werd het Karolingische rijk in 3 delen verdeeld. Wie kreeg het West-Frankenland?

a)

Lodewijk de Duitser

b)

Karel de Grote

c)

Lotharius

d)

Karel de Kale

29.

Karel de Grote verenigde 3 tradities. Welke was "Christelijk"?

a)

Karel de Grote was een militair genie

b)

Karel de Grote veroverde één groot rijk Karolingische Rijk

c)

Karel de Grote was de verspreider van het Christelijk geloof in heel het Karolingische Rijk

30.

Welke traditie creëerde Karel de Grote door één groot rijk te creëren?

a)

Christelijk

b)

Romeins

c)

Germaans

d)

Barbaars