wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

SO Het skelet & Beenderen BK

Total questions: 36

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 2?

a)

bovenkaak

b)

onderkaak

c)

halswervel

2.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 4?

a)

bovenkaak

b)

onderkaak

c)

halswervel

3.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 5?

a)

sleutelbeen

b)

schouderblad

c)

halswervel

4.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 6?

a)

sleutelbeen

b)

schouderblad

c)

halswervel

5.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 7?

a)

borstkas

b)

borstbeen

c)

rib

6.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 9?

a)

borstkas

b)

borstbeen

c)

rib

7.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 8?

a)

opperarmbeen

b)

spaakbeen

c)

ellepijp

8.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 13?

a)

opperarmbeen

b)

spaakbeen

c)

ellepijp

9.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 15?

a)

opperarmbeen

b)

spaakbeen

c)

ellepijp

10.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 11?

a)

heupbeen

b)

heiligbeen

c)

staartbeen

11.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 14?

a)

heupbeen

b)

heiligbeen

c)

staartbeen

12.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 19?

a)

dijbeen

b)

scheenbeen

c)

kuitbeen

d)

knieschijf

13.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 20?

a)

dijbeen

b)

scheenbeen

c)

kuitbeen

d)

knieschijf

14.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 21?

a)

dijbeen

b)

scheenbeen

c)

kuitbeen

d)

knieschijf

15.

Bekijk de afbeelding goed.

Wat is de naam van nummer 22?

a)

dijbeen

b)

scheenbeen

c)

kuitbeen

d)

knieschijf

16.

Welke 2 eigenschappen horen bij "been" ?

a)

stevig

b)

hard

c)

zacht

d)

buigzaam

17.

Welke 2 eigenschappen horen bij "kraakbeen" ?

a)

stevig

b)

hard

c)

zacht

d)

buigzaam

18.

Op welke plaats in het lichaam bevindt zich kraakbeen?

a)

tussen de wervels

b)

tussen ellepijp en spaakbeen

c)

tussen ribben en sleutelbeen

d)

tussen scheenbeen en dijbeen

19.

Op welke plaats in het lichaam bevindt zich kraakbeen?

a)

tussen heiligbeen en staartbeen

b)

tussen schouderblad en opperarmbeen

c)

tussen ribben en borstbeen

d)

tussen scheenbeen en dijbeen

20.

Welke functie van het skelet kun je uit de onderstaande zin halen?

"Gelukkig droeg de motorrijder een helm, waardoor hij geen hersenschudding opliep"

a)

het skelet geeft stevigheid

b)

het skelet maakt beweging mogelijk

c)

het skelet geeft vorm aan het lichaam

d)

het skelet geeft bescherming

e)

in het skelet worden bloedcellen aangemaakt

21.

Welke functie van het skelet kun je uit de onderstaande zin halen?

"Omdat ik mijn been gebroken heb, kan ik moeilijk lopen"

a)

het skelet geeft stevigheid

b)

het skelet maakt beweging mogelijk

c)

het skelet geeft vorm aan het lichaam

d)

het skelet geeft bescherming

e)

in het skelet worden bloedcellen aangemaakt

22.

Welke functie van het skelet kun je uit de onderstaande zin halen?

"Een baby die altijd op zijn rug slaapt, krijgt hierdoor een platter achterhoofd"

a)

het skelet geeft stevigheid

b)

het skelet maakt beweging mogelijk

c)

het skelet geeft vorm aan het lichaam

d)

het skelet geeft bescherming

e)

in het skelet worden bloedcellen aangemaakt

23.

Welke functie van het skelet kun je uit de onderstaande zin halen?

"Een bejaard persoon loopt achter een rollater"

a)

het skelet geeft stevigheid

b)

het skelet maakt beweging mogelijk

c)

het skelet geeft vorm aan het lichaam

d)

het skelet geeft bescherming

e)

in het skelet worden bloedcellen aangemaakt

24.

Welke functie van het skelet kun je uit de onderstaande zin halen?

"Als je leukemie hebt, is je beenmerg ziek"

a)

het skelet geeft stevigheid

b)

het skelet maakt beweging mogelijk

c)

het skelet geeft vorm aan het lichaam

d)

het skelet geeft bescherming

e)

in het skelet worden bloedcellen aangemaakt

25.

Bekijk de afbeelding.

De ledematen zijn in de afbeelding ...... gekleurd.

a)

rood

b)

oranje

c)

groen

26.

Bekijk de afbeelding.

De romp is in de afbeelding ...... gekleurd.

a)

rood

b)

oranje

c)

groen

27.

Welke 2 botten vormen samen de schoudergordel?

a)

borstbeen

b)

schouderblad

c)

sleutelbeen

d)

borstwervels

28.

Welke 3 botten vormen samen de borstkas?

a)

borstbeen

b)

ribben

c)

sleutelbeen

d)

borstwervels

e)

heupbeenderen

29.

Welke 2 botten vormen samen de bekkengordel?

a)

staartbeen

b)

lendenwervels

c)

heiligbeen

d)

borstwervels

e)

heupbeenderen

30.

Welke botten behoren niet bij de wervelkolom?

a)

heiligbeen

b)

heupbeen

c)

staartbeen

d)

schouderblad

e)

dijbeen

31.

Wat zijn 2 eigenschappen van kalkstof?

a)

stevig

b)

breekbaar

c)

zacht

d)

buigzaam

32.

Wat zijn 2 eigenschappen van lijmstof?

a)

stevig

b)

breekbaar

c)

zacht

d)

buigzaam

33.

Baby's en jonge kinderen hebben in hun botten:

a)

veel lijmstof en veel kalkstof

b)

veel lijmstof en weinig kalkstof

c)

weinig lijmstof en veel kalkstof

d)

weinig lijmstof en weinig kalkstof

34.

Bejaarden hebben in hun botten:

a)

veel lijmstof en veel kalkstof

b)

veel lijmstof en weinig kalkstof

c)

weinig lijmstof en veel kalkstof

d)

weinig lijmstof en weinig kalkstof

35.

Als je een bot in zoutzuur legt dan verdwijnt .... uit de botten.

a)

lijmstof

b)

kalkstof

36.

Als je een botje in een vlam houdt, verdwijnt de ..... uit het botje.

a)

kalkstof

b)

lijmstof