WorksheetsSpelling en grammatica h2
Total questions: 66
Worksheet time: 34mins
Wat voor soort woord is het onderstreepte woord? Voor de verjaardag van mijn moeder koop ik een lekker luchtje.
Voorzetsel
Bijvoeglijk naamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Zelfstandig naamwoord
Wat voor soort woord is het onderstreepte woord? Soraya wilde haar nieuwe kleding het liefst meteen aan.
Lidwoord
Bijvoeglijk naamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Zelfstandig naamwoord
Wat voor soort woord is het onderstreepte woord? Al jaren voetbalt Hakim op het middenveld.
Lidwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Werkwoord
Wat voor soort woord is het onderstreepte woord? Dat is haar tweede tosti al vandaag!
Lidwoord
Bezittelijk voornaamwoord
Persoonlijk voornaamwoord
Telwoord
Wat zijn de werkwoorden uit de volgende zin? Mijn moeder heeft zijn haar geprobeerd te knippen.
mijn
heeft
zijn
geprobeerd
knippen
Benoem de persoonsvorm uit de onderstaande zin:
Is de dader van die overval al opgepakt?
opgepakt
de dader
is
Benoem het gezegde uit de onderstaande zin:
Voor verschillende websites moet je niet hetzelfde wachtwoord gebruiken
moet
gebruiken
moet gebruiken
moet wachtwoord gebruiken
Benoem het gezegde uit de onderstaande zin:
Vorige week besloot Mai om een nieuwe laptop aan te schaffen.
besloot
aan te schaffen
besloot een nieuwe laptop aan te schaffen
besloot aan te schaffen
Benoem het onderwerp uit de onderstaande zin:
De menukaart van dat restaurant verandert elk seizoen
De menukaart
De menukaart van dat restaurant
verandert
elk seizoen
Benoem het onderwerp uit de onderstaande zin:
Meestal ontwerpt een grafisch vormgever de huisstijl van bedrijven.
Meestal
de huisstijl van bedrijven
een grafisch vormgever
ontwerpt
Wat is een bijvoeglijk naamwoord?
Dat zegt iets over een ander woord.
Dat zegt iets over een werkwoord.
Dat zegt iets over de staat van de zin.
Dat zegt iets over een zelfstandig naamwoord.
Waar is een bijvoeglijk naamwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
In welke zin is het zelfstandig naamwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
In welke zin is het zelfstandig werkwoord vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Waar is een voorzetsel vetgedrukt?
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Die lieve hond poepte op straat.
Waar is het bezittelijk voornaamwoord vetgedrukt?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
nergens
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Heeft het leuke jongetje haar gepest?
Waar is een onbepaald rangtelwoord vetgedrukt?
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
nergens
Waar is een onbepaald hoofdtelwoord vetgedrukt?
nergens
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
Een onbelangrijke fout wordt vaak als laatste ontdekt.
In welke zin is een koppelwerkwoord vetgedrukt?
Hij heeft zich in lange tijd niet zo enorm geschaamd.
Hij heeft zich in lange tijd niet zo geschaamd.
Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.
Omdat ze zo blij was, danste ze van plezier.
Waar is een persoonlijk voornaamwoord vetgedrukt?
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Waar is een bijwoord vetgedrukt?
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
nergens
Hey, ga je mee, want ik weet een heel grote speeltuin.
Welke woord is juist gespeld?
Zuid Spanje
Zuid-Spanje
ZuidSpanje
Welk woord is juist gespeld?
havo diploma
havo-diploma
havodiploma
Noteer aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken:
studie + uren
(a)
Noteer aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken:
hockey + elftal
(a)
Noteer aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken:
oud + leraar
(a)
Noteer aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken:
€ + teken
(a)
Noteer aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken:
pro + actief
(a)
Welke woorden zijn juist gespeld?
bouw- en onderhoudswerkzaamheden
korte- en lange broeken
-jassen en wintertruien
leer- en werkboek
volle- en halve maan
Welk woord is juist gespeld?
vip room
vip-room
viproom
Welke woorden zijn juist gespeld?
oude- en nieuwe gewoonten
hart- en vaatziekten
zoete- en zoute drop
rund- en varkensvlees
-broeken en meisjesschoenen
Noteer aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken:
weggooi + artikel
(a)
Noteer aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken:
KLM + vlucht
(a)
Noteer aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken:
chef + kok
(a)
Noteer aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken:
ex + militair
(a)
Noteer aan elkaar en plaats zo nodig een koppelteken:
# + teken
(a)
Schrijf korter door een weglatingsstreepje te gebruiken: zondagen en feestdagen (let ook op de spaties)
(a)
Wat is goed gespeld?
camera instelling
camera-instelling
camerainstelling
cameraïnstelling
Wat is goed gespeld?
groentensaus
groente saus
groentensaus
groentesaus
Op een romantische avond loop je in de:
manenschijn
maanschijn
maneschijn
manen schijn
Maak een correcte samenstelling: clown + schoen
(a)
Wanneer schrijf je bij een samenstelling een tussen-n?
Als je een tussen-n hoort.
Als het eerste deel van het woord een meervoud op -n heeft.
Als het eerste deel van het woord een znw is + uitsluitend een meervoud op -n heeft.
Je schrijft géén tussen-n als ...
het eerste deel van het woord enig is in zijn soort.
het eerste deel van het woord het tweede deel versterkt en ze samen een bnw vormen.
een van beide delen niet meer herkenbaar is in zijn oorspronkelijke betekenis.
Wanneer schrijf je bij een samenstelling een tussen-s?
Als je een tussen-s hoort.
Als het eerste deel van het woord een meervoud op -s heeft.
Als het eerste deel van het woord een znw is + uitsluitend een meervoud op -s heeft.
Welke samenstelling is juist geschreven?
Ziektekiem
Ziekteskiem
Ziektenkiem
Welke samenstelling is juist geschreven?
Station chef
Stationchef
Stationschef
Stations chef
Welke samenstelling is juist geschreven?
Bananesplit
Bananensplit
Bananen split
Welke samenstelling is juist geschreven?
Koninginne dag
Koninginnendag
Koninginnedag
Welke samenstelling is juist geschreven?
Schattebout
Schattenbout
Schatten bout
Welke samenstelling is juist geschreven?
Bolle boos
Bolleboos
Bollenboos
Welke samenstelling is juist geschreven?
Liefdescène
Liefdesscène
Liefdenscène
Welke samenstelling is juist geschreven?
Spellingstoets
Spellingtoets
Spelling toets
Welke samenstelling is juist geschreven?
Secretaressedag
Secretaressendag
Secretaressesdag
Welke samenstelling is juist geschreven?
Pannenkoekenpan
Pannekoekenpan
Pannekoeken pan
Pannenkoeken pan
Welke samenstelling is juist geschreven
Hordesloper
Hordenloper
Hordeloper
Welke samenstelling is juist geschreven
Spinnewiel
Spinnenwiel
Spinnen wiel
Welk telwoord is het onderstreepte woord?
Weinig mensen weten dat wij graag spelletjes spelen.
Bepaald hoofdtelwoord
Onbepaald hoofdtelwoord
Bepaald rangtelwoord
Onbepaald rangtelwoord
Bepaal welk telwoord het onderstreepte woord is.
De eerste week van de grote vakantie heb ik altijd een dipje.
Bepaald hoofdtelwoord
Onbepaald hoofdtelwoord
Bepaald rangtelwoord
Onbepaald rangtelwoord
Bepaal welk telwoord het onderstreepte woord is.
Als laatste puntje wil ik aanhalen dat dit schooljaar bijna over is.
Bepaald hoofdtelwoord
Onbepaald hoofdtelwoord
Bepaald rangtelwoord
Onbepaald rangtelwoord
Bepaal welk telwoord het onderstreepte woord is.
Beide kinderen gaan naar dezelfde school.
Bepaald hoofdtelwoord
Onbepaald hoofdtelwoord
Bepaald rangtelwoord
Onbepaald rangtelwoord
Bepaal welk telwoord het onderstreepte woord is.
Ik ben de eerste om toe te geven dat dit schooljaar niet eenvoudig was.
Bepaald hoofdtelwoord
Onbepaald hoofdtelwoord
Bepaald rangtelwoord
Onbepaald rangtelwoord
Bepaal welk telwoord het onderstreepte woord is.
Ik weet het, ik heb dat al zeker twintig keer gezegd.
Bepaald hoofdtelwoord
Onbepaald hoofdtelwoord
Bepaald rangtelwoord
Onbepaald rangtelwoord
Bepaal welk telwoord het onderstreepte woord is.
Dat is al de zoveelste keer dat we eigenlijk helemaal geen informatie krijgen.
Bepaald hoofdtelwoord
Onbepaald hoofdtelwoord
Bepaald rangtelwoord
Onbepaald rangtelwoord
Bepaal welk telwoord het onderstreepte woord is.
Dat is het derde boek dat we dit jaar moeten lezen.
Bepaald hoofdtelwoord
Onbepaald hoofdtelwoord
Bepaald rangtelwoord
Onbepaald rangtelwoord
Bepaal welk telwoord het onderstreepte woord is.
De leerkrachten Nederlands hebben geluk. Ze zijn met drie.
Bepaald hoofdtelwoord
Onbepaald hoofdtelwoord
Bepaald rangtelwoord
Onbepaald rangtelwoord
Bepaal welk telwoord het onderstreepte woord is.
Dit was het dan. Ik hoop dat je veel hebt bijgeleerd.
Bepaald hoofdtelwoord
Onbepaald hoofdtelwoord
Bepaald rangtelwoord
Onbepaald rangtelwoord
