wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1KLT - De wagenrennen

Total questions: 15

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noemen we de plaats waar de wagenrennen doorgingen?

Geef de correcte Latijnse term, zonder lidwoord.

(a)  

2.

Hoe noemen we de zandvlakte waar de wagens reden?

Geef de correcte Latijnse term, zonder lidwoord.

(a)  

3.

Hoe noemen we de keerpalen waar veel ongelukken gebeurden.

Geef de correcte Latijnse term, zonder lidwoord.

(a)  

4.

Hoe noemen we het langwerpige bouwwerk in het midden van de zandvlakte?

Geef de correcte Latijnse term, zonder lidwoord.

(a)  

5.

Hoe noemen we een raceteam bij de wagenrennen?

Geef de correcte Latijnse term, zonder lidwoord.

(a)  

6.

Hoeveel zitplaatsen waren er in het Circus Maximus in Rome?

a)

25 000

b)

50 000

c)

250 000

d)

500 000

7.

Hoeveel ronden werden er meestal gereden bij een koers?

a)

5

b)

6

c)

7

d)

8

e)

9

8.

Wat deed men na elke ronde om te tonen hoeveel ronden er al gereden waren?

Duid alle correcte antwoorden aan.

a)

Ze plaatsten een houten ei.

b)

Ze namen een houten ei weg.

c)

Ze kantelden een dolfijn.

d)

Ze vulden een vaas met water.

e)

Ze kantelden een paard.

9.

Wat behoorde tot de vaste uitrusting van een wagenmenner?

Duid alle correcte antwoorden aan.

a)

een zwaard

b)

een dolk

c)

een schild

d)

een zweep

e)

een helm

10.

Wat was voor een wagenmenner de hoogste beloning wanneer hij won?

a)

een palmtak

b)

een krans

c)

een geldsom

d)

kostbaarheden

e)

bewondering

11.

Welke teams waren er bij de wagenrennen?

Duid alle correcte antwoorden aan.

a)

de blauwe

b)

de groene

c)

de gele

d)

de rode

e)

de witte

12.

Wat had een wagenmenner nodig om echt goed te worden?

Duid alle correcte antwoorden aan.

a)

durf

b)

behendigheid

c)

een hoge afkomst

d)

veel training

e)

steun van een team

13.

Wanneer spreken de Romeinen over een "naufragium"?

a)

wanneer een wagen de eindmeet bereikt

b)

wanneer een paard op hol slaat

c)

wanneer een wagen van zijn baan afwijkt

d)

wanneer een paard de wagenmenner meesleept

e)

wanneer een wagen kapseist bij de keerpalen

14.

Juist of fout?

Mannen en vrouwen zitten door elkaar wanneer ze naar de wagenrennen kijken.

a)

juist

b)

fout

15.

Juist of fout?

Hoe rijker je was, hoe hoger je mocht zitten tussen het publiek.

a)

juist

b)

fout