wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhalingsles Kunst 4HW

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen beeldcomponent?

a)

lijn en vorm

b)

kleur

c)

beweging

d)

inhoud

2.

Waarin verschillen Scheffer en Rodin in het behandelen van het thema 'de kus'?

a)

Ze hebben beiden 2 andere geliefden.

b)

Bij de ene staan de geliefden naast elkaar, bij de andere is er een innige omhelzing.

c)

Rodin maakt een beeld en Sheffer maakt een romantisch schilderij.

3.

Welke eigenschappen passen niet bij de miniatuurkunst over het verhaal van Lancelot en Guinevere' uit de Middeleeuwen?

a)

statisch

b)

schaduw

c)

onderscheid voorgrond-achtergrond

d)

details in klederdracht

4.

Wat wil Chagall duidelijk maken door zichzelf en zijn vrouw zwevend weer te geven in zijn schilderij?

a)

liefde geeft je vleugels

b)

dat zijn vrouw pas gestorven is en dus eigenlijk een engel is

c)

de schoonheid van het vrouwelijk lichaam komt op deze manier beter tot zijn recht

5.

Metsijs maakt veel werken over 'Moeder Maria met kind'. Wat wil hij hiermee vooral benadrukken?

a)

geloof

b)

moederliefde

c)

het levensverhaal van Jezus

6.

Wat is het grote verschil tussen de kus van Rodin en Brancussi?

a)

Rodin wil figuren los maken uit de steen, Brancussi doet net het omgekeerde.

b)

Rodin wil dat beide figuren harmonie uitstralen, Brancussi doet het omgekeerde.

c)

Rodin maakt een beeldhouwwerk uit steen, Brancussi maakt een andere materiaalkeuze

7.

Wat maakt de kus van Wim Delvoye van 2002 zo bijzonder?

Duid aan wat niet past.

a)

glasloodraam

b)

radiografieën

c)

patronen

d)

Bijbel

8.

Het bekendste schilderij van de Toren van Babel is gemaakt door:

a)

Vincent van Gogh

b)

Pieter Bruegel de Oude

c)

Gautel

d)

Meireles

9.

Wat is de gelijkenis tussen het werk van Meireles en Gautel?

a)

installatiekunst

b)

materiaal

c)

boodschap

d)

symbool

10.

Wat wil de dansvoorstelling met als thema de Toren van Babel duidelijk maken aan het publiek?

a)

het echte verhaal over het feit dat de Toren een thuis was voor alle bevolkingsgroepen

b)

voor de ene staat de toren voor vooruitgang, voor de andere leidt het naar chaos, verwarring en conflict

c)

de kracht van samenwerking tussen mensen

11.

Rembrandt van Rijn is een schilder uit de

a)

16de eeuw

b)

17de eeuw

c)

18de eeuw

d)

19de eeuw

12.

Wat past niet bij Rembrandt Van Rijn?

a)

portretschilder

b)

contrast

c)

Barok

d)

statisch

13.

Het grote verschil tussen de Renaissance en de barok is harmonie/eenheid versus drama/belichting/beweging.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Wat past niet bij Rembrandt Van Rijn?

a)

leermeester

b)

zelfportret

c)

veelzijdig

d)

renaissance

15.

Wat is de enige term die correct is bij Ludwig van Beethoven?

a)

17de eeuw

b)

Oostenrijk

c)

gehoorverlies

d)

pas na zijn dood bekend geworden

16.

Wat is de evolutie in de muziek van Beethoven?

a)

opgewekt > natuur > laag en luid > intiem

b)

natuur > laag en luid > opgewekt > intiem

c)

intiem > natuur > opgewekt > laag en luid

17.

Wat is Käthe Kollwitz niet?

a)

sociaal betrokken

b)

sociaal realist

c)

beeldhouwkunstenaar

d)

postmodernist

18.

kunststroming uit de vroege 20ste eeuw waarbij de kunstenaar zijn gevoelens en ervaringen met heftige expressieve kracht vorm geeft

a)

impressionisme

b)

expressionisme

c)

dadaïsme

d)

popart

19.

maatschappelijke, economische, culturele en religieuze inbedding van kunst

a)

microcontext

b)

mesocontext

c)

macrocontext

20.

Adele kan vrij nummers schrijven en promo maken via Twitter. Componist Joseph Haydn was huisofficier, speelde enkel muziek die zijn meester wou horen en droeg een uniform.

a)

maatschappelijke inbedding

b)

economische inbedding

c)

culturele inbedding

21.

Welke uitspraak is waar?

a)

Kunstwerken zijn vaak spiegels van de samenleving.

b)

Kunstwerken zijn onafhankelijk van tijd en ruimte.

c)

Weinig kunstenaars volgen de vaak ongeschreven regels die geldig zijn.

d)

Het verschil in hoge en lage cultuur is niet van toepassing bij kunstwerken.

22.
  1. 1. In de barok was molligheid een teken van schoonheid en welvaart.

  2. 2. In de renaissance staat een bleke huid voor welvaart.

  3. 3. Het schoonheidsideaal voor de man is met de jaren sterk gewijzigd.

a)

alles is waar

b)

alles is niet waar

c)

1+2 is waar, 3 niet waar

d)

1+3 is waar, 2 niet waar

23.

Staan de volgende kunststromingen in de juiste volgorde?

Kunst uit de oudheid > Romaanse kunst > Renaissance > Barok > Romantiek

a)

ja

b)

nee

24.

Staan de volgende kunststromingen in de juiste volgorde?

Realisme > modernisme (expressionisme, dadaïsme, surrealisme) > postmodernisme (bv. popart)

a)

ja

b)

nee

25.

object uit dagelijks leven

Duchamp

verzet tegen elite

anti-kunst

a)

popart

b)

dadaïsme

c)

postmodernisme

26.

na WO2

kunst naar het volk

massacultuur

Warhol + Haring

a)

popart

b)

dadaïsme

c)

postmodernisme

27.

individuele ervaring

persoonlijke beleving

geen algemene geldigheid

vrijheid

doorbreken van grenzen

a)

popart

b)

dadaïsme

c)

postmodernisme

28.

Kunst als middel voor prestige, propaganda en reclame

a)

filosofische functie

b)

narratieve functie

c)

decoratieve functie

d)

politieke functie

29.

Kunst om verhalen te vertellen om iets te leren, door te geven, om de verbeelding te prikkelen of om te ontspannen

a)

filosofische functie

b)

narratieve functie

c)

decoratieve functie

d)

politieke functie

30.

Kunst doet denken en doet ons vragen stellen.

a)

filosofische functie

b)

narratieve functie

c)

decoratieve functie

d)

politieke functie

31.

William Turner (begin 19de eeuw) zijn werk behoort tot

a)

de romantiek

b)

de barok

c)

de renaissance

d)

het realisme

32.

Rhapsody in Blue van George Gerswhin is:

  1. 1. een combinatie van klassieke muziek met jazzmuziek

  2. 2. een muziekstuk met een overkoepelend thema

  3. 3. een voorbeeld van conservatieve kunst

    1. 4. een kunstwerk met een maatschappijkritische functie

a)

alles is waar

b)

1 en 2 zijn waar, 3 en 4 zijn niet waar

c)

1 en 3 zijn waar, 2 en 4 zijn niet waar

d)

alles is niet waar