wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4V ecologie (H6.4 en H8.1)

Total questions: 12

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

De onderste organismen zijn ...

a)

Producenten

b)

Consumenten van de 1e orde

c)

Consumenten van de 2e orde

d)

Reducenten

2.

Consumenten van welke orden is de slang?

a)

2e, 3e en 4e orde

b)

2e, 3e en 5e orde

c)

3e, 4e en 5e orde

d)

3e en 5e orde

e)

4e, 5e en 6e orde

3.

Welk dier is consument van de hoogste orde in dit voedselweb?

a)

Slang

b)

Buizerd

c)

Vos

d)

Libelle

4.

Wat is/zijn (een) voorbeeld(en) van een organische stof?

a)

Leucine

(aminozuur)

b)

CH4

c)

Glucose

d)

H2O

e)

C2H5N

5.

Welke organismen nemen organische stoffen op en zetten deze om naar andere organische stoffen?

a)

Producenten

b)

consumenten van de 1e orde

c)

consumenten van de 2e orde

d)

consumenten van de 3e orde

6.

Reducenten (bacteriën en schimmels) maken van een voedselweb een kringloop, door dood materiaal (blaadjes van bomen, huidschilvers, dode organismen) om te zetten tot voedingsstoffen. Welke omzetting is dit?

a)

Van anorganisch naar organisch

b)

Van organisch naar organisch

c)

Van organisch naar anorganisch

d)

Van anorganisch naar anorganisch

7.

Planten zijn autotroof: d.w.z. dat ze hun eigen voedingsstoffen produceren. Hiermee zorgen zij voor het vastleggen van energie voor het ecosysteem. Waar komt de energie vandaan?

a)

Water

b)

Mineralen

c)

Zonlicht

d)

Verbranding

8.

Tussen sommige soorten is er een langdurige samenleving. Dit noem je ook wel symbiose. Daarvan zijn er drie typen, afhankelijk van het voordeel of nadeel dat soorten van de samenwerking ondervinden.

  1. 1. mutualisme: beide soorten hebben voordeel

  2. 2. commensalisme: één soort heeft voordeel en één heeft geen voor- en geen nadeel

  3. 3. Parasitisme: één soort heeft voordeel en één soort heeft nadeel.

Nemo eet kleine beestjes van de anemoon en heeft zelf een beschermingslaagje tegen de netelcellen (prikken). Van welk type symbiose is hier sprake?

a)

Mutualisme

b)

Commensalisme

c)

Parasitisme

9.

Epifyten zijn planten die hoog in bomen op takken groeien. Hierdoor kunnen ze meer licht vangen dan op de grond. Ze 'stelen' geen voedingsstoffen van de boom waar ze in leven. Van welk type van symbiose is hier sprake?

a)

Mutualisme

b)

Commensalisme

c)

Parasitisme

10.

Reducenten (bacteriën en schimmels) breken dode organische materialen af. Welke omstandigheden zorgen voor de snelste afbraak van organische stoffen?

a)

Koude temperaturen

b)

aerobe omgeving (zuurstofrijk)

c)

Meer koolstof dan stikstof in het organisch materiaal

d)

Lage pH (zure omgeving)

11.

In elke schakel van de voedselketen gaat energie verloren. Waardoor is dit?

a)

Niet alle onderdelen van de organismen worden gegeten

b)

Niet alles wat gegeten wordt, wordt ook verteerd en opgenomen in het lichaam

c)

Een deel van de voedingsstoffen wordt verbrand en komt vrij als warmte, CO2 en H2O

d)

De organismen van de volgende schakel zijn altijd lichter dan de vorige

e)

Alle consumenten nemen geen zon op waardoor er geen extra energie wordt vastgelegd

12.

Sommige boeren gebruiken gifstoffen tegen onkruid. Welke schakel in de voedselketen heeft de meeste last van de gifstoffen? (oftewel: in welke schakel is de concentratie gifstoffen het hoogst?)

a)

Producenten

b)

Consumenten van de 1e orde

c)

Consumenten van de 2e orde

d)

Consumenten van de 3e orde (toppredator in dit geval)