wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

eindtoets

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Een mens beschikt over een dubbele bloedsomloop. Hierbij is er een kleine bloedsomloop en een grote bloedsomloop. Binnen welke bloedsomloop wordt het zuurstofarme bloed weer zuurstofrijk gemaakt?

a)

Tijdens de kleine bloedsomloop

b)

Tijdens de grote bloedsomloop

2.

Hoevaak stroom het bloed tijdens een omloop binnen een enkelvoudige bloedsomloop door het hart?

a)

1 keer

b)

2 keer

c)

3 keer

d)

4 keer

3.

Nummer 11 is de

a)

slokdarm

b)

twaalfvingerige darm

c)

dunne darm

d)

dikke darm

4.

verteerde voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed in nummer

a)

2

b)

3

c)

11

d)

9

5.

de galblaas is nummer

a)

7

b)

8

c)

6

d)

10

6.

Deze voedingsstoffen moeten wel verteerd worden

a)

mineralen water en vet

b)

eiwitten vet en vitamines

c)

eiwitten vet en koolhydraten

d)

koolhydraten eiwitten en water

7.

De kneedbewegingen van je darm zijn de (goed lezen!)

a)

periklastische bewegingen

b)

perilastische bewegingen

c)

peristaltische bewegingen

d)

sperliatische bewegingen

8.

Het laatste stukje darm

a)

slokdarm

b)

dunne darm

c)

endeldarm

d)

dikke darm

9.
Nummer 5 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
10.
Nummer 6 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
het strotklepje
d)
de huig
11.
Nummer 10 wijst naar
a)
de luchtpijp
b)
een longtrechtertje
c)
een longblaasje
d)
een bronchie
12.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht vochtiger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht droger wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
13.

Welk orgaanstelsel zorgt voor zuurstof in jouw lichaam

a)

Spierstelsel

b)

Uitscheidingsstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Ademhalingsstelsel

14.

Welk orgaanstelsel zorgt voor de voedingsstoffen in jouw lichaam?

a)

Ademhalingsstelsel

b)

Spierstelsel

c)

Verteringsstelsel

d)

Uitscheidingsstelsel

15.

Wat gebeurd er bij verbranding?

a)

Glucose + Zuurstof -> Water + Koolstofdioxide

b)

Glucose + Water -> Zuurstof + Koolstofdioxide

c)

Koolstofdioxide + Water -> Zuurstof + Glucose

d)

Glucose + Koolstofdioxide -> Zuurstof + Water

16.

Welke naam heeft nummer 3 ?

a)

rechterboezem

b)

linkerboezem

c)

rechterkamer

d)

linkerkamer

17.

De kleine bloedsomloop heeft als doel..

a)

zuurstof afgeven en koolstofdioxide opnemen

b)

zuurstof opnemen en koolstofdioxide afgeven

18.

Kijk goed naar de afbeelding. De naam van nummer 4 is

a)

aorta

b)

longader

c)

longslagader

d)

holle ader

19.

Nummer 7 is de

a)

maag

b)

dunne darm

c)

lever

d)

alvleesklier

20.

Waar in het darmkanaal komt gal (=galsap) bij de voedselbrij?

a)

In de dunne darm.

b)

In de dikke darm.

c)

In de twaalfvingerige darm.

d)

In de maag.

21.

Joyce zegt dat een van de functies van de darmperistaltiek het verplaatsen van de voedselbrij is.

Susanne zegt dat een van de functies van de darmperistaltiek het mengen van de voedselbrij met verteringssappen is.

Wie heeft (hebben) gelijk?

a)

Alleen Susanne heeft gelijk.

b)

Alleen Joyce heeft gelijk.

c)

Joyce en Susanne hebben geen van beiden gelijk.

d)

Joyce en Susanne hebben allebei gelijk.

22.

De kransaders voeren bloed uit het hartspierweefsel. Dit bloed kan terechtkomen in o.a. het hart, de hersenen, de longen en organen in de buikholte.


Waar komt het bloed het eerst?

a)

in het hart

b)

in de hersenen

c)

in de longen

d)

in de buikholte

23.

Bekijk onderstaande stellingen:


1) Alle slagaders vervoeren zuurstofrijk bloed

2) De poortader vervoert zuurstofrijk bloed naar de darmen


Welke is/zijn juist of onjuist?

a)

Beide juist

b)

Alleen 1 is juist

c)

Alleen 2 is juist

d)

Beide onjuist

24.

Cellen in de wand van de luchtpijp van de mens krijgen door bepaalde bloedvaten zuurstofrijk bloed toegevoerd.


Behoren deze bloedvaten tot de kleine of grote bloedsomloop?


Zijn deze bloedvaten vertakkingen van aders of slagaders?

a)

kleine / aders

b)

kleine / slagaders

c)

grote / aders

d)

grote / slagaders

25.

Wat is de kleine bloedsomloop?

a)

Via de kleine bloedsomloop wordt bloed naar de longen gepompt. Daar wordt zuurstof opgenomen in het bloed.

b)

Via de kleine bloedsomloop wordt bloed naar de darmen gepompt. Daar worden voedingsstoffen opgenomen in het bloed

c)

Via de kleine bloedsomloop stroomt bloed naar de hersenen en terug.