wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2hv - Eigenschappen en dichtheid

Total questions: 15

Worksheet time: 4hrs 45mins

Name
Class
Date
1.

Welke van de onderstaande stoffen zijn brandbaar?

a)

Spiritus

b)

Benzine

c)

Olijfolie

d)

Ijzer

2.

Wat betekent dit gevarensymbool?

a)

Pas op

b)

Giftig

c)

Schadelijk

d)

Explosief

3.

Je ontdekt een nieuwe stof. Wanneer je het op een houten tafel laat vallen, merk je dat er brandplekken ontstaan, ondanks dat de stof niet heet is. Welk gevarensymbool past bij deze stof?

a)

Brandbevorderend

b)

Schadelijk

c)

Explosif

d)

Bijtend

4.

Wat zijn eigenschappen van steen?

a)

Het is niet brandbaar

b)

Het is erg zwaar

c)

Het heeft een hoge dichtheid

d)

Het breekt snel

5.

Een verwarmingsradiator is gemaakt van staal. Welke eigenschappen van staal zijn hier belangrijk?

a)

Het geleidt warmte erg goed

b)

Het is grijs

c)

Het is makkelijk in de juiste vorm te maken

d)

Het geleidt elektriciteit

6.

Twee voorwerpen hebben een verschillende dichtheid maar dezelfde massa. Voorwerp A heeft een groter volume dan voorwerp B. Welk voorwerp heeft de grootste dichtheid?

a)

Voorwerp A

b)

Voorwerp B

7.

Een voorwerp heeft een volume van 19 cm3cm^3 en een massa van 41,8 gram. Van welke stof is dit voorwerp gemaakt?

a)

Keukenzout

b)

Kwik

c)

IJs

d)

Zink

8.

Je hebt 32 cm3cm^3 van een vloeistof met een massa van 25,6 gram. Welk gevarensymbolen passen bij deze vloeistof?

a)

b)

c)

d)

9.

Je maakt een badeend van vurenhout. Het volume van de badeend is 12 cm3cm^3

Wat is het gewicht van de badeend in gram?

(a)  

10.

Door zout op te lossen in water kan je de dichtheid van het water groter maken. Welke van de onderstaande uitspraken is correct? Gebruik de formule voor dichtheid.

a)

De dichtheid wordt groter doordat het volume groter wordt

b)

De dichtheid wordt groter doordat het volume kleiner wordt

c)

De dichtheid wordt groter doordat de massa groter wordt

d)

De dichtheid wordt groter doordat de massa kleiner wordt

11.

De massa van een voorwerp in gram is hetzelfde als het volume in cm3cm^3

Van welke stof is dit voorwerp gemaakt?

(a)  

12.

Een voorwerp is voor de helft gemaakt van ijzer en voor de helft van lood. Wat is de dichtheid van het voorwerp?

(a)  

13.

Je doet de onderdompelproef met een voorwerp van 51 gram gemaakt van messing. Nadat je het in de maatcilinder doet geeft de maatcilinder 84 cm3cm^3 aan. Hoeveel water zit er in de maatcilinder?

(a)  

14.

Je hebt vier voorwerpen van hetzelfde volume maar van verschillende stoffen. Welk voorwerp heeft de grootste massa?

a)

Het voorwerp van staal

b)

Het voorwerp van messing

c)

Het voorwerp van goud

d)

Het voorwerp van glas

15.

Je hebt vier voorwerpen met dezelfde massa maar van verschillende stoffen. Welk voorwerp heeft het grootste volume?

a)

Het voorwerp van staal

b)

Het voorwerp van messing

c)

Het voorwerp van goud

d)

Het voorwerp van glas