WorksheetsWoordsoorten, zinsdelen, pv tt
Total questions: 30
Worksheet time: 30mins
Selecteer alle werkwoorden
is
mogen
heeft
kast
Selecteer lidwoorden
de
het
ben
een
Hoeveel zn staan er in de zin: "mijn vader viert morgen zijn verjaardag."
Geen
Eén
Twee
Drie
Hoeveel bn staan er in de zin: "tijdens de lange vakantie heb ik een lekkere pizza op."
Geen
Eén
Twee
Drie
Wat voor woordsoort is het groengedrukte woord? Schrijf voluit: "door de docent heeft de klas een goed cijfer gehaald op de toets."
(a)
Selecteer voorzetsels.
tijdens
maar
van
met
Twee stellingen:
1. het onderwerp is altijd een persoon.
2. het onderwerp kan uit meer dan één woord bestaan.
Beide stellingen zijn waar.
Beide stellingen zijn niet waar.
Stelling 1 is waar en stelling twee is niet waar.
Stelling 1 is niet waar en stelling 2 is waar
Leg uit waarom we nooit een lidwoord en een persoonsvorm in één zin kunnen benoemen.
Selecteer manieren om de pv te vinden.
Tijdproef
Omzetproef
Keerproef
Vraagproef
Wat is het onderwerp: "Mijn moeder en ik gaan vanmiddag naar het tuincentrum."
Mijn moeder
ik
vanmiddag
Mijn moeder en ik
Benoem pv: "wanneer gaan we op vakantie?".
wanneer
gaan
we
vakantie
Hoeveel voorzetsels staan er in de zin: "Op vakantie hebben we op een berg naast een vallei geslapen"
Eén
Twee
Drie
Vier
Welke hoort er niet bij?
Werkwoord
Voorzetsel
Onderwerp
Bijvoeglijk naamwoord
Kies de juiste vorm: "Het huis ... (branden, t.t.) helemaal af, omdat het van hout is gemaakt."
brandde
brande
brand
brandt
Kies de juiste vorm: "Mijn moeder ... (betalen, t.t.) bijna altijd mijn kleding."
betaalde
betaald
betaaldt
betaalt
Kies de juiste vorm: "... (worden, t.t.) je vader morgen of overmorgen geopereerd?
Word
Werd
Wordt
Worden
Kies de juiste vorm. "... (beantwoord, t.t.) u mailtjes altijd dezelfde dag, vroeg een leerling.
Beantwoord
Beantwoordt
Beantwoorden
Beantwoordde
Kies de juiste vorm. "Mijn vader en moeder ... (sporten, t.t.) elke woensdag en vrijdag."
sportten
sporten
sportte
sporte
Kies de juiste vorm. "Je ... (raden, t.t.) nooit wie ik gisteren tegen ben gekomen!"
raad
raat
raadt
raadde
Maak een zin met twee werkwoorden.
In welke twee situaties gebruik je in de tegenwoordige tijd de ik-vorm van een werkwoord?
Kies de juiste vorm. "De docent ... (vergaderen, t.t.) iedere dinsdagmiddag."
vergaderd
vergaderdt
vergadert
vergaderde
Benoem pv. "Wie is de beste voetballer van Nederland"?
wie
is
de beste voetballer
Nederland
De persoonsvorm en het onderwerp zijn...
woordsoorten
zinsdelen
vraagzinnen
voorzetsels
Bedenk een zin waarin je het woord "was" als zelfstandig naamwoord gebruikt.
Bedenk een zin waarin je het woord "was" als werkwoord gebruikt.
Kies de juiste vorm. "De instructeur ... (begeleiden, t.t.) leerlingen op een goede en rustige manier."
begeleide
begeleid
begeleit
begeleidt
Kies de juiste vorm. "... (verraden, t.t.) jij ooit je vrienden?"
verraadde
verraadt
verraat
verraad
Kies de juiste vorm. "Wij ... (fietsen, t.t.) elke dag samen naar school."
fietsten
fietsden
fietsde
fietsen
Hoeveel voorzetsels zitten er in de zin: "Van mijn moeder mag ik niet op de bank springen."
Geen
Eén
Twee
Drie
