wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4H regeling en waarneming binasquiz

Total questions: 22

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Over het glasachtig lichaam liggen drie lagen. Welke lagen zijn dit van buiten naar binnen?

a)

Hoornvlies - netvlies - vaatvlies

b)

Hoornvlies - vaatvlies - netvlies

c)

Harde oogrok - vaatvlies - pigmentlaag

d)

Vaatvlies - harde oogrok - netvlies -

e)

Harde oogrok - vaatvlies - netvlies

2.

De hoogte van geluid wordt bepaald door de frequentie van de trillingen. Hoge tonen zijn trillingen met een hoge frequentie. Geluiden komen via de gehoorgang in het slakkenhuis waar ze worden waargenomen door zintuigcellen. De trillingen komen het slakkenhuis binnen via het ovale venster. Welke frequentie zal het eerst worden waargenomen in het slakkenhuis?

a)

100 Hz

b)

1.000 Hz

c)

5.000 Hz

d)

10.000 Hz

3.

Hoe heet het middelste gehoorbeentje?

a)

Aambeeld

b)

Hamer

c)

Stijgbeugel

d)

Trommelvlies

e)

Rotsbeen

4.

Hoe heet het gedeelte van het oog dat tussen de iris en de lesbandjes ligt?

a)

Voorste oogkamer

b)

Achterste oogkamer

c)

Pupil

d)

Lens

e)

Hyaloïde kanaal

5.

Welke kleur neem je waar als er licht van 520 nm golflengte op je netvlies valt?

a)

Rood

b)

Geel

c)

Groen

d)

Blauw

e)

Paars

6.

Met welke zintuigcel kun je kleur waarnemen en waar vind je deze zintuigcellen het meest?

a)

Staafjes - gele vlek

b)

Kegeltjes - gele vlek

c)

Staafjes - blinde vlek

d)

Kegeltjes - blinde vlek

7.

Waar ligt de blinde vlek ten opzicht van de optisch as (plek recht achter het midden van de lens)?

a)

19 graden aan de kant van het dichtstbijzijnde oor

b)

19 graden aan de kant van het andere oog

c)

22 graden aan de kant van het dichtstbijzijnde oor

d)

22 graden aan de kant van het andere oog

8.

Tot welk deel van de hersenen behoort de pons?

a)

Grote hersenen

b)

Kleine hersenen

c)

Hersenstam

d)

Verlengde merg

e)

Middenhersenen

9.

Hoe heet het einde van een axon?

(a)  

10.

Er loopt een impuls door een dendriet van een sensorische zenuwcel. In welke richting gaat deze impuls?

a)

Een zintuigcel

b)

Het cellichaam van de sensorische zenuwcel

c)

Een motorische zenuwcel

d)

Een spier of kliercel

11.

Waar bevinden de cellichamen van sensorische zenuwcellen zich?

a)

Aan de voorkant (buikzijde) van het ruggenmerg

b)

Aan de rugzijde van het ruggenmerg

c)

In spinale ganglia net buiten het ruggenmerg

d)

Vlak bij de zintuigcellen waar zij impulsen van krijgen

12.

Je loopt de klas binnen en gaat zitten. Je denkt er misschien niet meer bij na, maar dit zijn bewuste bewegingen die ontstaan in de motorische schors. Waar in je hersenschors ligt de motorische schors?

a)

Dit ligt vlak voor de centrale groeve

b)

Dit ligt vlak achter de centrale groeve

c)

Dit ligt aan de rechterkant van de centrale groeve

d)

Dit ligt aan de linkerkant van de centrale groeve

e)

Dit ligt aan de achterkant van je hoofd

13.

Welke ionen zijn bij een zenuwcel in rust in hoge concentratie aanwezig in de cel?

a)

Na+

b)

K+

c)

Na+ en K+

d)

Na+ en Cl-

e)

K+ en Cl-

14.

Een actiepotentiaal (impuls) bestaat uit verschillende fases. Welke fase is bezig als de kaliumpoortjes open staan? En wat gebeurt er dan?

a)

Depolarisatie - het potentiaal wordt positief

b)

Depolarisatie - het potentiaal wordt negatief

c)

Repolarisatie - het potentiaal wordt positief

d)

Repolarisatie - het potentiaal wordt negatief

e)

Rustpotentiaal - geen verschil in potentiaal doordat er geen ionen de cel in- of uitgaan

15.

Asparaginezuur is een aminozuur (bouwsteen van eiwitten), maar wordt in bepaalde delen van het zenuwstelsel ook gebruikt als neurotransmitter. In welk deel van het zenuwstelsel is dit?

a)

Buikzijde van het ruggenmerg

b)

In alle hersendelen

c)

In de hersenschors

d)

In parasympathische eindsynapsen

e)

In de hypothalamus

16.

Het autonome zenuwstelsel bestaat uit twee delen met een tegengestelde werking. Welke van onderstaande stellingen is/zijn juist?

a)

Als het parasympathisch zenuwstelsel actief is, wordt de vertering geremd

b)

Als het parasympathische zenuwstelsel actief is, valt er minder licht op het netvlies

c)

Als het orthosympathisch zenuwstelsel actief is, trekken de spiertjes rond de luchtwegen samen

d)

Als het orthosympathisch zenuwstelsel actief is, is de kans op afgifte van adrenaline groter

17.

Welk orgaan maakt adrenaline aan?

a)

Nieren

b)

Bijnieren

c)

Hypofyse

d)

Schildklier

e)

Hypothalamus

18.

Welk hormoon wordt afgegeven onder invloed van TSH en remt dezelfde TSH productie?

a)

TRH

b)

Thyroxine (T4)

c)

FSH

d)

Oestrogeen

e)

Cortisol

19.

Welk hormoon wordt niet door de hypothalamus gemaakt?

a)

TRH

b)

GIH

c)

ACTH

d)

CRH

20.

Welke stof heeft een tegengestelde werking ten opzichte van insuline?

a)

Glycogeen

b)

Glucagon

c)

Glucose

d)

Glysine

21.

Eiwitten zijn belangrijke stoffen voor het opbouwen van spieren. Dit komt omdat spiervezels (spiercellen) helemaal vol zitten met twee type eiwitten. Spieren trekken samen doordat deze eiwitten over elkaar 'lopen'. Eén van de typen eiwitten heeft daarvoor 'kopjes' waarmee ze over het andere eiwit lopen. Welk type eiwit heeft 'kopjes'?

a)

Actine

b)

Myosine

22.

Welk type spiercellen bevat per cel meerdere celkernen?

a)

Glad spierweefsel

b)

Hartspierweefsel

c)

Dwarsgestreept spierweefsel

d)

Lengte spierweefsel