wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema 6 Ecologie en milieu oefenen

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Deze paddenstoel is een voorbeeld van een reducent

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Reducenten zijn hetzelfde als afvaleters

a)

waar

b)

niet waar

3.

Welke organismen uit de afbeelding kunnen zowel consument van de tweede als de eerste orde zijn? (goed kijken)!!

a)

De uil en de haas

b)

De slang en de kraanvogel

c)

De slang en de uil

d)

De kraanvogel en de uil

4.

Welke organismen horen op plek 1 te staan?

a)

Producenten

b)

Reducenten

c)

Consumenten

5.

Tot welk niveau van de ecologie behoort een groep bavianen in een savanne?

a)

Populatie

b)

Biotoop

c)

Levensgemeenschap

d)

Ecosysteem

6.

Wat is de populatiegrootte?

a)

Het aantal organismen in een ecosysteem

b)

Het aantal organismen in een levensgemeenschap

c)

Het aantal organismen in een populatie

7.

Op een stuk grasland komt de volgende voedselketen voor:

gras -> krekel -> vogel


Er wordt een gifstof over het land gespoten. Hierdoor sterven de krekels uit.

Wat gebeurt er met de populatiegrootte van de vogels?

a)

Die wordt groter

b)

Die blijft gelijk

c)

Die neemt af

8.

Op een stuk grasland komt de volgende voedselketen voor:

gras -> krekel -> vogel


Er wordt een gifstof over het land gespoten. Hierdoor sterven de krekels uit.

Wat gebeurt er met de hoeveelheid gras?

a)

Die neemt af

b)

Die blijft gelijk

c)

Die neemt toe

9.

Het is paarseizoen. Vijf paar vogels willen een nestje bouwen in een struik waar plek is voor drie paar vogels.


Is dit een voorbeeld van concurrentie of samenwerking?

a)

Concurrentie

b)

Samenwerking

10.

Bekijk het voedselweb


Welk organisme is een alleseter?

a)

Lieveheersbeestje

b)

Koolmees

c)

Buizerd

d)

Veldmuis

11.

Wat is biomassa?

a)

De energierijke stoffen in de levenloze natuur

b)

De energierijke stoffen in de levende natuur

c)

Het gewicht van alle organismen in een ecosysteem

d)

Het gewicht van alle abiotische factoren in een ecosysteem

12.

Wat is het voordeel van een rangorde of een territorium?

a)

Minder kans voor nakomelingen

b)

Minder kans voor ruzies/gevechten

c)

Meer kans voor ruzies/gevechten

d)

Meer kans voor voedsel

13.

Welke symbiotische relaties is dit?


Een kever imiteert de geur van mierenlarven en wordt hierdoor meegenomen naar de het nest van de mieren om daar larven gevoed te krijgen van de mieren.

a)

Mutualisme

b)

Parasitisme

c)

Commensalisme

14.

Welke symbiotische relatie is dit?


Verpleegsterhaaien eten de parasieten op die op de huid van een walvishaai leeft.

a)

Mutualisme

b)

Parasitisme

c)

Commensalisme

15.

Aantasting van het milieu gebeurd door:

a)

aantasting

b)

vervuiling

c)

uitputting

d)

vervuiling en uitputting

e)

alle drie opties

16.

Biologisch afbreekbare afval is afval dat door bacteriën en schimmels (reducenten) kan worden afgebroken

a)

juist

b)

onjuist

17.

In de afgelopen 100 jaar is de mens steeds meer fossiele brandstoffen gaan verbruiken Bij de verbranding van fossiele brandstoffen komt

a)

zuurstof vrij

b)

methaan vrij

c)

koolstofdioxide vrij

18.

Welke van de onderstaande begrippen zijn abiotische factoren? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Soortgenoten

b)

Water

c)

Ziekteverwekkers

d)

Nestgelegenheid

e)

Licht

19.

Wat zijn de niveaus van de ecologie van klein naar groot?

a)

Individu – levensgemeenschap – populatie – ecosysteem – biosfeer

b)

Individu – levensgemeenschap – populatie – biosfeer – ecosysteem

c)

Individu – levensgemeenschap – biosfeer – populatie – ecosysteem

d)

Individu – populatie – levensgemeenschap – ecosysteem – biosfeer

e)

Individu – populatie – levensgemeenschap – biosfeer – ecosysteem

20.

Wie is op deze afbeelding de gastheer?

a)

De teek

b)

De mens

c)

Geen van beide

21.

Wat zal geen gevolg zijn van het versterkt broeikaseffect?

a)

Stijging van de zeespiegel

b)

Meer extreem weer

c)

Verzilting van de bodem

d)

Zuurstof tekort in de atmosfeer

22.

Wat is een vorm van landbouw?

a)

Veeteelt

b)

Akkerbouw

c)

Tuinbouw

d)

Alle drie de antwoorden

23.

Wat is een nadeel van intensieve veeteelt?

a)

Te veel mest

b)

Te weinig winst

c)

Vergrote kans op ziektes

d)

Goedkoop vlees

24.

Wat zal het grootste probleem voor Nederland zijn als klimaatverandering zou toenemen?

a)

Verwoestijning

b)

Zeespiegelstijging

c)

Bodemvervuiling

d)

Geen koude winters

25.

Wat is met name het gevolg van de stikstof toename in de natuur?

a)

Toename biodiversiteit

b)

Afname biodiversiteit

c)

Toename aan planten en afname aan dieren

d)

Toename in de hoeveelheid vissen