wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Wat is de goede zin?

Total questions: 20

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de goede zin?

a)

Mijn huis veel kamers heeft.

b)

Mijn huis veel kamer heb.

c)

Mijn huis heeft veel kamers.

d)

Mijn huis heeft veel kamer.

2.

Wat is de goede zin?

a)

Marta is kamer.

b)

Marta is in de kamer.

c)

Marta is in kamer.

d)

Marta bent in de kamer

3.

Wat is de goede zin?

a)

De ouders spelen de woorden.

b)

De ouder spelen de woorden.

c)

De ouders spellen de woord.

d)

De ouders spellen de woorden.

4.

Wat is de goede zin?

a)

Ibrahim heeft vraag.

b)

Ibrahim heeft een vraag.

c)

Ibrahim vraag hebben.

d)

Ibrahim hebt vraag.

5.

Wat is de goede zin?

a)

De docent schrijft een tekst op het bord.

b)

De docent schrijven tekst op bord.

c)

De docent schrijvt een tekst op bord.

d)

De docent schrijf een tekst op de bord.

6.

Wat is de goede zin?

a)

Wilt jij koffie of thee?

b)

Willen jij koffie of thee?

c)

Jij wilt koffie of thee?

d)

Wil jij koffie of thee?

7.

Wat is de goede zin?

a)

Stas en Jefairo praten in de pauze.

b)

In de pauze Stas en Jefairo praten.

c)

Stas en Jefairo praat in de pauze.

8.

Wat is de goede zin?

a)

Sara gaat school op maandag.

b)

Sara ga naar school op maandag.

c)

Sara gaat naar school op maandag.

d)

Sara naar school gaat op maandag

9.

Wat is de goede zin?

a)

Een jaar hebt twaalf maanden.

b)

Een jaar heeft 12 manden.

c)

Een jaar heb twaalf manden.

d)

Een jaar heeft twaalf maanden.

10.

Wat is de goede zin?

a)

De man stat buiten.

b)

Man staat buiten.

c)

De man staat buiten.

d)

De man staan buiten.

11.

Wat is de goede zin?

a)

Ik begrijp vraag niet.

b)

Ik niet begrijpen vraag.

c)

Ik begrijp de vraag niet.

d)

Ik vraag niet begrijpen.

12.

Wat is de goede zin?

a)

De leerlingen moeten veel woorden leren.

b)

De leerlingen veel woorden moeten leren.

c)

De leerlingen moet veel woorden leren.

13.

Wat is de goede zin?

a)

Alisa en Mai lopen naar buiten.

b)

Alisa en Mai loopt naar buiten.

c)

Alisa en Mai loopt buiten.

d)

Alisa en Mai buiten lopen.

14.

Wat is de goede zin?

a)

Bent jij getrouwd?

b)

Bent u getrouwd?

c)

Jij bent getrouwd?

d)

U bent getrouwd?

15.

Wat is de goede zin?

a)

Mevrouw de Vries hebt twee dochters.

b)

Mevrouw de Vries heeft een dochters.

c)

Mevrouw de Vries heeft een dochter.

d)

Mevrouw de Vries hebben een dochter.

16.

Wat is de goede zin?

a)

Sinterklaas stat op de dak.

b)

Sinterklaas staat op het dak.

c)

Sinterklaas op dak staan.

d)

Sinterklaas sta op het dak.

17.

Wat is de goede zin?

a)

Mohamed is de nieuwe buurvrouw.

b)

Mohamed is de nieuwe buurman.

c)

Mohamed zijn de nieuwe buren.

d)

Mohamed is nieuwe buurman.

18.

Wat is de goede zin?

a)

Hoeveel deuren heeft je huis?

b)

Hoeveel deur heb je huis?

c)

Hoeveel deuren je huis?

d)

Hoeveel deuren hebben je huis?

19.

Wat is de goede zin?

a)

De kinderen krijgen koekje van de juf.

b)

Het kinderen krijgen koekje van juf.

c)

De kinderen krijgen een koekje van de juf.

d)

Kinderen krijgt koekje van juf.

20.

Wat is de goede zin?

a)

Jullie woont in flat.

b)

Jullie woont in de flat.

c)

Jullie wonnen in flat.

d)

Jullie wonen in een flat.