wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

4 mavo start schooljaar

Total questions: 16

Worksheet time: 32mins

Name
Class
Date
1.

het kabinet in Nederland is gevallen, er komen nieuwe verkiezingen. Dit is een verandering op ....... gebied

a)

economisch

b)

politiek-bestuurlijk

c)

sociaal

d)

cultureel

2.

De Islamitische school in Apeldoorn krijgt steeds meer leerlingen. Dit is een verandering op ........ gebied.

a)

economisch

b)

politiek-bestuurlijk

c)

sociaal

d)

cultureel

3.

Mannen die net vader geworden zijn hebben recht op veel verlofdagen. Dit is een verandering op ...... gebied

a)

economisch

b)

politiek-bestuurlijk

c)

sociaal

d)

economisch

4.

De inflatie zorgt ervoor dat boodschappen doen voor veel mensen een dure aangelegenheid is. Deze verandering is een ............... verandering.

a)

economisch

b)

politiek-bestuurlijk

c)

sociaal

d)

cultureel

5.
Wat is propaganda?
a)
Een poster
b)
Politieke reclame
c)
Reclame voor een product
6.

Bij welk begrip past deze omschrijving:


"Het streven naar een eigen staat voor het eigen volk"

(a)  

7.

1. Mijn band is lek

2. Ik moet lopen

a)

1 is de oorzaak en 2 is het gevolg

b)

2 is de oorzaak en 1 is het gevolg

8.

1. Ik fiets zonder achterlicht

2. De politie houdt mij aan

a)

1 is de oorzaak en 2 is het gevolg

b)

2 is de oorzaak en 1 is het gevolg

9.

1. Jagers eten het meeste vlees rauw op

2. Vlees bederft snel

a)

1 is de oorzaak en 2 is het gevolg

b)

2 is de oorzaak en 1 is het gevolg

10.

Zijn feiten altijd waar?

a)

Ja

b)

Nee

11.

Voorbeeld van een vraag:

Hieronder staan vijf grondrechten waar het parlement gebruik van kan maken.

Welke twee grondrechten mogen alleen door de Tweede Kamer worden gebruikt?


Uit hoeveel onderdelen bestaat je antwoord op deze vraag?

a)

1 onderdeel

b)

2 onderdelen

c)

3 onderdelen

d)

4 onderdelen

12.

Voorbeeld van een vraag:

Welke van de onderstaande personen gaf in Nederland opdracht tot het maken van een nieuwe grondwet in 1848?

Kies het juiste antwoord en schrijf alleen de letter op.

A. Willem I

B. Willem II

C. Willem III

D. Thorbecke


Wat voor soort antwoord dien je op het antwoordvel te geven?

a)

een naam

b)

een letter

c)

een naam en letter

d)

een naam of een letter

13.

Voorbeeld van een vraag:

Gebruik bron 1.

Hieronder staan vijf rechten weergegeven.

a. recht van initiatief

b. recht van amendement

c. recht van budget

d. recht van interpellatie

e. recht van enquête

In de bron worden vier situaties weergegeven waarbij een parlementslid zich beroept op één van bovenstaande rechten.

Geef per situatie aan welk recht bij de juiste situatie hoort.

Let op! Er blijft één recht over.


Hoeveel combinaties worden er gevraagd om als antwoord te noteren?

a)

één combinatie

b)

twee combinaties

c)

drie combinaties

d)

vier combinaties

e)

vijf combinaties

14.

Voorbeeld van een vraag:

In de tweede helft van de negentiende eeuw was er sprake van de 'sociale kwestie'.

Leg uit wat deze 'sociale kwestie' inhield. Doe dit in maximaal 50 woorden.

Gebruik in je antwoord de vier volgende begrippen: industrialisatie - emancipatie - werkeloosheid - leef-en werkomstandigheden


Aan wat voor eisen moet je antwoord voldoen?

meerdere antwoorden mogelijk

a)

Je antwoord moet minstens uit 50 woorden bestaan

b)

Je antwoord mag hoogstens 50 woorden lang zijn

c)

Ik moet zorgen dat alle begrippen in mijn antwoord staan

d)

Ik kies alleen de bruikbare begrippen in mijn antwoord

e)

Ik zorg dat de begrippen een logisch verband met elkaar hebben

15.

Voorbeeld van een vraag:

Gebruik bron 2

Tijdens de schoolstrijd waren een aantal politieke groepen met elkaar aan het ruziën. Deze groepen hadden andere belangen en zodoende lagen hun wensen ook uit elkaar.

Geef een reden uit de bron die laat zien dat politieke samenwerking moeilijk was.

Geef ook twee redenen uit de bron die laten zien dat deze samenwerking wel mogelijk was.


Wat voor soort antwoord wordt er van je verlangd te geven op de vraag?

a)

Ik moet twee redenen geven: één vóór en één tegen samenwerking

b)

Ik moet uit de bron een reden geven waarom samenwerking moeilijk was

c)

Ik moet drie redenen geven waarom samenwerking mogelijk was

d)

ik moet een reden geven voor de moeilijke samenwerking en twee reden voor een mogelijke samenwerking

16.

Voorbeeld van een vraag:

Tijdens de pacificatie van 1917 werden een aantal langdurende conflicten opgelost en afspraken gemaakt.

Geef een voorbeeld van een economische afspraak die tijdens de pacificatie werd gemaakt.


Wat voor soort antwoord wordt er van je gevraagd?

a)

een voorbeeld dat over rechten gaat

b)

een voorbeeld waarbij het bestuur en regelgeving een rol speelt

c)

een voorbeeld dat met geld te maken heeft

d)

een voorbeeld waarbij religie een rol van betekenis speelt

e)

een voorbeeld waar normen en waarden in naar voren komen