Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz leerstof 4e jaar

Total questions: 15

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Gutenberg was een...

a)

drukker

b)

humanist

c)

hervormer

d)

kunstenaar

2.

Waarin waren humanisten bijzonder geïnteresseerd?

a)

de bijbel

b)

de klassieke oudheid

c)

geen van beiden

3.

Uit welk hedendaags land was Erasmus afkomstig?

a)

België

b)

Italië

c)

geen van beiden

4.

In welk huidig land ging de renaissance van start?

a)

België

b)

Frankrijk

c)

Italië

d)

Duitsland

5.

Welke bewering over de renaissance is correct?

a)

heeft als doel de bescherming van het katholiek geloof

b)

is een kunststijl gekenmerkt door frivoliteit en uitbundigheid

c)

een kunststijl die in de architectuur volgt op de gotiek

d)

is een kunststijl die gebruik maakt van wetenschappelijke inzichten

6.

De (a)   was de kunststijl die de katholieke reformatie steunde.

7.

Welk product vormde in de vroegmoderne tijd de belangrijkste drijfveer voor de ontdekkingsreizen?

a)

goud

b)

specerijen

c)

slaven

d)

parels

8.

Welk handelscompagnie domineerde de handel in Azië gedurende de 17e eeuw?

a)

VOC

b)

WOC

c)

VIC

d)

WIC

9.

De Spaanse conquistador (a)   veroverde het rijk van de Mexica/Azteken in 1521.

10.

Tot welke familie hoorde keizer Karel V?

a)

Habsburgers

b)

Valois

c)

Bourbons

d)

Oranje-Nassau

11.

Wat zorgde voor een scheiding van de Nederlanden in de vroegmoderne tijd?

a)

Belgische Revolutie

b)

Franse Revolutie

c)

Tachtigjarige Oorlog

d)

Honderdjarige Oorlog

12.

Wie regeerde over Engeland in 1650 na de Engelse Burgeroorlog?

a)

Elisabeth I

b)

Hendrik VIII

c)

Karel I

d)

Cromwell

13.

Wat was een gevolg van de Tachtigjarige Oorlog?

a)

Lodewijk XIV valt onze gewesten binnen

b)

Antwerpen wordt de belangrijkste havenstad van Europa

c)

Veel (protestantse) handelaars uit onze gewesten emigreren

d)

Onze gewesten komen in handen van de Oostenrijkse Habsburgers

14.

De filosofische stroming uit de late vroegmoderne tijd die alles verwerpt wat niet met de rede aantoonbaar is noemen we de (a)  

15.

Wat was het cijnskiesrecht?

a)

Een kiessysteem waarbij enkel rijken mochten stemmen

b)

Een kiessysteem waarvan enkel vrouwen uitgesloten waren

c)

Een kiessysteem waarbij sommige mensen meer dan één stem mochten uitbrengen

d)

juiste antwoord ontbreekt