wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Instructietaal Frans

Total questions: 10

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke instructie wordt hier gegeven?

Lis le texte en détail et réponds aux questions.

a)

Lees de tekst in detail en antwoord op de vragen.

b)

Luister in detail naar de tekst en antwoord op de vragen.

c)

Schrijf een gedetailleerde tekst en stel daar vragen over.

d)

Lees de tekst voor en beantwoord de vragen.

2.

Welke instructie wordt hier gegeven?

Les phrases correspondent à quelle photo? Ecris le chiffre dans la case correcte.

a)

Welke zinnen passen bij het verhaal? Duid de juiste foto aan.

b)

Welke foto's vertellen iets over het verhaal? Duid de juiste letter aan.

c)

Met welke foto komen de zinnen overeen? Schrijf het cijfer in het juiste vakje.

d)

Met welke zinnen komen de foto's overeen? Schrijf het cijfer onder de passende foto.

3.

Welke instructie wordt er gegeven?

Lis l'affiche et la bulle et souligne les verbes à l'impératif

a)

Lees de affiche en de tekstballon en omcirkel de werkwoorden in de imperatief.

b)

Lees de affiche en de tekstballon en markeer de werkwoorden in de imperatief.

c)

Lees de affiche en de tekstballon en onderlijn de werkwoorden in de imperatief.

d)

Lees de affiche en de tekstballon en vul de werkwoorden aan in de imperatief.

4.

Welke vraag wordt hier gesteld?

Quel est le message de ce texte?

a)

Wat is de boodschap van deze tekst?

b)

Welke tekstsoort vind je terug in deze boodschap?

c)

Schrijf een boodschap net zoals in deze tekst.

d)

Welke tekst zou passen in deze boodschap?

5.

Welke instructie wordt hier gegeven?

Lis les slogans. Surligne les articles indéfinis en vert et les articles définis en bleu.

a)

Bedenk de slogans. Onderlijn de onbepaalde lidwoorden in het groen en de bepaalde lidwoorden in het blauw.

b)

Lees de slogans. Markeer de onbepaalde lidwoorden in het groen en de bepaalde lidwoorden in het blauw.

c)

Bedenk de slogans. Schrijf de onbepaalde lidwoorden in het groen en de bepaalde lidwoorden in het blauw.

d)

Lees de slogans. Omcirkel de onbepaalde lidwoorden in het groen en de bepaalde lidwoorden in het blauw.

6.

Welke instructie wordt gegeven?

Retournez à la page précedente.

a)

Keer terug naar de vorige pagina.

b)

Kijk naar de volgende paragraaf.

c)

Kijk naar de volgende pagina.

d)

Keer terug naar de vorige paragraaf.

7.

Welke instructie wordt gegeven?

Coche la réponse correcte.

a)

Vink het juiste antwoord aan.

b)

Onderlijn het juiste antwoord.

c)

Markeer het juiste antwoord.

d)

Omcirkel het juiste antwoord.

8.

Welke instructie wordt er gegeven?

Traduis et conjugue les verbes.

a)

Vertaal en vervoeg de werkwoorden.

b)

Vertaal en pas de bijvoeglijke naamwoorden aan.

c)

Luister en schrijf de werkwoordsvorm op.

d)

Luister en schrijf het voornaamwoord op.

9.

Vertaal volgende instructie:

Open het raam, alsjeblieft.

4 lines
10.

Vertaal volgende instructie:

Neem jouw laptop.

4 lines