Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ha5 H1 Wereld Globalisering 1-7

Total questions: 31

Worksheet time: 31mins

Name
Class
Date
1.

Ontwikkeling waarbij goederen op grote schaal in containers met een standaard afmeting worden vervoerd.

(a)  

2.

Invalshoek van waaruit je naar een situatie of ontwikkeling kijkt, bijvoorbeeld economisch, geografisch, politiek, demografisch of sociaal-cultureel.

(a)  

3.

Proces waarbij de verwevenheid tussen gebieden en samenlevingen op aarde toeneemt.

(a)  

4.

Alle technieken die het mogelijk maken informatie van het ene punt naar het andere punt te verspreiden.



(a)  

5.

Groot bedrijf met vestigingen in meerdere landen.

(a)  

6.

Proces waarbij de relatieve afstand tussen plaatsen door de moderne transport- en informatietechnologie afneemt.

(a)  

7.

Technische voorzieningen die samenhangen met vervoeren van goederen en mensen.

(a)  

8.

De route die een product aflegt van idee of grondstof tot dienst of eindproduct.

(a)  

9.

Economisch systeem waarbij bedrijven bepalen wat waar geproduceerd wordt; de prijst komt tot stand door vraag en aanboden de rol van de overheid is gering.

(a)  

10.

Handel waarbij zo weinig mogelijk handelsbelemmeringen, zoals invoerrechten en importquota bestaan.

(a)  

11.

Overlegorgaan waarin ruim 160 landen handels verdragen sluiten, met als doel liberalisering van de wereldhandel.

(a)  

12.

Wanneer je de negatieve gevolgen van vooruitgang in het ene gebied afschuift naar andere gebieden en naar toekomstige generaties.

(a)  

13.

Verschuiving van het economische en politieke zwaartepunt in de wereld, bijvoorbeeld van de landen rond de Atlantische Oceaan naar de gebieden rond de Grote Oceaan.

(a)  

14.

Wereldwijde verbinding tussen geibeden en landen op economisch, politiek en sociaal-cultureel terrein.

(a)  

15.

De manier waarop tegenwoordig de agrarische, industriële en dienstverlenende activiteiten in het wereldsysteem verdeeld zijn.

(a)  

16.

De verhouding tussen de prijzen van de export en de import - als de exportgoederen hoogwaardiger worden stijgt de prijs en verbetert de ruilvoet.

(a)  

17.

Het geheel van verbanden tussen drie belangrijke economische machtsblokken (VS, Japan, EU) in de wereld.

(a)  

18.

Lees de vier krantenkoppen die met globalisering samenhangen.

Elke kop gaat over een andere dimensie van globalisering.

Welke gaat over de geografische dimensie?

 

a)

A    ‘In deze Rotterdamse wijken is zelfs de pizzeria Pools’

b)

B    ‘Nog nooit zo veel geld gevraagd voor containertransport vanuit Azië naar Europa’

c)

C    ‘Supersonisch vliegen op biobrandstof met de nieuwe Overture’

d)

D    ‘Verenigd Koninkrijk sluit nieuw handelsverdrag met Nieuw-Zeeland’

19.

De voertaal in een gebied waar meerdere talen gesproken worden. Op wereldschaal is dat het engels.

(a)  

20.

Verhuizen naar een ander gebied o plaats om daar te gaan werken.

(a)  

21.

Netwerk tussen twee landen op economisch, politiek en sociaal-cultureel gebied.

(a)  

22.

De wereldwijde verbreiding van de Amerikaanse cultuur.

(a)  

23.

Positie van een gebied o land ten opzichte van andere gebieden of landen.

(a)  

24.

Kenmerken die typerend zijn voor een persoon, groep, gebied.

(a)  

25.

Een grote stad die voor de wereld belangrijk is als economisch, politiek en cultureel centrum.

(a)  

26.

Proces waarbij de industriële activiteiten in een gebied voor een belangrijk deel verdwijnen.

(a)  

27.

Proces waarbij de koloniën zelfstandig worden.

(a)  

28.

Een kolonie die gebruikt wordt als wingewest.

(a)  

29.

Proces waarbij de industriële sector een steeds belangrijke plaats in de samenleving inneemt.

(a)  

30.

Een gebied waar kolonisten zich blijvend vestigen.

(a)  

31.

Dienstverlening door particuliere bedrijven, dus niet door overheidsdiensten.

(a)