wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Formatieve toets BS 2.1 t/m 2.3 2 tl/havo

Total questions: 31

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Dit wordt gemaakt in de lever en niet in de galblaas

a)

speeksel

b)

alvleessap

c)

gal

d)

maagsap

2.

Dit sap maakt bacteriën dood

a)

alvleessap

b)

maagsap

c)

gal

d)

darmsap

3.

Dit sap maakt van grote vetdruppels kleine vetdruppels

a)

maagsap

b)

gal

c)

alvleessap

d)

speeksel

4.

Dit sap maakt bacteriën dood Let op, twee goede antwoorden!

a)

gal

b)

alvleessap

c)

maagsap

d)

speeksel

5.

Nummer 2 is de

a)

maag

b)

lever

c)

dikke darm

d)

slokdarm

6.

Nummer 7 is de

a)

maag

b)

dunne darm

c)

lever

d)

alvleesklier

7.

nummer 9 is de

a)

slokdarn

b)

twaalfvingerige darm

c)

dunne darm

d)

dikke darm

8.

Nummer 11 is de

a)

slokdarm

b)

twaalfvingerige darm

c)

dunne darm

d)

dikke darm

9.

verteerde voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed in nummer

a)

2

b)

3

c)

11

d)

9

10.

Water wordt terug opgenomen in het lichaam in nummer

a)

11

b)

9

c)

3

d)

2

11.

De juiste weg waarlangs je eten gaat is(goed kijken, extra tijd!)

a)

2-3-7-8-12

b)

2-5-6-7-9

c)

2-4-6-11-12

d)

2-3-5-9-11-12

12.

De kneedbewegingen van je darm zijn de (goed lezen!)

a)

periklastische bewegingen

b)

perilastische bewegingen

c)

peristaltische bewegingen

d)

sperliatische bewegingen

13.

een voedingsmiddel is

a)

eiwitten

b)

vetten

c)

brood

d)

vet

14.

Het laatste stukje darm

a)

slokdarm

b)

dunne darm

c)

endeldarm

d)

dikke darm

15.

Van welke bouwstoffen heb je het meest nodig? Zoek op van meest naar minst

a)

water - eiwitten - mineralen

b)

mineralen - eiwitten - water

c)

water - mineralen - eiwitten

d)

eiwitten - mineralen - water

16.
De functie van voedingsvezels is het bevorderen van de darmperistaltiek
a)
Juist
b)
Onjuist
17.
Dit is een 
a)
voedingsmiddel
b)
voedingsstof
18.

In elk voedingsmiddel zitten...

a)

mineralen

b)

voedongsvezels

c)

Voedingsstoffen

d)

vetten

19.

Welke zin over voedingsvezels is juist

a)

voedingsvezels kunnen niet worden verteerd

b)

Voedingsvezels zorgen voor energie

c)

Voedingsvezels zorgen voor bouwstoffen

d)

Voedingsvezels is een voedingstof

20.

In een proef wordt uit een liter melk yoghurt gemaakt.

Neemt de hoeveelheid energierijke stoffen in de melk in de loop van deze proef af, blijft deze gelijk of neemt deze toe?

a)

neemt toe

b)

blijft gelijk

c)

neemt af

21.

In de afbeelding is het verband tussen de temperatuur en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Bij welke temperaturen is dit enzym tijdelijk onwerkzaam?

a)

Alleen bij temperaturen onder de 10 graden

b)

Alleen bij temperaturen onder de 35 graden

c)

Alleen bij temperaturen boven de 50 graden

d)

zowel bij temperaturen onder de 10 graden als bij temperaturen boven de 50 graden.

22.

In de afbeelding is het verband tussen de temperatuur en de activiteit van een bepaald enzym in een diagram weergegeven.

Wat is de optimumtemperatuur?

a)

10 graden

b)

35 graden

c)

50 graden

23.

Iemand maakt een schema van de werking van enzymen (zie de afbeelding). Hierbij geldt: E = enzym en V = voedingsstof waarop het enzym inwerkt.

Kan dit schema de enzymwerking juist weergeven?

a)

ja

b)

nee

24.

In de afbeelding is een voedingsstof weergegeven.

a)

juist

b)

onjuist

25.

Wat kost meer energie: het verteren van een glas koude melk of het verteren van een glas lauwe melk?



a)

Het verteren van een glas koude melk, omdat dit meer energie kost.

b)

Het verteren van een glas lauwe melk, omdat dit minder energie kost.

c)

Het verteren van een glas koude melk, omdat dit minder energie kost.

d)

Het verteren van een glas lauwe melk, omdat dit meer energie kost.

e)

Geen van alle. Temperatuur heeft geen invloed op het verteringsproces

26.

Wat is de functie van verteringsklieren?

a)

Hier vindt opname van stoffen plaats.

b)

Hier vindt vertering plaats.

c)

Hier worden verteringssappen gemaakt.

27.

Kikkers zijn amfibieën. Hun spijsverteringsstelsel vertoont echter veel overeenkomst met dat van een zoogdier. In de afbeelding zie je organen in het lichaam van een kikker.

Welke letter geeft de lever aan?

a)

Q

b)

R

c)

S

d)

T

28.

Welke van de volgende organen maken verteringssappen?

a)

Alvleesklier

b)

Darmsapklier

c)

Lever

d)

Maagsapklier

e)

Speekselklier

29.

In de mondholte wordt het voedsel door het gebit in kleine stukjes verdeeld. Als gevolg hiervan wordt de oppervlakte van het voedsel vergroot.

Welk sap heeft dezelfde functie?

a)

Alvleessap

b)

Darmsap

c)

Gal

d)

Maagsap

30.

Een wezel (zie de afbeelding) heeft scherpe, puntige kiezen en een kort darmkanaal in verhouding tot zijn lichaamslengte.

Zijn de puntige kiezen een aanwijzing dat wezels vleeseters zijn? En het korte darmkanaal?

a)

alleen de scherpe puntige kiezen

b)

alleen het korte darmkanaal

c)

zowel de scherpe puntige kiezen als het korte darmkanaal

31.

Sabeltandtijgers zijn uitgestorven roofdieren. In de afbeelding is een schedel van de grootste soort sabeltandtijger getekend. Uit de schedel van dit uitgestorven dier is de vorm van de buik af te leiden.

Welke vorm had de buik van een sabeltandtijger?

a)

de buik is dik

b)

de buik is recht

c)

de buik is slank