Font size
Worksheetsduits - v3 - kap1 - zwakke werkwoorden
Total questions: 68
Worksheet time: 34mins
voltdw => öffnen = Meine Schwester hat die Tür (a)
voltdw => bluten = Seine Nase hat (a)
voltdw => antworten = ich habe (a)
voltdw => genügen = das hat (a)
voltdw => machen = Was hast du gestern (a) ?
voltdw => reden = Worüber hast du (a) ?
Verltijd =>leben = Elefanten (a)
Verltijd =>passen = Die Schuhe (=meervoud) (a)
Verltijd =>wohnen = ich (a)
Verltijd =>baden = (a) ihr gerne im Meer?
Verltijd =>stören = Sie (a)
Verltijd =>antworten = Warum (a) ihr nicht?
Verltijd =>passen = Die blaue Hose (a)
Verltijd =>erzählen = Sabine (a)
Verltijd =>mieten = (a) Ihr in Frankreich ein Ferienhaus?
Verltijd =>schmecken = Der Kuchen (a)
Verltijd =>arbeiten = (a) du immer so spät?
Verltijd =>brauchen = du (a)
Verltijd =>klopfen = Sie (a)
Verltijd =>spenden = wir (a)
Verltijd =>stimmen = das (a)
Verltijd =>landen = Die Flugzeuge (=meervoud) (a)
Verltijd =>regnen = Es (a) sehr hart!
Verltijd =>kaufen = Klaus (a)
Verltijd =>kochen = Mutter (a)
Verltijd =>sagen = ihr (a)
Verltijd =>schicken = ihr (a)
Verltijd =>schaden = Ein bisschen Schnee (a) ja nicht.
Verltijd =>erzählen = du (a)
Verltijd =>verdienen = Alle Profi-Fußballspieler (a) viel Geld
Verltijd =>zeigen = wir (a)
Verltijd =>bluten = Seine Nase (a)
Verltijd =>drohen = Der Entführer (a)
Verltijd =>brauchen = wir (a)
Verltijd =>holen = sie (mv) (a)
Verltijd =>reden = Worüber (a) ihr die ganze Zeit?
Verltijd =>begleiten = (a) du mich?
Verltijd =>entschuldigen = Sie (a)
Verltijd =>begleiten = (a) ihr uns?
Verltijd =>atmen = Er (a) sehr schnell!
Verltijd =>warnen = Die Polizei (a)
Verltijd =>bezahlen = ihr (a)
Verltijd =>trösten = Die Mütter (=meervoud) (a)
Verltijd =>frühstücken =ihr (a)
Verltijd =>surfen = du (a)
Verltijd =>reichen = Es (a)
Verltijd =>sagen = du (a)
Verltijd =>kaufen = ich (a)
Verltijd =>rauchen = du (a)
Verltijd =>brauchen = ihr (a)
Verltijd =>warten = wir (a)
Verltijd =>tanzen = ich (a)
Verltijd =>schicken = du (a)
Verltijd =>putzen = wir (a)
Verltijd =>lernen = Klaus (a)
Verltijd =>drohen = Die Entführer (=meervoud) (a)
Verltijd =>genügen = das (a)
Verltijd =>suchen = Sie (a)
Verltijd =>spielen = du (a)
Verltijd =>stören = ich (a)
Verltijd =>merken = du (a)
Verltijd =>tanzen = Sie (a)
Verltijd =>putzen = Meine Mutter (a)
Verltijd =>reden = Worüber (a) du?
Verltijd =>bestellen = du (a)
Verltijd =>bezahlen = ich (a)
Verltijd =>holen = du (a)
Verltijd =>spazieren = ich (a)
