wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Quiz grammatica en spelling

Total questions: 21

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Voor een zelfstandig naamwoord kun je een lidwoord (de, het, een) zetten.

a)

Waar

b)

Niet waar

2.

Eigennamen zijn bijvoeglijke naamwoorden

a)

Waar

b)

Niet waar

3.

De geoefende acrobaat sprong zonder beveiliging. Wat is geoefende?

a)

een lidwoord

b)

een zelfstandig naamwoord

c)

een bijvoeglijk naamwoord

d)

een werkwoord

4.

Welk woord is geen werkwoord?

a)

rennen

b)

hoogste

c)

lopen

d)

zwemmen

5.

Een werkwoord geeft extra informatie over een zelfstandig naamwoord.

a)

Waar

b)

Niet waar

6.

Sana heeft de luistertoets goed geoefend. Wat zijn de zelfstandige naamwoorden?

a)

Sana, luistertoets

b)

luistertoets, goed

c)

goed, geoefend

d)

geoefend, Sana

7.

Heb jij nieuwe blaadjes in de printer in de werkkamer gedaan? Wat zijn de zelfstandige naamwoorden?

a)

nieuwe, blaadjes, printer

b)

blaadjes, printer, gedaan

c)

heb, blaadjes, printer

d)

blaadjes, printer, werkkamer

8.

De volgende drie kenmerken hebben invloed op de persoonsvorm:

a)

getal, persoon, ruimte

b)

getal, persoon, tijd

c)

getal, tijd, ruimte

9.

De infinitief wordt ook wel 'het hele werkwoord' genoemd.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

Dat gel_ zowel voor zakelijke als particuliere leningen.

a)

gelt

b)

geld

c)

geldt

11.

Volgens mij is er een kans dat hij niet herkozen wor_?

a)

wort

b)

word

c)

wordt

12.

Breng je dit vandaag nog weg of verbran_ je alles?

a)

verbrant

b)

verbrand

c)

verbrandt

13.

Deze nieuwe regeling bie_ je baas de kans te reorganiseren.

a)

biet

b)

bied

c)

biedt

14.

De laatste jaren bestee_ hij veel aandacht aan kijkcijfers.

a)

besteet

b)

besteed

c)

besteedt

15.

Dat beteken_ dat je bijzonder voorzichtig moet zijn.

a)

betekent

b)

betekend

c)

betekendt

16.

Welke zin is goed?

a)

’t Was ontzettend gezellig.

b)

’T was ontzettend gezellig.

c)

’t was ontzettend gezellig.

17.

Welke zin is goed?

a)

20 Appels liggen in het mandje.

b)

20 appels liggen in het mandje.

18.

Welke zin is goed?

a)

45 seconden bleef hij onder water.

b)

45 Seconden bleef hij onder water.

19.

Welk antwoord is goed?

a)

mevrouw de vries

b)

mevrouw de Vries

c)

mevrouw De vries

d)

mevrouw De Vries

20.

Welke antwoord is goed?

a)

Bert van achter

b)

Bert van Achter

c)

Bert Van Achter

21.

Welk antwoord is goed?

a)


Evelien den Braber - Ten Haaf

b)


Evelien den Braber - ten Haaf

c)


Evelien Den Braber - Ten Haaf