wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal woordenschat blok 1

Total questions: 25

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

Een huis voor oude mensen

a)

de wandeltocht

b)

het goede doel

c)

het bejaardenhuis

d)

het industrieterrein

e)

de kritiek

2.

De wandeling

a)

de wandeltocht

b)

het goede doel

c)

het bejaardenhuis

d)

het industrieterrein

e)

de kritiek

3.

Geld inzamelen voor een goede bestemming

a)

de wandeltocht

b)

het goede doel

c)

het bejaardenhuis

d)

het industrieterrein

e)

de kritiek

4.

Een gebied met veel fabrieken en kantoren

a)

de wandeltocht

b)

het goede doel

c)

het bejaardenhuis

d)

het industrieterrein

e)

de kritiek

5.

Als mensen zeggen dat ze iets niet goed vinden

a)

de wandeltocht

b)

het goede doel

c)

het bejaardenhuis

d)

het industrieterrein

e)

de kritiek

6.

Wij blussen samen vuur

a)

de band

b)

de buis

c)

de divan

d)

een herdershond

e)

het brandweerkorps

7.

Wij maken samen muziek en spelen in ............

a)

de band

b)

de buis

c)

de divan

d)

een herdershond

e)

het brandweerkorps

8.

Hier zie je ons op .................... bij ons thuis

a)

de band

b)

de buis

c)

de divan

d)

een herdershond

e)

het brandweerkorps

9.

Er is voetbal op ...............................

a)

de band

b)

de buis

c)

de divan

d)

een herdershond

e)

het brandweerkorps

10.

Ik heb ............................ Ik ben dol op hem.

a)

de band

b)

de buis

c)

de divan

d)

een herdershond

e)

het brandweerkorps

11.

lekker rustig aan doen

a)

chillen

b)

kwetteren

c)

behoren tot

d)

je aanmelden

e)

inzoomen

12.

laten weten dat je mee wilt doen

a)

chillen

b)

kwetteren

c)

behoren tot

d)

je aanmelden

e)

inzoomen

13.

horen bij

a)

chillen

b)

kwetteren

c)

behoren tot

d)

je aanmelden

e)

inzoomen

14.

geluid dat vogels maken

a)

chillen

b)

kwetteren

c)

behoren tot

d)

je aanmelden

e)

inzoomen

15.

dichterbij en groter in beeld brengen

a)

chillen

b)

kwetteren

c)

behoren tot

d)

je aanmelden

e)

inzoomen

16.

Wil jij je .......................................... door stoer te doen?

a)

onthouden

b)

beschikken over

c)

onderscheiden

d)

overbrengen

e)

toelichten

17.

Pauwen .............................. een verentooi om indruk te maken

a)

onthouden

b)

beschikken over

c)

onderscheiden

d)

overbrengen

e)

toelichten

18.

Iedereen moet afval scheiden. Dat is het belangrijkste dat ik in deze spreekbeurt wil ....................................

a)

onthouden

b)

beschikken over

c)

onderscheiden

d)

overbrengen

e)

toelichten

19.

Ik zal ............................... waarom ik te laat ben. Mijn wekker deed het niet.

a)

onthouden

b)

beschikken over

c)

onderscheiden

d)

overbrengen

e)

toelichten

20.

Het is moeilijk om veel namen te ................................

a)

onthouden

b)

beschikken over

c)

onderscheiden

d)

overbrengen

e)

toelichten

21.

heel veel vragen stellen

a)

het hemd van het lijf vragen

b)

uitkijken naar

c)

geknipt zijn voor

d)

iemand doordringend aankijken

e)

ervoor gaan

22.

iemand lang en strak aankijken

a)

het hemd van het lijf vragen

b)

uitkijken naar

c)

geknipt zijn voor

d)

iemand doordringend aankijken

e)

ervoor gaan

23.

je verheugen op

a)

het hemd van het lijf vragen

b)

uitkijken naar

c)

geknipt zijn voor

d)

iemand doordringend aankijken

e)

ervoor gaan

24.

heel erg geschikt zijn voor

a)

het hemd van het lijf vragen

b)

uitkijken naar

c)

geknipt zijn voor

d)

iemand doordringend aankijken

e)

ervoor gaan

25.

erg je best ervoor willen doen

a)

het hemd van het lijf vragen

b)

uitkijken naar

c)

geknipt zijn voor

d)

iemand doordringend aankijken

e)

ervoor gaan