wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Woordenschat h4 p1

Total questions: 15

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Voor dit probleem hebben ze een mooie (goede oplossing) gevonden.

a)

opmerking

b)

taboe

c)

uitkomst

d)

profijt

2.

Het oefenen van deze woorden heeft zeker (voordeel).

a)

Profijt

b)

discipline

c)

aard

d)

optie

3.

"En toch is het zo," zij hij (beslist).

a)

kennelijk

b)

uitkomst

c)

ongeacht

d)

stellig

4.

Daarnet belde de (bemiddelaar tussen uitzendkracht en werkgever) van Randstad mij voor werk!

a)

carrière

b)

intercedent

c)

representatief

d)

kanttekening

5.

Dit is (blijkbaar) niet de moeilijkste vraag.

a)

kennelijk

b)

ongeacht

c)

significant

d)

sowieso

6.

Een bijbaan (op zichzelf) hoeft je nog niet in de problemen te brengen met je schoolwerk.

a)

toeslagen

b)

profijt

c)

an sich

d)

sowieso

7.

Als uitzendkracht krijg je (in ieder geval) ook toeslagen.

a)

sowieso

b)

kennelijk

c)

ongeacht

d)

ingehouden

8.

Je kunt De Wallen 's avonds maar beter (ontwijken, uit de weg gaan).

a)

hanteren

b)

toeslagen

c)

mijden

d)

met name

9.

Oefen deze woorden, daar heb je sowieso (voordeel) van.

a)

in ieder geval

b)

optie

c)

uitkomst

d)

profijt

10.

In een spijkerbroek met gaten erin ben je niet (geschikt om te vertegenwoordigen) voor onze bank.

a)

significant

b)

prikkels

c)

representatief

d)

lucratiever

11.

Wat is (meer de moeite waard): een bijbaantje of een lot uit de Staatsloterij?

a)

lucratiever

b)

profijt

c)

optie

d)

stellig

12.

Ik heb gelijk. Dat (is onomstreden, wordt niet betwijfeld).

a)

de wereld ligt aan je voeten

b)

drie vliegen in één klap slaan

c)

aard

d)

staat buiten kijf

13.

Met de juiste (aanmoedigingen, stimulansen) haal je zonder twijfel al je toetsen.

a)

prikkels

b)

opties

c)

kanttekeningen

d)

disciplines

14.

Ik heb hier een (opmerking) bij geplaatst.

a)

met name

b)

kennelijk

c)

uitkomst

d)

kanttekening

15.

Na deze quiz kan ik alle woorden juist (toepassen).

a)

mijden

b)

toeslagen

c)

hanteren

d)

intercedenten