wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ha4 H2 Rechtsstaat par. 1

Total questions: 26

Worksheet time: 30mins

Name
Class
Date
1.

Gedragsregel die de door de overheid wettelijk is vastgelegd.



(a)  

2.

Het rechtsgebied dat de relatie tussen burger en overheid regelt. 



(a)  

3.

Het rechtsgebied dat bepaalt welk gedrag strafbaar is.



(a)  

4.

Dit rechtsgebied regelt de afspraken tussen burgers onderling.

(a)  

5.

Partijen in het burgerlijk recht, zoals burgers, verenigingen, bedrijven.

(a)  

6.

De opvattingen die mensen hebben over goed en kwaad.

(a)  

7.

Een rechtssysteem waarin burgers door grondrechten worden beschermd tegen machtsmisbruik en willekeur.

(a)  

8.

De staat moet ervoor zorgen dat iedereen zich aan de wet houdt.

(a)  

9.

Wetten beschermen burgers tegen machtsmisbruik van de overheid.



(a)  

10.

De overheid mag als enige geweld gebruiken. 

(a)  

11.

Een bestuursvorm waarbij alle macht in handen is van één persoon (dictator), een familie, een kleine groep mensen, een partij of militairen.

(a)  

12.

De meest vergaande vorm van een autoritaire staat, waarin inwoners vrijwel rechteloos zijn.



(a)  

13.
Er zijn veel wetten. In de …................. staan de belangrijkste rechten en plichten van burgers en de overheid. Welk woord is weggelaten?
a)
mensenrechten.
b)
grondwet
c)
rechtsstaat.
d)
parlementaire democratie.
14.
Zijn de uitspraken juist of onjuist? 1.  In de grondwet staan naast rechten ook plichten. 2.  In een rechtsstaat hebben burgers rechten die vastgelegd zijn in wetten.
a)
1 is juist, 2 is onjuist.
b)
1 is onjuist, 2 is juist.
c)
1 en 2 zijn beide juist.
d)
1 en 2 zijn beide onjuist.
15.
Een rechtsstaat is een land waar:
a)
de rechters de belangrijkste beslissingen nemen.
b)
de bevolking de eindbeslissing neemt over wetsvoorstellen.
c)
de rechten en plichten van de burgers en de overheid zijn vastgelegd.
d)
het parlement de aangenomen wetten uitvoert.
16.
Zijn de uitspraken juist of onjuist?
1.  Grondrechten worden ook wel mensenrechten genoemd.
2.  De grondwet geldt voor burgers, niet voor de overheid.
a)
1 is juist, 2 is onjuist.
b)
1 is onjuist, 2 is juist.
c)
1 en 2 zijn beide juist.
d)
1 en 2 zijn beide onjuist.
17.
Wat is geen kenmerk van een rechtsstaat?
a)
Alle macht is in handen van één persoon
b)
Er zijn grondrechten
c)
Burgers hebben invloed
d)
Er zijn onafhankelijke rechters
18.
Zijn de uitspraken juist of onjuist?
1.  In de grondwet staat dat de burgers en de overheid rechten en plichten hebben.

2.  In de grondwet staat dat er vrijheid van meningsuiting is.
a)
1 is juist, 2 is onjuist.
b)
1 is onjuist, 2 is juist
c)
1 en 2 zijn beide juist.
d)
1 en 2 zijn beide onjuist.
19.
Een democratie is:
a)
een land waar de rechten en plichten van de burgers en de overheid zijn vastgelegd
b)
een staatsvorm waarbij de burgers invloed hebben op de besluiten
c)
is een land waarbij één iemand de macht heeft
d)
een land waarbij de koning alle macht heeft
20.
Is de uitspraak waar of niet waar?
Nederland is geen rechtsstaat
a)
Waar
b)
Niet waar
21.
Is de uitspraak waar of niet waar?
Ieder land is een rechtsstaat
a)
Waar
b)
Niet waar
22.

Wat wordt bedoeld met het begrip rechtstaat? 

a)

Dat een land een sterke leider heeft

b)

Dat de politie actief de criminaliteit bestrijdt

c)

Dat de wetten duidelijk zijn, voor iedereen (van hoog tot laag) gelijk gelden en dat rechten door de overheid wordt beschermd.

23.

Waarin verschillen de rechten voor burgers en rechters?

        

a)

De rechten voor rechters liggen wel in de Grondwet vast; die voor burgers niet.

b)

De rechten voor burgers zijn tijdelijk; die voor rechters kunnen niet veranderd worden.

c)

Rechten als meningsvrijheid, vrijheid van vergadering, vrijheid van vereniging, kiesrecht, recht op privacy e.a. liggen in de Grondwet vast; de rechten voor rechters niet.

24.

Een echtscheiding van twee onbelangrijke mensen.

Bij welk rechtsgebied past deze bron?

a)

bestuursrecht

b)

strafrecht

c)

ondernemingsrecht

d)

personen- en familierecht

25.

Badr Hari op weg naar zijn hoger beroep.

Bij welk rechtsgebied past deze bron?

a)

bestuursrecht

b)

strafrecht

c)

ondernemingsrecht

d)

personen- en familierecht

26.

Protest tegen de komst van een AZC in Apeldoorn.

Bij welk rechtsgebied past deze bron?

a)

bestuursrecht

b)

strafrecht

c)

staatsrecht

d)

personen- en familierecht